Zalm hanteert bij NIB achterhaalde regels

De verwikkelingen rondom de overname van de Nationale Investeringsbank inspireerden Zalm tot een memorandum aan de Kamer. Onbedoeld legt de brief bloot dat de regels kunstmatig en gedateerd zijn.

Nergens in Europa controleren de vijf grootste banken zo'n groot percentage van hun markt als in Nederland. Zij hadden eind 1997 79,4 procent in handen van de bancaire activiteiten, zo becijferde de Europese Centrale Bank vorige maand.

Tegen die achtergrond zou elke actie van minister Zalm (VVD) van Financiën, verantwoordelijk voor toezicht op de finananciële wereld, tegen samenballing van het Finanzkapital toegejuicht moeten worden. Al gebiedt de realiteit te zeggen dat de concentratie juist tot stand is gekomen in de tien jaar dat Kok (PvdA) en Zalm ministers van Financiën waren respectievelijk zijn.

Met de wet in de hand kan Zalm concentraties in de financiële wereld verbieden die bijvoorbeeld de concurrentie zullen verschralen. In zo'n geval kan hij weigeren dat de ene financiële instelling, op basis van een aandelenbelang van vijf procent of meer, zeggenschap uitoefent over een andere instelling.

Vorige maand heeft de minister dit wapen gebruikt tegen ING, de grootste belegger in Nederlandse aandelen, die stemrecht wilde uitoefenen op zijn pakket aandelen (21,6 procent) in de Nationale Investeringsbank (NIB). Op de aandelen van de NIB hadden de pensioengiganten ABP (overheid en onderwijs) en PGGM (zorg en welzijn) een bod gedaan, dat ING te laag vond.

De NIB is een speciale bank, die alleen zaken doet met bedrijven, professionele beleggers en overheden. Sinds de oprichting in 1946 heeft de Nederlandse Staat een nipt meerderheidsbelang (50,2 procent). Toen de pensioenfondsen de dag voor Kerstmis met hun eerste bod kwamen, had de overheid zich als grootaandeelhouder al akkoord verklaard. Je kunt zeggen dat de overheid daarmee toen aan de kopers groen licht heeft gegeven dat zij te zijner tijd ook zeggenschap op hun aandelen kregen. Met een beroep op het tegengaan van machtsconcentraties werd ING en ook Fortis een aanvraag tot zeggenschap geweigerd.

Speelde de minister daarmee een twijfelachtige dubbelrol? Niet onverwacht is dat hij dat zelf ontkent. Hij beroept zich in een zogeheten memorandum aan de Tweede Kamer op het bestendige beleid, dat erop neerkomt dat grote financiële instellingen geen zeggenschap krijgen in kleinere partijen, maar ,,kleintjes'' wel. ASR Verzekeringen kreeg wel stemrecht op haar aandelenpakket.

Onbedoeld, zo moet je aannemen, legt Zalm in het memorandum het kunstmatig karakter bloot van dit beleid, dat uit de jaren tachtig stamt en grotendeels door feiten en maatschappelijke opvattingen is achterhaald. Het bestendig beleid van Financiën is de afgelopen jaren rondom de NIB twee keer doorkruist: een keer door ING, die in 1994 twee keer tijdens een aandeelhoudersvergadering heeft gestemd terwijl zij dat niet mocht. En een keer door Zalm zelf die ING in 1998 in verband met een statutenwijziging bij de NIB wel stemrecht gaf. Daarmee introduceerde Zalm naast wel stemmen en niet stemmen nog een ,,puur technisch'' wel stemmen.

De kunstmatigheid van de regelgeving blijkt ook uit het feit dat ING officieel geen stemrecht had, maar wel een (officieus) recht op een van de negen commissariszetels bij NIB. Toen bestuursvoorzitter A. Jacobs in 1998 bij ING met pensioen ging en aftrad als commissaris bij de NIB, was zijn opvolger bij ING, G. van der Lugt, ook zijn opvolger als NIB-commissaris. Daarnaast was oud-ING-topman J. van Rijn commissaris bij NIB.

De weigering van zeggenschap aan ING moet waarborgen ,,dat ING zich zou onthouden van beïnvloeding van strategische beleidsbeslissingen van NIB'', schreef Zalm vorige week aan de Kamer. Precies datgene wat commissarissen, die in de Nederlandse praktijk doorgaans machtiger zijn dan aandeelhouders, moeten doen.

In zijn memorandum raakt Zalm slechts zijdelings de kern van de kritiek. Hij past regels toe die ontworpen zijn tegen offensieve acties, zoals overnames. Hier ging het om een defensieve actie van ING en Fortis: de verdediging van hun minderheidsbelangen, die precair werd doordat de overheid zijn aandelen al aan de kopers had toegezegd. De waarde van de NIB-aandelen van Fortis en ING (samen een miljard gulden) werd bedreigd door het voornemen van de kopers om winstgevende activiteiten van de NIB over te hevelen naar andere vennootschappen.