Renteaftrek vereist afgewogen aanpassing

Leuker kunnen wij het niet maken, wel eerlijker.'' Onder dit motto heeft GroenLinks begin mei een plan gelanceerd voor de aanpassing van het fiscale regime voor de eigen woning. Kern ervan is de belastingsubsidie aan de eigenwoningbezitters met 2 miljard te verminderen. Met name de hoge inkomens worden gekort op hun aftrekvoordeel. De bestaande hypotheekrenteaftrek wordt vervangen door een hypotheekrentesubsidie van 30 procent over de feitelijk betaalde hypotheekrente. Thans kan de aftrekwaarde per gulden hypotheekrente oplopen tot 60 cent.

De bestaande progressief belaste huurwaardebijtelling, ter grootte van 1,25 procent van de Wet Onroerende Zaakbelasting(WOZ)waarde van de eigen woning, wordt door GroenLinks omgezet in een vaste heffing van 1,2 procent, eveneens over de WOZ-waarde. Over de waarde tot 280.000 gulden voor alleenstaanden en 400.000 gulden voor samenlevenden hoeft geen eigenwoningheffing te worden betaald.

Het plan kan worden gekwalificeerd als moedig, geraffineerd creatief en te rigoureus. Wat betreft de kwalificatie moedig: de eigen woning is in Nederland Hypotheekland een heilig huisje. De eigenwoningbezitter wordt onmiskenbaar fiscaal in de watten gelegd. Jaarlijks wordt het eigenwoningbezit met ruim 10 miljard via de schatkist gesubsidieerd. Degene die deze fiscale begunstiging ter discussie stelt wordt in de publieke opinie echter genadeloos neergesabeld. Het is een politiek taboe van de hoogste orde.

Tenzij GroenLinks grenzeloos naïef zou zijn, moet de partij dan ook geweten hebben dat zij met haar plan de eigenwoningbezitters tegen zich in het harnas zou jagen. Op zijn minst zal kribbig worden opgemerkt dat het maar eens afgelopen moet zijn met het gezeur over de hypotheekrente. Het kan dus een bewuste partijstrategie zijn andere partijen met regeringsverantwoordelijkheid in een lastige discussie te betrekken. Deze moeten dan ofwel het ideologisch hoog in het vaandel geschreven rechtvaardigheidsideaal relativeren, ofwel kiezers met een eigen woning van zich vervreemden.

In dat verband zou het interessant zijn te weten hoe de kiezersgunst van de eigenwoningbezitter over de partijen verdeeld is en wat de gemiddeld genoten belastingsubsidie voor de eigen woning is. Het kan uiteraard ook de eerlijke bedoeling van GroenLinks zijn een zakelijk debat over dit onderwerp te voeren. En daar houd ik het ook op.

Gelet op het budgettaire en maatschappelijke belang is die bedoeling zeer terzake. Sterker, het is beklemmend te ervaren hoe weinig partijen in staat zijn zich los te maken van het verkiezingsbelang op de korte termijn. Zij beleven de daarop afgestemde regeerakkoorden tezeer als dogma's.

Fiscale beleidsmakers zullen onder ogen moeten zien, dat de doorsnee eigenwoningbezitter zich vanwege de daarmee samenhangende attractieve fiscale aftrekpost tot de nok van zijn huis zal volzuigen met hypothecaire geldleningen. Het budgettaire belang van de belastingteruggave aan eigen woningbezitters is dit decennium dan ook fors gestegen, ondanks de gedaalde rente. Dat betekent dat we bij toekomstige rentestijging het risico lopen in een schaarbeweging terecht te komen. Het budgettaire beslag van de hypotheekrente zal groeien en de daarmee gepaard gaande uitholling van de belastinggrondslag zal door renteaftrekbeperking of andere belastingmaatregelen moeten worden gecompenseerd.

De eigenwoningbezitter, die veelal tot de top van zijn financiële ruimte is gegaan bij de aankoop en financiering van zijn woning, komt door de oplopende rente in een financieel benarde positie. Er moet daarom tijdig aandacht worden besteed aan de beleidsmatige scheefgroei in de fiscale behandeling van de eigen woning, zonder dat belangenbehartigers de discussie meteen doodslaan.

GroenLinks legt met haar geraffineerd creatieve plan in feite een koekoeksei in het fiscale coalitienest waarin de belastinghervormingsplannen van de 21ste eeuw worden uitgebroed. Hoewel de partij zich afstandelijk opstelt ten aanzien van de daarin voorgestelde vermogensrendementsheffing, worden in haar plan alle kenmerken ervan overgenomen.

In feite verplaatst GroenLinks de eigen woning, die door het kabinet in box 1 is geplaatst, naar box 3. In deze box wordt volgens de kabinetsplannen het netto vermogen (bezittingen minus schulden) op basis van een forfaitair rendement tegen 30 procent belast. GroenLinks geeft een vergelijkbare hypotheekrentesubsidie van 30 procent. Het verschil met de vermogensrendementsheffing is slechts dat GroenLinks uitgaat van de werkelijk betaalde rente, terwijl het kabinetsplan met een fictieve aftrek van 4 procent rekent. De huurwaardebelasting van 1,2 procent over de WOZ-waarde is gelijk aan de heffing van 30 procent over het forfaitaire vermogensrendement van 4 procent, met dien verstande dat GroenLinks basisvrijstellingen heeft ingebouwd van 280.000 (alleenstaande) en 400.000 gulden (samenlevers).

Positief in het plan is dat niet eenzijdig naar de hypotheekrenteaftrek wordt gekeken, maar ook de huurwaardeproblematiek in de beschouwingen wordt betrokken. De consequentie van het voorstel is dat de eigenwoningbezitter zonder hypotheek – dus ook de vermogende – er op vooruitgaat.

Burgers moeten bij het nemen van langetermijnbeslissingen kunnen vertrouwen op consistent overheidsbeleid. Rigoureuze wijzigingen mogen behoudens bijzondere omstandigheden slechts zeer geleidelijk worden ingevoerd.

Beleidsmakers dienen te beseffen dat de eigenwoningbezitter veelal voor de hypotheekrenteaftrek reeds een prijs heeft betaald. De aftrekwaarde is immers verwerkt in een hogere koopsom van de woning, omdat de vraagimpuls de prijzen opdrijft. De nieuwkomers op de woningmarkt zouden door een abrupte invoering van een dergelijke maatregel onevenredig zwaar worden getroffen.

De oplossing zou daarom zijn te kiezen voor een ingroeiregeling. Pas na een periode van 5 à 10 jaar wordt de eigen woning overgeheveld van box 1 (progressieve aftrek) naar box 3 (forfaitaire aftrek). Om het ingroeikarakter verder te benadrukken kan de uitgestelde invoering eventueel nog worden aangevuld met de inbouw van een jaarlijks geleidelijk dalende basisvrijstelling voor de eigen woning.

Het besef dat het eigenwoningbezit het best geslaagde privatiseringsproject is, vereist dat maatschappelijke en fiscale overwegingen zorgvuldig tegenover elkaar worden afgewogen. Daarom is de oproep van GroenLinks tot een zakelijk debat te prijzen.

Prof.dr. L.G.M. Stevens is hoogleraar fiscale economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.