Intellectueel Frankrijk ruziet over Kosovo

De Franse ex-revolutionair Régis Debray liet na een bezoek aan Kosovo weten dat er van etnische zuiveringen in het gebied geen sprake is en dat Miloševic geen dictator is. Heel intellectueel Frankrijk is over hem heengevallen.

Régis Debray heeft het met eigen ogen gezien: er zijn in Kosovo geen etnische zuiveringen en verkrachtingen. Miloševic is misschien een autocraat en fraudeur, maar geen dictator, want hij is drie keer democratisch gekozen en respecteert de Joegoslavische grondwet. Debray: ,,Een dictator laat zich maar één keer kiezen.''

Net terug van een reis van een week door Servië en Kosovo heeft de Franse ex-revolutionair een open brief (Le Monde 13 mei) aan president Chirac geschreven: U en Uw NAVO-partners vergissen zich deerlijk. Miloševic vergelijken met Hitler is onrecht: ,,Dat is de verhouding omdraaien tussen de zwakke en de sterke en veronderstellen dat een arm en geïsoleerd land met tien miljoen inwoners, zonder ambities buiten zijn grenzen, kan worden vergeleken met het veroveringszuchtige en overbewapende Duitsland van Hitler.''

Op Debray's ontboezeming is een storm van protest gevolgd. Het concurrerende dagblad Libération publiceerde een dag later een `dossier' van vijf pagina's over `Het geval Régis Debray'. In Le Monde (14 mei) schreef een andere erkende Franse intellectueel, Bernard-Henry Lévy, een dodelijke reactie onder de kop `Adieu Régis Debray', waarin met respect wordt gesproken over de oude strijdmakker van Che Guevara – Debray werd in 1967 in Bolivia opgepakt wegens verboden revolutionaire activiteiten. Guevara werd datzelfde jaar geëxecuteerd, Debray drie jaar later vrijgelaten.

,,Régis Debray had vroeger moed en talent'', is BHL's dodelijke openingszin. Volgens Lévy was Debray een van de laatste linkse schrijvers die de daad bij het woord voegden en opkwam voor zijn idealen. Daarbij maakte hij beoordelingsfouten, maar hij had `panache' (het onvertaalbare woord van Cyrano de Bergerac dat moed, stijl en zwier omvat) en hij bezat 'noblesse', aldus BHL, die zich destijds inspande voor een ongezuiverd Bosnië en nu behoort tot de Franse intellectuelen die de NAVO-acties steunen om de Albanezen in Kosovo autonomie te bezorgen.

Dat Debray de laatste jaren steeds meer vervalt tot een soort 'republikeins nationalisme', credo van Jospins minister van Binnenlandse Zaken Jean-Pierre Chevènement én een aantal Franse communisten, wil BHL zijn oude strijdmakker nog wel vergeven. Maar wat hij Debray, die zich `mediakenner' noemt, niet vergeeft is dat hij zich tijdens een reisje van een week heeft laten inpakken door de Servische propaganda, ,,met – in de juiste proporties gezien – dezelfde gretigheid als van degenen die in de jaren dertig naar Berlijn of Moskou waren geweest''. Het is volgens BHL ,,de zelfmoord van een intellectueel, live''. Vandaar: Adieu. Jammer maar helaas.

Sindsdien is de stroom ingezonden brieven niet te stelpen. De meesten nemen met verbijstering kennis van Debray's als deviant ervaren rapportage, en vragen of doodzwijgen niet beter was geweest. Enkelen steunen de underdog die het waagt af te wijken van `het laffe consensus-denken bij de pers, de politiek en de publieke opinie'. Libé krijgt van een paar lezers het verwijt van een bijna Amerikaanse heksenjacht op Debray. In een hoofdartikel had de krant Debray verweten verblind door anti-Amerikanisme te zijn en Miloševic op de koop toe te nemen.

Het weekblad Marianne, de eigenlijke opdrachtgever van Debray's reis, stond intussen wat beteuterd aan de zijlijn. Het blad kwam pas gisteren weer uit. Dit meest zuivere republikeins-nationalistische blad zag de primeur van de hele discussie naar de grote jongens gaan. De publiciteit is misschien toch goed voor de oplage van een betrekkelijk nieuw weekblad, moet hoofdredacteur Jean-François Kahn hebben gedacht. Hij wijst erop dat het om de feiten gaat, zonder met zoveel woorden in te staan voor de juistheid van die feiten.

Debray's eigen reportage stelt teleur en onderstreept zijn onervarenheid en naïveteit. Hij moet het hebben van een vraaggesprek met `de enige Westerse journalist die al die tijd in Kosovo is gebleven': Paul Watson, een Canadese verslaggever van The Los Angeles Times. Die is duidelijk, mét een Servische correspondent van Agence France Presse, een sleutelbron van Debray geweest. Watson heeft geen massamoorden en verkrachtingen gezien. De Kosovaren zijn ook voor de bommen gevlucht. Hij vindt het te vroeg om over genocide te spreken.

,,Ik ben er maar als toerist geweest'', erkent Debray. Zonder te beseffen wat het impliceert om vervolgens over Miloševic te noteren: ,,Op terrassen in Belgrado kan men rustig kritisch over hem spreken. En dat gebeurt ook vrijuit.'' Verschillende briefschrijvers hebben het vastgesteld: Régis Debray wist wat hij vond vóór hij op reis ging. ,,Jammer voor de feiten en de 900.000 vluchtelingen'', aldus Jacques Amalric in Libération.

DEBRAY-DEBAT

www.liberation.com/

quotidien/debats/index.html

en www.lemonde.com