Play-offs spookbeeld voor Amsterdam

Een wrang déjà vu-gevoel overviel de hockeysters die dit seizoen zo graag hadden willen breken met een naargeestige traditie. Voor de derde keer op rij stond Amsterdam in de finale om het Nederlands kampioenschap, voor de derde keer op rij bleef de ploeg met lege handen. Dankzij een betere strafballenserie prolongeerde Den Bosch zaterdag voor eigen publiek de landstitel. ,,Drie keer is kennelijk geen scheepsrecht'', treurde aanvoerster Carole Thate na afloop.

Gelaten verbeet coach Carina Benninga de teleurstelling. Geen tranen, geen woede, zelfs geen preek over een vermeende toevalstreffer of over het onrechtvaardige systeem van play-offs, zoals vorig jaar. Troost en genoegdoening vond de record-international in de constatering dat ,,niet elke club kan roepen dat het drie keer op rij in de finale van de play-offs heeft gestaan en twee keer de Europa Cup II heeft gewonnen''.

Op die stelling viel weinig af te dingen. Al blijft het curieus dat uitgerekend Benninga, in haar actieve loopbaan geprezen vanwege haar winnaarsmentaliteit, uiteindelijk genoegen nam met een tweede plaats. ,,We hebben gehockeyd naar onze mogelijkheden'', beweerde de 158-voudig international. ,,De speelsters hebben alles gegeven. Daarom heb ik ze na afloop ook gezegd dat ze met opgeheven hoofd van het veld konden.''

Realistischer klonken de woorden van Thate. In tegenstelling tot haar coach verbond de 116-voudig international wel conclusies aan het feit dat Amsterdam opnieuw onderuit ging. ,,Wij kunnen niet presteren onder druk'', luidde de slotsom van Thate, die erkende dat Amsterdam weinig lering had getrokken uit voorgaande seizoenen. ,,Zodra het moet, geven wij nog steeds niet thuis.''

Als een donderslag bij heldere hemel kwam de nederlaag niet. In de halve finales van de play-offs kwam Amsterdam al met de schrik vrij tegen de verrassend sterke, maar onervaren debutant Rotterdam. Een omstreden golden goal van strafcornerspecialiste Frederiek Grijpma maskeerde toen het gebrek aan killersinstinct waarmee de nummer twee uit de competitie al zo lang worstelt.

Zaterdag werd bovendien opnieuw pijnlijk duidelijk dat Amsterdam gebukt gaat onder een gebrek aan stootkracht en finesse in de voorste linie. Met weemoed zal Benninga terug hebben gedacht aan aanvalster Pietie Coetzee, de trefzekere boerendochter uit Bloemfontein die in november terugkeerde naar haar vaderland Zuid-Afrika. Of aan spits Mieketine Wouters, die vorig jaar mocht vertrekken uit het Wagener-stadion na een hoogoplopend conflict. Bij Laren leefde de wispelturige oud-international dit seizoen weer op, getuige onder meer haar zestien competitietreffers.

Om de defensie van Den Bosch te ontregelen dirigeerde Benninga spelverdeelster Thate naar de punt van de aanval. Succes bleef uit, want de thuisploeg bleek allerminst onder de indruk van de tactische omzetting. Voorstopper Neeltje van de Leeuw, vorig jaar ook al een van de uitblinksters tijdens de play-offs, hield Nederlands beste hockeyster ogenschijnlijk moeiteloos in bedwang.

Amsterdam valt of staat met de ingevingen van Thate, al zei de aanvoerster naderhand zelf ,,een beetje moe te worden van al die verhalen alsof alles om mij draait''. Toch bleek ook in het tweeluik met Den Bosch dat bij een mindere dag van de 27-jarige middenveldster het elftal erg kwetsbaar is, ondanks de aanwezigheid van zeven andere (oud-)internationals. Kennelijk heeft het `play-offs-syndroom' zich zo hardnekkig in de hoofden van de selectie genesteld dat het merendeel op voorhand vrede heeft met de tweede plaats.

Dat strafballen de doorslag moesten geven, zei dan ook meer over de geringe slagkracht van Den Bosch dan over het verweer van Amsterdam. Net als in het beslissende halve-finaleduel tegen Laren, toen Den Bosch twaalf strafcorners nodig had om één keer te scoren, faalde de ploeg van interim-coach Koen Pijpers opnieuw vanaf de rand van de cirkel. Negen korte hoekslagen leverden niet één doelpunt op waardoor de stand na zeventig minuten 1-1 bleef.

De strafballenreeks bood Den Bosch-keepster Jacqueline Toxopeus de gelegenheid nog een keer haar exceptionele talenten te demonstreren. Daarin slaagde zij, want met twee reddingen stond de 34-jarige oud-international aan de basis van de titelprolongatie. Waarmee ze haar imposante carrière van een passend slot voorzag. Volgend seizoen is Toxopeus assistent-coach bij Rotterdam.

Generatiegenoot Benninga (36) vervolgt haar trainersloopbaan in Den Haag, waar ze mag proberen de vrouwen van HCKZ naar de hoofdklasse te loodsen. Amsterdam begint morgen al gesprekken met haar opvolger. Thate juicht een trainerswissel toe. ,,Niets ten nadele van Carina, ze heeft prima werk geleverd. Maar de selectie is nu toe aan een nieuw gezicht.''

Benninga komt de eer toe Amsterdam vier jaar geleden uit het slop te hebben gehaald. Onder leiding van de gedreven oud-international hervond de 17-voudig landskampioen de aansluiting met de top van het vrouwenhockey. Het laatste zetje bleef uit. ,,Elk seizoen kent een ander proces'', zo probeerde Benninga zaterdag. ,,Het is gewoon ongelooflijke pech.''

Coetzee suggereerde onlangs dat verstoorde onderlinge verhoudingen ten grondslag zouden liggen aan de geringe mentale weerbaarheid van de selectie. ,,Helaas waren velen niet in staat om zich de professionele mentale houding aan te meten die je van topsporters mag verwachten'', beweerde de Zuid-Afrikaanse in Hockey Magazine.

Thate deed de lezing van Coetzee zaterdag af als ,,absoluut gelul''. Sterker nog, volgens de middenveldster waren de verhoudingen dit seizoen nog nooit zo goed als voorheen. ,,Onderling was het top. Daar lag het niet aan. We hebben helemaal geen excuses. Dat is juist het frustrerende.''