Schumacher in Monaco uit schaduw Lauda

In de straten van Monaco verdrong Michael Schumacher gisteren de Oostenrijkse racelegende Niki Lauda van de gedeelde eerste plaats met het aantal Formule I-overwinningen (15) voor Ferrari. Twee weken geleden kwam de Duitser in Imola op gelijke hoogte met Lauda, die behalve eigenaar van een luchtvaartmaatschappij adviseur is van de Italiaanse renstal. Net als in Monza, in september, vierde Ferrari gisteren een dubbelzege. Achter Schumacher eindigde teamgenoot Eddie Irvine als tweede.

Schumacher ging sinds de laatste race al aan de leiding in de stand om het WK, gisteren stelde hij nadrukkelijk zijn kandidatuur voor Ferrari's eerste wereldtitel in lange tijd. In 1983 werd de Italiaanse renstal voor het laatst wereldkampioen bij de constructeurs, in '79 was de Zuid-Afrikaan Jody Scheckter de laatste coureur die wereldkampioen werd in een Ferrari.

Gisteren was de race al na een handvol seconden beslist. Wereldkampioen Mika Hakkinen stond op pole-position, maar de op de tweede plaats gestarte Schumacher was sneller weg. Hij ging als eerste de Sainte-Dévote in en bouwde gestaag een royale voorsprong op. Bij de finish, een uur en vijftig minuten later, bedroeg het verschil met nummer drie Hakkinen ruim een halve minuut.

Omdat inhalen vrijwel onmogelijk is op het stratencircuit, zat Schumacher na zijn bliksemstart op rozen. Gisteren beperkten inhaalmanoeuvres zich tot het dubbelen van achterblijvers. Damon Hill, de eerste die na de start probeerde een plaats op te schuiven, moest zijn aanvalslust bekopen met een aanrijding. In een slaapwekkende race was de Britse wereldkampioen van 1996 na drie ronden de eerste uitvaller.

Schumacher leverde in de voorbereiding op de race een cruciale extra inspanning. Op vrijdag, tussen de trainingen van donderdag en zaterdag traditiegetrouw de rustdag in Monaco, was hij naar Ferrari's eigen circuit in Italië gevlogen om daar proefstarts te maken. Want wie in Monaco als eerste weg is, heeft een grote kans als winnaar te eindigen. Dat was ook de reden waarom Hakkinen zaterdag juichte toen hij in de slotseconden van de kwalificatietraining de tot dan toe snelste tijd, die van Schumacher, verbeterde. De Vliegende Fin had te vroeg gejuicht.

Lauda was er gisteren bij om de winnaar te feliciteren met zijn zestiende zege in een Ferrari, zijn 35ste in totaal. De Oostenrijker was het record kwijt waaraan hij zoveel waarde hechtte. De afgelopen dagen liep Lauda (in totaal 25 GP-zeges) weer rond in het rennerskwartier van het circuit waaraan hij zoveel herinneringen bewaart. Het was in datzelfde Monaco, in 1973, dat Lauda in een BRM de aandacht trok van Enzo Ferrari. Il Commendatore zag op de televisie hoe de 24-jarige Oostenrijker in derde positie beide Ferrari's achter zich hield, die van de Belg Jacky Ickx en de Italiaan Arturo Merzario. Die dag had Lauda voor het eerst het gevoel dat hij het verloop van een race kon beïnvloeden.

Lauda, die een jaar eerder als gevolg van sportieve en financiële tegenslagen nog overwogen had zich tegen een muur te pletter te rijden, had in Monaco diepe indruk gemaakt op de grote baas. Aan het einde van datzelfde seizoen 1973 vertrok Ickx na vier jaar bij Ferrari en werd Lauda binnengehaald. Hij bezorgde Ferrari tweemaal de wereldtitel, in 1975 en '77. In 1976 stond Lauda in de laatste race, op het circuit van Fuji in Japan, op het punt wereldkampioen te worden. Hij zette zijn Ferrari echter al na twee ronden in de pits omdat hij het racen in de stromende regen onverantwoord vond. Bij een crash op de Nürburgring was hij eerder dat jaar aan de dood ontsnapt. Door Lauda's opgave kreeg de Britse playboy James Hunt zijn eerste en enige wereldtitel in Japan in de schoot geworpen.

Na vier jaar vond Lauda het mooi geweest bij het chaotisch georganiseerde Ferrari en vertrok hij naar het door Bernie Ecclestone geleide team van Brabham. Met een wereldtitel nam Lauda afscheid bij zijn Italiaanse werkgever. Enzo Ferrari zag hem met gemengde gevoelens vertrekken. De mythische ploegbaas voelde zich verraden. ,,Lauda is nog erger dan Judas'', beschimpte Ferrari de coureur nadat deze een aanbieding voor 1978 naast zich neer had gelegd. ,,Voor dertig salami's verkoopt hij zich aan de concurrentie'', foeterde hij.

In 1991 keerde Lauda op verzoek van president Luca di Montezemolo terug bij Ferrari – de grondlegger was inmiddels al overleden – nu als adviseur. Hij zorgde er voor dat Jean Todt in 1993 als teamchef naar Ferrari kwam. In dat jaar deed Lauda een vergeefse poging Ayrton Senna voor het seizoen '94 naar de scuderia te halen. De Braziliaan koos echter niet voor de mooiste naam in de autosport, maar voor de in zijn ogen beste wagen in de Formule I, bij het team van Frank Williams. Michael Schumacher werd de nieuwe oogappel van Lauda. De Duitser aan de wereldtitel helpen, dat is het doel in zijn tweede leven bij de stal van Ferrari.

Schumacher is de eerste grote Ferrarista die niet door de naamgever van de renstal is aangetrokken. De Duitser is bezig aan z'n vierde jaar bij Ferrari en al na vier van de zestien races is hij favoriet voor de wereldtitel, zijn derde, na twee kampioenschappen bij Benetton (1994 en '95). Met elke race die Schumi wint komt ook Lauda's doel dichterbij. Als Schumacher wereldkampioen wordt, beëindigt de Oostenrijker zijn dienstverband bij Ferrari. Dan zegt hij ,,Danke und ciao.''