Werk van Boezem mist diepgang en concentratie

Beeldend kunstenaar Marinus Boezem werd onlangs 65 jaar. Dit was aanleiding voor de publicatie van een oeuvrecatalogus en voor drie gelijktijdige tentoonstellingen van zijn werk op verschillende plaatsen in het land.

Het werk van Boezem wortelt in het kunstklimaat van de jaren zestig, toen Zero- en Fluxuskunstenaars zich bevrijdden van oude artistieke tradities en de alledaagse werkelijkheid tot kunst verklaarden. Alles kon tot uitgangspunt dienen voor een kunstwerk: gewone gebruiksvoorwerpen, maar ook, meer ongrijpbaar, licht, lucht, water of vuur. Boezem is nooit lid geweest van Zero of Fluxus, zijn kunst ontwikkelde zich in de marge van deze bewegingen.

In 1960 stelde Boezem de polder bij het dorpje Asperen ten toon door een paar klapstoeltjes op de dijk neer te zetten en de aanwezigen te verzoeken hierop plaats te nemen. In 1962 poseerde hij als kunstobject, met als attributen een tuinslang en een stuk plastic. Vervolgens bedacht hij ondermeer kunstwerken met wind en lucht, zoals een immateriële plastiek van `luchtdeuren' en een ruimte gevulde met `stijgende lucht'. Deze kant-en-klare voorstellen voor Shows, met viltstift geschetst op velletjes papier, verzamelde hij tussen 1964 en 1969 in een attaché-koffer zodat hij ze als een handelsreiziger aan de man kon brengen. Sommige ervan zijn ook uitgevoerd.

In de jaren zeventig ontwikkelde Boezem een fascinatie voor plattegronden. De eerste Etudes Gothiques ontstonden, het begin van een lange reeks werken gebaseerd op de plattegrond van de kathedraal van Reims. Het bekendst is de Groene Kathedraal in de polder bij Almere. Op een op ware grootte uitgezette plattegrond van de kathedraal plantte Boezem op centrale punten 178 Italiaanse populieren.

Boezem heeft zich nooit een formele eenheid in zijn werk bekommerd, hij wil zich in die zin geen beperkingen opleggen. Dat hoeft ook niet; maar wanneer ik zijn oeuvre overzie mis ik daarin diepgang en concentratie. Bovendien doen veel werken ontleend aan, bij bijna alle ontwerpen uit de jaren zestig en zeventig komen namen van andere kunstenaars boven die vrijwel identieke dingen eerder deden. De pneumatische sculpturen doen denken aan de Zerokunstenaars Mack en Piene, de vuur- en waterfonteinen aan Yves Klein, het drinken van water uit de zee aan Wim T. Schippers, een Soft Sculpture aan Claes Oldenburg, een rotsblok in een stalen draadnet aan Luciano Fabro.

Het lijkt Boezem aan de discipline te ontbreken om een idee tot op de bodem uit te diepen. Er zijn wel enkele poëtische en geestige werken bij, maar de oogst is mager. De Windtafeltjes (eind jaren zestig), waarbij witte tafelkleedjes op een rond plateau op een muziekstandaard bewogen worden door een ventilator zijn plastisch en humoristisch. (Jammer genoeg zijn ze niet in de exposities opgenomen.) In Artificial Shadow, een idee uit 1969 dat nu bij de ingang van het Kröller-Müller Museum is gerealiseerd, fixeerde Boezem de vluchtige schaduw van een boom in asfalt op het gras.

Ook wanneer Boezem een onderwerp kiest dat van zichzelf al betekenis heeft is er deze vlakheid. Zijn meest recente werk is een opstelling van bijenkasten, te zien in Almere. Een bijenvolk is in alle opzichten bijzonder: de wijze waarop het is georganiseerd, de bouw van raten, de productie van honing en propolis enzovoort. Maar hiervan komt niets tot uitdrukking in deze onbenullige opstelling van kasten en korven, gerangschikt naar vorm en kleur. Het is mij volstrekt onduidelijk waar dit werk over gaat; over bijen zegt het in ieder geval niets.

Het meest ontgoochelend zijn de kathedralenwerken van Boezem. In de oeuvrecatalogus en in andere teksten rondom de tentoonstellingen wordt er de nadruk op gelegd dat het Boezem niet te doen is om religiositeit; hij heeft de kathedraal louter gekozen als `symbool van cultuur'. Dat dit zo is, blijkt ook uit hetgeen hij met de plattegrond van kathedralen doet: de kathedraal is bij hem niet meer dan een vormprobleem. Dit heeft inderdaad niets te maken met religiositeit, laat staan met heiligheid. De serie fotovellen die een afdruk moeten zijn van het licht in Cisterciënser kloosters oogt als design. De Groene Kathedraal ziet er op een luchtfoto aardig uit, maar wie ter plekke tussen de verwaaide, pierige populieren staat ondergaat geen gevoel van ruimte, geen gewaarwording van een plek. Van enige symboolwaarde is geen sprake, hier niet, en nergens in het werk van Boezem.

Marinus Boezem. Tentoonstellingen op drie plaatsen. In De Paviljoens, Odeonstraat 5, Almere-Stad. Di-zo 12-17 uur; Kröller-Müller Museum, Otterlo. Dag. 10-17 uur; Vleeshal, Markt te Middelburg. Di-zo 13-17 uur. Alle tot 27 juni. Oeuvrecatalogus van Marinus Boezem, uitgeverij Toth, 547 blz., ƒ95,–.