`Inkomen daalt na vijftigste levensjaar'

De Erasmus-universiteit heeft 750.000 mensen in de computer gestopt voor een onderzoek naar het vermogen en negen nieuwe welstandgroepen zijn geboren. Enkele resultaten: spaarders denken 1,75 jaar vooruit; en het inkomen daalt na het 50ste levensjaar.

Jan Modaal en zijn talloze familieleden die door het leven gaan met namen zoals `anderhalf-maal-modaal' vormen in de Haagse politiek nog altijd het poppentheater, waarin de nieuwe kabinetsplannen worden getest. Ook het belastingplan voor de 21ste eeuw, waarover het kabinet het onlangs eens is geworden en dat nu ter advies bij de Raad van State ligt, is uitgerust met een batterij `koopkrachtplaatjes'. Dankzij een gelijktijdige lastenverlichting van 4,5 miljard gulden zal iedereen in de koopkrachtmodellen er na 1 januari 2001 op vooruit gaan.

Of dat in werkelijkheid ook gebeurt is de sterk de vraag, meent Steven van Eijk, hoofddocent fiscale economie en financiële planning aan de Erasmus-universiteit. De fiscaal econoom wil deze vraag definitief beantwoorden in zijn proefschrift, maar heeft al een voorschot genomen in het gisteren verschenen onderzoek naar `De ontwikkeling van particulier vermogen in Nederland'. Kleine spaarders en vooral de ouderen die hun hele leven hebben gewerkt om hun huis af te lossen krijgen het in de volgende eeuw moeilijk door de manier waarop vermogenswinsten worden belast en door het verbod op het `opeten' van het eigen huis.

Jan Modaal, die sinds zijn geboorte in 1969 bij het Centraal Planbureau al heel vaak de kritiek heeft gekregen dat bijna niemand meer op hem lijkt, haalt de 21ste eeuw waarschijnlijk niet ongeschonden. ,,Dat twee mensen beide een modaal inkomen hebben zegt helemaal niets, als de een loon verdient en de ander inkomen uit vermogen geniet. Hun situaties zijn volstrekt verschillend'', meent Van Eijk. Voor het vermogensonderzoek – betaald door Van Lanschot Bankiers met nogal vermogende cliënten – hebben de onderzoekers van de Erasmus dan ook negen nieuwe welstandsgroepen ontwikkeld. Deze nieuwe groepen moeten zichtbaar maken wat de invloed is op het particuliere vermogen van de vergrijzing, de vervroegde pensionering en allerlei overheidsmaatregelen zoals de belastingherziening.

Voor de geboorte van de negen zijn eerst van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de inkomens- en vermogensgegevens betrokken van 750.000 personen. Omdat het CBS met de huidige hausse op de huizenmarkt de waarde van de eigen woning stelselmatig onderschat, is het huis – voor de meeste Nederlanders het belangrijkste vermogen – wat opgewaardeerd. Met behulp van de bestaande literatuur en vooral de computer zijn uit deze oceaan van gegevens samenhangen gefilterd tussen bijvoorbeeld de leeftijd, de spaarzin en de samenstelling van het gezin, die van belang zijn voor de welstand. Dat heeft enkele verrassende bevindingen opgeleverd. Zo was de verwachting dat ouderen na hun pensionering interen op hun vermogen, omdat hun inkomen daalt. Dat blijkt echter nauwelijks het geval te zijn [zie grafiek], waarschijnlijk doordat mensen na hun pensioen hun uitgaven aanpassen. Opvallend genoeg daalt het inkomen al voor de pensioenleeftijd, al vanaf de leeftijdscategorie 45-55 jaar. ,,Jonge mensen verdienen al snel behoorlijk goed, mede door de krapte op de arbeidsmarkt'', verklaart Van Eijk. ,,Dat werpt ook een ander licht op de discussie over de middelloonregeling [pensioen dat is gebaseerd op het gemiddelde inkomen tijdens de loopbaan, red.] versus de eindloonregeling [het huidige systeem waarbij het pensioen is gebaseerd op het laatst verdiende loon]. Omdat het loon sneller begint te dalen is het de vraag of een middelloonregeling inderdaad goedkoper is.''

Mensen sparen voor de oude dag en voor de kinderen en bouwen zo een vermogen op. Bij het sparen voor de toekomstige aanschaf van goederen kijken de consumenten gemiddeld 1,75 jaar vooruit. Naarmate de consument verder vooruit kijkt en spaart voor een inkomen na het pensioen wordt het spaargedrag instabieler. ,,Deze consumenten zijn het meest manipuleerbaar door de `polisboeren', de verzekeringsmaatschappijen die producten verkopen die allemaal zijn gebaseerd op een belastingaftrek.''

De Erasmus-onderzoekers hebben de meest bepalende factoren voor de welstand geselecteerd en in de computer gestopt, waarbij op de x-as zaken als het inkomen, de gezinsgrootte en de bron van inkomen zijn gezet en op de y-as onder meer de sociaal-economische categorie en de leeftijd. De data van de 750.000 personen zijn in dat model gestopt en die hebben miljoenen stipjes in een grafiek opgeleverd die eruit zien als een hemellichaam. Daar waar de stipjes het dichtst bij elkaar staan, zien de onderzoekers een welstandsklasse. Dat heeft de negen welstandsgroepen opgeleverd, waaronder de minvermogenden.

Deze negen welstandsgroepen – naast de minvermogenden ook de uitkeringstrekkers, de eenverdieners (laag inkomen), de tweeverdieners, de loontrekkenden, de middenklassers, de zelfstandigen en directeuren, de vermogenden en de postacieven (onder meer gepensioneerden) – zouden een scherper beeld moeten geven van allerlei kabinetsplannen. Van Eijk: ,,Niet alleen de effecten van zo'n belastingplan, maar ook bijvoorbeeld van mobililiteitsplannen zijn zo beter te bekijken.''