HSA mag Jakarta toch radar leveren

Na maanden verzet is minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) alsnog akkoord gegaan met de verlening van een exportvergunning aan Hollandse Signaalapparaten (HSA) voor levering van radarapparatuur ter waarde van 81 miljoen gulden aan de Indonesische marine.

Door dit besluit is het risico verdwenen dat Indonesië met schadeclaims tegen HSA komt, die deze weer op de Nederlandse overheid had kunnen verhalen.

Eind vorig jaar had Van Aartsen, wiens ministerie doorslaggevend is, positieve adviezen van Economische Zaken nog doorkruist. Zijn argument was dat een arm land als het door de Aziatische economische crisis getroffen Indonesië geen geld aan kostbare defensiesystemen moet uitgeven. Bovendien zou Van Aartsen gezien de crisis in Indonesië, en de rol van de strijdkrachten daar sinds de val van de regering-Soeharto vorig jaar zomer, de levering van marinematerieel als ,,een verkeerd signaal'' hebben gezien.

Op Buitenlandse Zaken heette het in (vertrouwelijke) ambtelijke toelichtingen destijds dat de minister zich voor zijn afwijzende oordeel niet baseerde op de code van de Europese Unie voor wapenleveranties aan derde landen maar dat het hem ging om ,,puur Nederlands beleid''. Wat Indonesië hevig irriteerde, reden waarom de Indonesische ambassade in Den Haag halfluid over ,,oude impulsen'', ,,misconcepties over Indonesië'' en ,,bemoeizucht'' klaagde.

Met zijn negatieve advies was Van Aartsen vorig jaar december ook afgeweken van de opvatting van zijn voorganger, Van Mierlo, die de regering-Soeharto, de Tweede Kamer en HSA allang te kennen had gegeven dat hij geen problemen verwachtte voor de verlening van een exportvergunning. Op 6 maart 1996 nam Van Mierlo bijvoorbeeld in antwoord op vragen van de Tweede-Kamerleden Hessing en Weisglas (beiden VVD) schriftelijk afstand van een uitspraak van minister Pronk (destijds Ontwikkelingssamenwerking) dat de HSA-levering ,,eigenlijk niet zou moeten gebeuren''.

Van Mierlo deelde in dat antwoord mee dat hij zijn Indonesische collega Alatas desgevraagd had verzekerd ,,niet te verwachten dat – rebus sic stantibus (als de situatie niet in ongunstige richting zou veranderen, red.) – een aanvraag door HSA van een exportvergunning op bezwaren zou stuiten''.

Het contract voor de levering van radarapparatuur voor vier patrouilleschepen van de Indonesische marine dateert van 1995. HSA sloot het contract met de staatsscheepswerven PT PAl te Surabaya, die golden als een van de strategisch-industriële troetelkinderen van de toenmalige minister van Economische Zaken, Habibie, die vorige zomer Soeharto als president opvolgde.

HSA, dat al voor 72 miljoen gulden aan voorschotten ontving van een door ABN Amro geleid bankconsortium, vroeg in april 1998 een exportvergunning aan voor de levering, die februari 1999 met een eerste kwart zou beginnen en daarna in drie volgende kwartalen met ,,vervolgpakketten'' moet worden voltooid. HSA is, nadat Van Aartsen eind april alsnog akkoord ging met een exportvergunning, intussen begonnen met de verscheping van het eerste pakket naar Indonesië. Het bedrijf wil zich volgens woordvoerder F. van Rooijen houden aan het leveringsschema.

Het maandenlange meningsverschil tussen Economische Zaken en Buitenlandse Zaken is niet formeel in de ministerraad besproken. Dat het meningsverschil zo lang voortduurde heeft ook te maken met de Kosovo-crisis, waarin Van Aartsen en zijn voornaamste medewerkers al maanden een groot deel van hun tijd en aandacht moeten steken, zeggen ambtenaren van zijn ministerie. Maar volgens het Kamerlid Hessing heeft de positieverandering van zijn geestverwant Van Aartsen vooral te maken met ,,de positieve ontwikkeling in de richting van democratie'' van Indonesië en ,,de bereidheid van de regering-Habibie omverantwoordelijkheid voor de openbare orde te dragen en bijvoorbeeld de kwestie Oost-Timor tot een goed einde te brengen''. ,,Trouwens, de notities van Buitenlandse Zaken zelf over het proces in Indonesië sinds vorige zomer zijn positief'', zegt Hessing, ,,en dat proces heeft ook het vertrouwen van de Kamer''.

De politieke gevoeligheid van de positieverandering van Van Aartsen jegens de HSA-order bleek afgelopen weken mede daaruit dat woordvoerders van Economische Zaken en van Buitenlandse Zaken zelfs nadat was besloten tot verlening van de exportvergunning (26 april) geen mededelingen mochten doen over de kwestie.

Bij HSA, dat de verlening van de goedkeuring bevestigt, is de onzekerheid over het doorgaan van de Indonesische order juist in deze tijd hard aangekomen omdat het bedrijf een periode van reorganisaties en bezuinigingen doormaakt. De opluchting is groot, maar ook bestaat er scepsis over de rol die de overheid de afgelopen jaren speelde. ,,Wij doen natuurlijk wat de overheid wil maar dan moet zij wél consistent gedrag vertonen'', aldus woordvoerder Van Rooijen. Bovendien staat de winstgevendheid van het bedrijf onder druk omdat er aan ontwikkelingsprogramma's voor marine-orders voor na de eeuwwisseling wordt gewerkt. Bijvoorbeeld aan nieuwe systemen voor radar-luchtafweer voor fregatten die de werf De Schelde bouwt en waarvan de Nederlandse en de Duitse marine er respectievelijk vier en drie hebben besteld.