Journalistiek

Journalisten op de snijtafel, het is geen dagelijks tafereel. Toch konden we er vorige week in Amsterdam tweemaal getuige van zijn. De eerste keer ging het over de berichtgeving over de Bijlmerramp, de tweede keer over de wetenschapsjournalistiek.

De bijeenkomst over de Bijlmerramp viel tegen: te veel gekissebis en te weinig bereidheid bij veel journalisten tot zelfkritiek. Het is misschien beter zo'n discussie juist niet door journalisten te laten leiden.

Het was in ieder geval een interessante vondst van de Stichting Cursussen Wetenschapscorrespondentie (voor mensen die wetenschapsjournalist willen worden) om een buitenstaander, in casu schrijver en psycholoog Anna Enquist, voor een openbare masterclass uit te nodigen. Onder leiding van Wout Woltz, oud-hoofdredacteur van NRC Handelsblad, boog Enquist zich over de teksten van vier deelnemende wetenschapsjournalisten: Wim Köhler (NRC Handelsblad), Govert Schilling (de Volkskrant en Intermediair), Maarten Evenblij (de Volkskrant en VPRO radio) en Joep Engels (Trouw).

Geen van hen kwam er zonder kleerscheuren vanaf. Op de keper beschouwd was het een avond die de wetenschapsjournalistiek tot kritische zelfbeschouwing zou moeten noden, temeer omdat Woltz steeds liet merken dat hij het met de kritiek van Enquist eens was.

,,Boeiend, maar uiteindelijk onbegrijpelijk en daarmee onbevredigend'', oordeelde Enquist over het artikel van Engels over het nucleaire complex Sellafield. ,,Leesbaar, maar sommige dingen zijn niet goed uitgelegd'', zei ze over Schillings artikel over een zonsverduistering. Tegen Evenblij, die voor de Volkskrant over een wiskundeboek van Enzensberger voor kinderen had geschreven: ,,Het artikel hinkt op twee gedachten – recensie en interview – en het heeft de stijlkenmerken van de kindertaal.'' (Evenblij bekende dat hij nooit eerder van Enzensberger had gehoord en één avond had gehad om zich voor te bereiden.)

Het scherpste oordeel had ze gereserveerd voor Wim Köhlers artikel over leukemie bij kinderen. Ze vond het door het vele jargon volstrekt ontoegankelijk. Ze noemde het `een hooghartig stuk' en voelde zich als lezer afgewezen. ,,Hoe kan zo'n stuk zoveel intense woede en machteloosheid bij de lezer oproepen'', riep ze uit.

Een bloedbad dreigde. Moest ik mijn gewaardeerde collega op het podium te hulp snellen? Het bleek niet nodig. Köhler bleef kalm en legde uit dat je bij hoge uitzondering een artikel voor een klein publiek van `liefhebbers' moet kunnen schrijven. Daar is toen nog lang en diep over nagepraat.