`Mister Fixit' heeft maar weinig geduld

Nadat een comité van wijzen in maart een vernietigend rapport uitbracht over de Europese Commissie, staat nu een beoordeling op stapel van de ambtelijke cultuur bij de Commissie. Topambtenaar in Brussel: Carlo Trojan (57), een Nederlands-Italiaanse polyglot.

De benoeming van Carlo Trojan tot secretaris-generaal van de Europese Commissie gebeurde in 1997 bijna onopgemerkt. Het gebruikelijke spektakel waarmee Nederland probeert Nederlanders op belangrijke internationale posten te krijgen, was er niet aan voorafgegaan. ,,In Nederland wordt niet beseft hoe belangrijk het is om iemand op die functie te hebben. Dit is veel belangrijker dan een Nederlands directeurschap van de FAO, de landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Maar Brussel is voor Nederlanders ver van het bed'', zegt Bernard Bot, de permanente vertegenwoordiger van Nederland bij de EU. Toch ging aan de benoeming van Trojan lang lobbyen achter de schermen vooraf, vertelt de ambassadeur. ,,Je krijgt als land zo'n functie niet zomaar.''

Bij de zitting van het Europees Parlement in januari waar tot de instelling van een comité van wijzen werd besloten om eventuele frauduleuze handelingen te onderzoeken door leden van de Europese Commissie, zat Carlo Trojan vlak achter Commissievoorzitter Jacques Santer. De beschuldigingen van Europarlementariërs over wanbeleid van de commissie leken Trojan niet te deren. Kalm boog hij zich zo nu en dan voorover om Santer iets in het oor te fluisteren. Het was een beeld dat typerend is voor Europees topambtenaar Trojan.

Dikwijls wordt hij volledig geïdentificeerd met de nu demissionaire Europese Commissie. Zijn bijnaam is `Mister Fixit'. Hij zou de gewiekste manipulator van de Brusselse bureaucratie zijn. Maar velen in Brussel weten slechts weinig over de discreet opererende Trojan. Een Brusselse correspondent van de Italiaanse krant La Stampa die Trojans komende val voor zeker houdt, weet zelfs niet dat de secretaris-generaal de zoon is van een Florentijnse wijnexporteur en een Nederlandse moeder en daarom van kind af aan Italiaans spreekt. Trojan is zijn hele carrière al de man van de achtergrond, die oplossingen zoekt waarmee anderen hun voordeel kunnen doen.

Onzin, noemen Nederlandse diplomaten de veronderstelling dat Trojan, een verre van eurosceptische VVD'er, het toonbeeld is van de Brusselse ambtelijke cultuur die zo dringend aan hervorming toe is. Sinds hij secretaris-generaal is, probeert Trojan juist hervormingsplannen gerealiseerd te krijgen. Maar hij heeft het tot nu toe uiterst moeilijk gehad; de 27 directoraten-generaal en de veertien aparte diensten van de Europese Commissie functioneren als koninkrijkjes die allemaal onder speciale bescherming van EU-lidstaten staan.

Nederland wil er alles aan doen om de positie van Trojan te verdedigen. Maar er bestaat angst voor een sfeer van `Barbertje moet hangen' bij de Europese pers en bij Europarlementariërs als de commissie van wijzen in september haar rapport zal publiceren over het Europese ambtenarenapparaat. De verdediging van Trojans positie kan daardoor moeilijk worden. ,,Carlo is juist de aangewezen man om de nieuwe Europese Commissie onder leiding van Romano Prodi te helpen'', zegt de Finse Europees commissaris Erkki Liikanen, die personeel en begroting in zijn portefeuille heeft. Liikanen heeft de afgelopen jaren ,,met groot plezier'' met Trojan samengewerkt aan een betere organisatie van het ambtelijk apparaat van de commissie.

Bij gesprekken met mensen die Trojan lang kennen, komen typeringen als ,,zeer intelligent'' en ,,uiterst inventief bij het zoeken naar oplossingen'' steevast aan de orde. ,,Hij is zeer gevoelig voor politieke situaties. Hij is enorm resultaatgericht. Hij is geboren om Europese compromissen te bedenken. Hij voelt precies aan hoe de hazen lopen'', luidt de lof van voormalig Europees commissaris Frans Andriessen, die Trojan in 1981 in Brussel tot zijn kabinetschef benoemde. Maar hij kent hem ook als ,,kort aangebonden, ongeduldig en ook zeer kwaad''. Voor velen is Trojan een gesloten persoon, die plotselinge, heftige driftaanvallen heeft.

Ambassadeur Bot herinnert zich hoe Trojan in zijn vorige functie van adjunct-secretaris-generaal van de Europese Commissie bij de vergaderingen bij de permanente vertegenwoordigers van de EU-lidstaten met grote kennis van zaken in de moeilijkste omstandigheden oplossingen bedacht. De ambassadeurs bereiden de besluiten voor van de Raad van Ministers. Trojans grote wapenfeiten houden verband met de Duitse eenwording, waarbij hij juridische problemen in verband met de toetreding van Oost-Duitsland tot de EU wist op te lossen, en met het Ierse vredesproces, dat hij stimuleerde met de opzet van een speciaal vredesfonds. Trojan vertelt zelf bijzonder plezier in die functie te hebben gehad, omdat die hem in staat stelde grote invloed uit te oefenen.

Bot herinnert zich echter ook hoe ,,de uiterst discrete'' Trojan, ,,die je nooit in een hoek krijgt omdat hij altijd een argument heeft'', in het gezelschap van ambassadeurs kortaf kon worden als iemand zijn snelle gedachtengang niet volgde. ,,Hij kan ook plotseling rood aanlopen en heel boos worden. Vreselijk driftig is hij dan. Als ambassadeurs moesten we daarom lachen. Dan schoot hij zelf ook in de lach en was het voorbij. Niemand neemt hem die driftaanvallen kwalijk.''

Trojan verhuisde als kind uit Florence naar Den Haag. Daarna pendelde hij voortdurend tussen Nederland en Italië. Ambassadeur Bot vindt hem zeer Nederlands, herkent in ieder geval niets Italiaans. De Finse Europees commissaris Liikanen is het daarmee niet helemaal eens. ,,Als hij in een zeer gecompliceerde situatie een compromis vindt, is hij dikwijls zeer onorthodox. Hij heeft een gevoel voor dubbelzinnigheid; dat is misschien zijn Italiaanse kant'', zegt hij.

Andriessen vindt Trojan vooral Nederlands. Maar wie Trojan in een Italiaans restaurant in Brussel zijn bestelling in het Italiaans hoort doen, houdt hem gemakkelijk voor een Italiaan.

Trojans werkkamer op de twaalfde verdieping van het gebouw van de Europese Commissie maakt een overvolle indruk. Dat heeft met de omvang van het bankstel te maken, maar ook met de berg kunstboeken op een salontafel, waarvan sommige ongelezen in hun cellofaanverpakking zitten. Lange tijd lag daar een dikke Engelstalige pocket bij over de Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela. De bladzijden van het boek hadden ezelsoren. Trojan had het als groot bewonderaar van Mandela tijdens een vliegreis verslonden.

De secretaris-generaal begroet dikwijls ontspannen in hemdsmouwen zijn bezoeker. Hij maakt de indruk voor zijn plezier problemen te analyseren en mogelijke oplossingen te bedenken. Maar het kan ook gebeuren dat er bijna geen woord uit zijn mond komt. Over privé-zaken spreekt hij al helemaal niet graag. ,,Zolang het over zaken gaat, heb je een goede discussie met hem. Maar op een receptie of diner zegt hij niets. Hij sluit zich als een oester, behalve een enkele keer als het over zijn boerderij in Zuid-Frankrijk gaat'', zegt ambassadeur Bot.

Voormalig Europees commissaris Andriessen, die Trojan ,,redelijk goed'' zegt te kennen, noemt hem ,,geen gezellige prater bij de borrel, geen groot causeur''. Daar komt bij dat er bij de Europese Commissie weinig privé-contacten zijn, vertelt de commissaris Liikanen. Hij is een van de weinigen in Brussel die iets over Trojans privé-leven zou kunnen vertellen. Dat speelt zich meestal ver van Brussel af. De woonplaats van de secretaris-generaal van de Europese Commissie is Den Haag. Daar is hij in de vrije weekeinden. Door de week zit hij in Brussel en eet hij in restaurants, waarbij hij de avondmaaltijden combineert met zakelijke gesprekken.

Het Finse echtpaar Liikanen nodigde Trojan en zijn Deense vrouw Gunvor eens uit om samen naar een jazzfestival in Finland te gaan. Om één uur 's nachts besloten de vrouwen naar bed te gaan, de mannen gingen nog even door. Om vier uur gaf Liikanen het op, maar Trojan ging verder door. 's Morgens om acht uur bracht Liikanen een bezoek aan de sauna van het hotel. ,,Daar zat Carlo lachend tussen de Finnen. Hij was totaal in de sfeer opgenomen. Niemand wist dat hij een buitenlander was'', vertelt Liikanen. Het is volgens hem typerend voor de snelheid waarmee de zeven talen sprekende Trojan zich aan situaties kan aanpassen, ook als hij de taal niet spreekt.

Trojan is sinds 1997 de derde secretaris-generaal in de geschiedenis van de commissie. In die functie heeft hij de leiding over het hele ambtelijke apparaat en is hij bovendien bij alle denkbare zaken van de Europese Unie betrokken. Het is een gigantisch takenpakket, dat in de loop der jaren automatisch gegroeid is. Bij de eerste secretaris-generaal, de Fransman Emile Noël, was het aanvankelijk nog te overzien. De Europese Gemeenschap bestond, toen Noël in 1958 in functie trad, uit zes landen, en de Europese Commissie had weinig taken.

Nu bemoeit de secretaris-generaal zich met alles. Hij woont de topbijeenkomsten van de staats- en regeringsleiders van de EU bij en is voorzitter van de commissie voor bevorderingen van Europese ambtenaren. Trojan kan zich dan ook niet meer, zoals in zijn vorige functie als adjunct, beperken tot het zoeken van ,,leuke oplossingen voor problemen'', maar hij moet ook ,,het vuile werk doen'', zegt ambassadeur Bot.

Dat Trojan met steun van de nieuwe Europese Commissie onder leiding van Romano Prodi veel kan bijdragen aan de hervorming van het Brusselse ambtenarenapparaat, wordt door weinigen betwijfeld. Minder eenduidigheid is er over de vraag of de driftige Trojan wel de ideale man is voor het personeelsbeleid. ,,Op bijeenkomsten van de interne staf kan hij enorm geïrriteerd zijn'', zegt Liikanen over de secretaris-generaal, die meestal iedereen vriendelijk groetend door de gangen van het Brusselse hoofdkwartier van de Commissie loopt. Hij denkt dat Trojan te veel aan zijn hoofd heeft. Ambassadeur Bot noemt de secretaris-generaal ,,geen grote communicator, maar wel een manager''. Oud-commissaris Andriessen noemt zijn voormalige kabinetschef ,,niet de beste luisteraar, hij weet het heel gauw zelf''. Hij vindt dat in de nieuwe Europese Commissie een speciale Europees commissaris voor personeelszaken moet komen. Liikanen, die personeel nu samen met de prestigieuzer begrotingsportefeuille doet, betwijfelt of er een Europees commissaris te vinden zal zijn die alleen met personeelszaken genoegen zal nemen.

Op 30 november vorig jaar ontving Trojan de lage ambtenaar van de financiële controle Paul van Buitenen. Die vroeg hem zijn rapport over wantoestanden bij de Europese Commissie vertrouwelijk te behandelen en snel actie te ondernemen tegen corruptie bij de Commissie. Alleen als er snel maatregelen genomen zouden worden, was Van Buitenen bereid het rapport niet naar het Europees Parlement te sturen. Het rapport zou de Europarlementariërs ertoe kunnen bewegen geen goedkeuring te verlenen aan uitvoering door de Commissie van de begroting van 1996. De zaak leidde tot de tijdelijke schorsing van Van Buitenen, die inmiddels is overgeplaatst naar een andere functie. Hij wacht het oordeel af van de (door Trojan voorgezeten) tuchtraad over zijn optreden.

,,Bureaucratisch'' vond Van Buitenen Trojans mededeling dat bevoegde diensten van de Commissie de beschuldigingen van corruptie moesten uitzoeken. Trojan vertelde Van Buitenen ,,op een indringende manier'' dat hij ontslag riskeerde als hij naar het parlement zou gaan voordat zijn rapport intern was onderzocht. Van Buitenen trok zich daar niets van aan en stuurde zijn rapport naar het parlement.