Harry Mulisch krijgt Libris Prijs

Harry Mulisch kreeg gisteravond in Amsterdam de Libris Literatuur Prijs voor zijn roman `De Procedure'. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van 100.000 gulden.

Het eerste glas champagne dat hij op zijn overwinning wilde heffen, sprong in zijn handen aan scherven. Een ongelukje. Maar dat was dan ook het enige dat er gisteravond misging voor Harry Mulisch.

Zijn `virtuoze, gedurfde en soms zelfs duizelingwekkende' roman De Procedure had de Libris-jury het meest geïmponeerd van de zes genomineerde boeken, maakte voorzitter Ruud Lubbers na de café et friandises bekend in het Amsterdamse Park Plaza. Met het boek, waarin de schrijver de scheppingskracht van een godheid benadert, ,,cultiveert Mulisch zijn verwantschap aan grote schrijvers uit de wereldliteratuur'', aldus Lubbers. Mulisch, die eerder in 1993 met De ontdekking van de hemel de prijs misliep, noemde het besluit van de jury na afloop `gerechtigheid'.

De keus voor Mulisch kwam niet als een verrassing, zeker niet voor de 70-jarige schrijver zelf. ,,Ik maak een goede kans'', had hij aan het begin van de avond al vastgesteld voor de NPS-camera, en er meteen een percentage bij geleverd: zeventig. Hoewel het natuurlijk anders kon lopen, want ,,het blijft mensenwerk''. Als zijn zwaarste concurrent gold Cees Nooteboom met Allerzielen (,,kosmopolitisch, erudiet, geestig en poëtisch'', aldus het juryrapport), gevolgd door Hans Maarten van den Brink (Over het water), getipt als de derde die er met de prijs vandoor zou gaan indien de jury de keus tussen de twee literaire veteranen niet kon maken.

Dat laatste lukte dus wel, maar unaniem was de jury niet. Mulisch werd ,,niet zonder discussie maar met een afgetekende meerderheid'' uitverkoren door een jury die ,,werkend en weifelend'' een keus had moeten bepalen, zei Lubbers. Dissident was jurylid en recensent Arjan Peters, die het boek van Nooteboom in de Volkskrant had geprezen als een meesterwerk, maar De Procedure afdeed als `de huisbioscoop van Harry Mulisch'. In kringen van de jury werd Peters na afloop geprezen omdat hij geen compromis had gezocht, maar het had laten aankomen op een keus tussen de beide zwaargewichten.

In het juryrapport wordt sterk gehint op de dubbele afweging die de jury moest maken. De `uniciteit en kwaliteit' van de genomineerde boeken moest centraal staan – de Libris Prijs is immers geen oeuvre-prijs – maar tegelijk ,,valt er niet aan te ontkomen de nieuwe boeken van deze grote namen af te zetten tegen erkende hoogtepunten uit hun vorig werk'', aldus Lubbers. Mulisch dus, gonsde het na die woorden onder de toehoorders, al kregen ook de liefhebbers van Nooteboom nog even hoop door Lubbers' opmerking dat een schrijver was gekozen die ,,er niet bepaald op uit is om als een bij uitstek Nederlands schrijver gewaardeerd te worden''.

In zijn dankwoord richtte Mulisch zich tot de verliezers, behalve Nooteboom en Van den Brink ook Ernst Timmer (De stille omgang), Paul Claes (De Phoenix) en Nanne Tepper (De vaders van de gedachte), die ieder met 5.000 gulden naar huis gingen. ,,Er valt nu een licht op mij, maar dat werpt ook een schaduw. Ik weet precies hoe dat is, ik heb ook wel eens verloren.'' Eigenlijk, aldus Mulisch, hoort dit soort competitie niet thuis in de kunst. ,,Zes wolkenkrabbers kun je meten en dan weet je welke de hoogste is. Zo'n meetlat bestaat niet in de kunst en dat is maar goed ook.'' Meetlat of niet, voldaan was de winnaar wel. ,,Ik heb alle Nederlandse prijzen zo'n beetje gehad. Maar dit is toch anders.''