Fiscale omhelzing na poldermodel

PvdA-prominenten bezochten gisteren Noordrijn-Westfalen. Van het poldermodel hebben de Duitsers hun bekomst. Maar over fiscale afstem- ming willen ze wel praten.

,,Vergelijk Noordrijn-Westfalen maar met Limburg'', doceert minister van Sociale Zaken, PvdA'er en Limburger Klaas de Vries tijdens een rondrit door de Duitse deelstaat. De Vries doelt op de economische ommekeer waaraan Noordrijn-Westfalen de laatste hand legt. De kolen- en staalindustrie, die vooral het Roergebied anderhalve eeuw heeft gedomineerd, wordt ingewisseld voor modernere economische activiteiten. Net zoals in Limburg gebeurde na de mijnsluiting.

Elke stad in het Roergebied krijgt een `specialiteit': in Dortmund strijken verzekeraars neer, in Duisburg distributiebedrijven. Essen ontwikkelt zich tot software-stad en Gelsenkirchen staat straks bekend als Solar City wegens de ontluikende zonne-energie-industrie.

De Vries is een van de PvdA-prominenten die op uitnodiging van de geestverwante minister-president van Noordrijn-Westfalen, Wolfgang Clement, gisteren kwam kijken hoe met een overheidsimpuls van vele miljarden marken in krap twintig jaar de economische structuur van de deelstaat is veranderd van een industriële naar een dienstverlenende en milieuvriendelijke. Vooral uitgenodigd was De Vries' voorganger, Ad Melkert, fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer. Melkert maakte tijdens zijn ministersperiode indruk op de Duitsers met zijn 40.000 Melkertbanen en het aan hem toegeschreven poldermodel.

Maar inmiddels hoeft Melkert niet meer aan te komen met dat poldermodel. Men is er in Noordrijn-Westfalen achter gekomen dat de verschillen met Nederland groter zijn dan de overeenkomsten. Dat de vakbonden de werkgevers niet langer adresseren met de woorden `wij eisen', maar vragenderwijs in dialoog treden met ondernemers, is voor de Duitsers `poldermodellerig' genoeg.

De arbeidsmarktmaatregelen uit de koker van Melkert vindt vooral Clement nog wel interessant. Clement wil, net als Melkert deed, 40.000 deels door de overheid gesubsidieerde `Clement-banen' creëren. Banen zijn nodig, want de ommekeer gaat in Noordrijn-Westfalen gepaard met hoge werkloosheid. Neem het wetenschapspark in Gelsenkirchen. Daar werken weliswaar 500 hooggekwalificeerde mensen, maar voorheen stond op die plek een ijzergieterij die aan 7000 laaggekwalificeerden werk gaf.

In nieuwe banen, geschoeid op de leest van de Nederlandse Melkertbanen, zien de Duitse vakbonden niet zoveel. Onbedoeld maakte de voorzitter van de vakbond IG-Metall in Noordrijn-Westfalen, Harald Schartau, in een gesprek met Melkert gehakt van diens banenplan. De Melkertbanen moeten in Nederland additionele banen zijn; werk dat is verdwenen, maar waaraan volgens Melkert wel behoefte is. ,,Op elke hoek drie schoenpoetsers en vier mensen die de boodschappen tot aan je deur brengen, wie zit daar nu op te wachten?'', zei Schartau.

Als de Melkertbanen dan geen voorbeeld zijn voor Noordrijn-Westfalen, dan toch wel de SPAK, de specifieke afdrachtskorting waarbij werkgevers voor laagbetaalde werknemers geen lasten hoeven afdragen. De SPAK zou een alternatief kunnen zijn voor de `630-markjobs' waarvan de afschaffing de sociaal-economische discussie in Duitsland domineert.

In deze banen tot 630 mark per maand, waarover belasting noch sociale lasten hoeft worden betaald, is geweldige wildgroei ontstaan. Naar schatting zes miljoen Duitsers zouden dergelijke kleine banen hebben, soms als enige baan, meestal naast een echte baan bij wijze van vakantiegeld. Soms ook delen werkgevers de volledige baan van één werknemer op in een aantal 630-markjobs. ,,Sommige werkgevers draaien voor 80 procent op dergelijke baantjes, dat kan natuurlijk niet'', zegt Clement.

De populariteit van de kleine baantjes geeft wat Clement en Schartau betreft aan dat er grote behoefte bestaat aan deeltijdbanen in Duitsland. Echter, de door Clement bekritiseerde belastingplannen van zijn partijgenoten in Berlijn frusteren werken in deeltijd. Eind vorig jaar stuurde de sociaal-democraat, die als premier van de grootste deelstaat (ruim 18 miljoen inwoners) een belangrijke positie inneemt in de SPD, al een brandbrief naar bondskanselier Schröder waarin hij stelde dat diens belastingplannen geen enkele extra baan zullen scheppen.

Het dwarsliggen van Clement spreekt Melkert bijzonder aan. ,,Bij de landelijke belastingplannen is vooral de gedachte: `hoe krijg ik meer geld binnen?' In Noordrijn-Westfalen denken ze tenminste na over belastingmaatregelen die deconcurrentiekracht vergroten.''

Belasting, daar draaide de omhelzing van de sociaal-democraten uit Nederland en Noordrijn-Westfalen gisteren uiteindelijk op uit. Van eminent belang vinden Clement en Melkert het om elkaars belastingen zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. ,,Let wel: coördinatie — geen harmonisatie'', legde Melkert uit. Tarieven van voor de concurrentieverhoudingen relevante belastingen, zoals vennootschapsbelasting, moeten zich bewegen tussen afgesproken bandbreedten.

Zover is het nog lang niet, hoewel haast geboden is gezien het tempo waarin Europa volgens Melkert en Clement één wordt. Clement zit de `belastingdumping' in Nederland dwars waar Duitse bedrijven maar 7 procent vennootschapsbelasting betalen. Melkert op zijn beurt vindt in navolging van demissionair Euro-commissaris Van Miert dat Duitsland de subsidiekraan eens moet gaan dichtdraaien. ,,Duitsland subsidieert in verhouding drie keer zoveel als Nederland. Dat verstoort het praten over afstemmen van belastingmaatregelen.''

Dergelijke drempels moeten snel weg, want de Benelux dient met grote spoed één economische eenheid te worden met de Duitse deelstaat, vinden de Nederlandse en Duitse sociaal-democraten. Doel is een soort Randstad van Europa te worden, voordat elders in de zich uitbreidende EU een economisch centrum wordt gevormd. Noem het Kobra, maar dan Köln, Brussel en Amsterdam. Dat gebied is, zoals Clement zegt, één Wirtschaftsraum.