Frans Bromet zoekt God

Het is moeilijk te geloven dat programmamaker Frans Bromet een vierdelige documentaire heeft gemaakt over wat God voor de mensen in Nederland betekent. Bromet is de laatste jaren bekend als cameraman en interviewer van buren die ruzie met elkaar hebben. Hij meet zich in de interviews zo'n verveeld-cynische houding aan dat je denkt met een soort nihilist van doen te hebben.

Niets blijkt minder waar. Bromet zegt in zijn inleiding op de vierdelige NCRV-serie Oh God dat hij dan wel is opgevoed door ouders die een grote afkeer van godsdienst hadden, maar dat er in zijn leven verschillende momenten zijn geweest waarop hij aan het ongeloof van zijn ouders is gaan twijfelen. En dat nu hij de vijftig gepasseerd is, zijn vragen omtrent de eindigheid van zijn leven toenemen.

We zien in Oh God eigenlijk niet meer dan een man die een praatje houdt met mensen die hij schijnbaar toevallig tegen het lijf is gelopen. Van een leraar weet hij niet eens dat hij Engels heeft gestudeerd hoewel ze in een leslokaal van een middelbare school zitten te praten. Bij een ander stoot hij met zijn camera per ongeluk tegen een lamp. Normaal gesproken knip je zulke onhandigheden eruit, maar ze verhogen in dit geval toch de authenticiteit van het gesprek.

Rode draad is het ongeloof van Bromet; hij leeft mee met de gevoelens van de mensen die hij interviewt, maar schroomt ook niet om blijk te geven van zijn verbazing over en zelfs afkeuring van een te berde gebrachte opvatting. Als een kind van elf jaar op zondagsschool hem vertelt dat God in de wolken woont en kan vliegen, bromt Bromet dat hij daar wel eens is geweest maar dat hij God daar nooit heeft gezien.

Als Willem Drees, hoogleraar natuur- en techniekfilosofie, hem probeert uit te leggen dat je God niet moet zien als een man op een wolk of als iets anders in de werkelijkheid, is Bromet er als de kippen bij om te vragen waar God dan wél is. Als Drees vervolgens prevelt dat je je God zou kunnen voorstellen als de stilte waarin muziek klinkt of als het blad papier waarop literatuur wordt geschreven, werpt Bromet ontevreden tegen dat hij zich daar nog steeds niets bij kan voorstellen. Ik eigenlijk ook niet, erkent Drees.

De enige die de interviewer wat aan het twijfelen lijkt te brengen is de docent Engels, Alexander Zwagerman. Zwagerman gelooft in God, maar erkent de opvatting van Bromet dat als God bestaat, het objectief gesproken eigenlijk geen zin heeft om dat te erkennen en in Hem te geloven, omdat God ook aanwezig is in mensen die niet gelovig zijn. Maar het is nu eenmaal zo, zegt Zwagerman, dat de meeste mensen een diep besef van het goddelijke in zich dragen en daar iets mee willen doen. Het geloof maakt ze bevattelijker voor goddelijk ingrijpen in hun leven en het stemt ze in het algemeen gelukkig, tevreden over wat ze in hun leven hebben bereikt.

De NCRV meldt de documentaire uit te zenden in de hoop daarmee mensen een prikkel te geven zichzelf de persoonlijke geloofsvragen weer te stellen. Dat zal wel lukken. Er zijn de laatste decennia al zo veel mensen van hun geloof gevallen, dat het risico dat gelovigen door deze documentaire gaan twijfelen aanzienlijk kleiner moet worden ingeschat dan de kans dat ongelovigen erdoor gaan twijfelen.

Document: Oh God (deel één van vier), Ned.1, 22.57-23.45u.