Faalangst werkt verlammend

Deze week begint het landelijk eindexamen voor ruim 142 duizend Mavo, Havo en VWO-scholieren. Voor een op de vijf werkt faalangst verlammend.

Het begon een maand geleden. Telkens wanneer Karen Jochems (17) aan het naderende VWO-examen dacht, kreeg ze een rotgevoel. ,,Ik heb het al lang, maar pas sinds twee jaar weet ik dat het examenvrees is'', zegt ze. Voor een examen wordt ze chagrijnig, afstandelijk en bang. Ze gaat trillen en wordt misselijk. ,,Het is alsof mijn maag drie keer over de kop gaat. Eén keer werd ik zo bleek dat mijn klasgenoten vroegen of ze een ambulance moesten bellen.''

Hartkloppingen, zweten, duizeligheid, misselijkheid en een droge mond. Examenvrees. Veel scholieren hebben er de komende twee weken last van. Soms komt het omdat ze te weinig tijd aan hun schoolwerk hebben besteed, maar anderen hebben zo'n grote angst om te mislukken dat ze de druk van het examen niet aankunnen. Als Karen aan het examen begint, slaat ze dicht. Pas na een tijdje wordt ze iets rustiger, maar ze blijft twijfelen bij elke opgave. ,,Wanneer ik niet meteen zie hoe een som moet, ga ik gelijk naar de volgende. Ik denk steeds: zie je wel, ik kan het niet. Je maakt jezelf gek.''

Examenvrees is een vorm van faalangst en dat komt onder scholieren veel voor. Volgens onderzoek van KPC Onderwijs Adviseurs heeft één op de vijf eindexamenkandidaten er last van. Bij VWO-leerlingen is dat veertien procent, maar op de Mavo en Havo is dat percentage al 24 en in het voortgezet beroepsonderwijs (voorheen onder meer LTS) kampt zelfs 35 procent met faalangst.

De aandacht voor dit probleem is de laatste jaren toegenomen, stelt Ard Nieuwenbroek, trainer en adviseur bij KPC Onderwijs Adviseurs en mede-auteur van het boekje `Examenvrees: doe er wat aan'. Ruim de helft van de middelbare scholen verzorgt faalangsttrainingen in de examenklassen. In de brugklas doet zelfs 82 procent van de scholen dat. Nieuwenbroek vindt dat een positieve ontwikkeling. ,,Als er aandacht aan wordt besteed, zijn die leerlingen vaak heel goed te helpen. Doe je dat niet, dan kan het probleem steeds erger worden.''

Het allerbelangrijkste voor kinderen met faalangst is de erkenning van hun probleem, zegt Nieuwenbroek: ,,Ze moeten weten dat het geen ziekte is. In feite heeft iedereen last van faalangst'', zegt hij. ,,Een beetje faalangst is gezond. Als je een tikje gespannen op je examen komt, presteer je beter.''

Maar als de faalangst de prestaties belemmert wordt het tijd om in te grijpen. Jobien van Schuppen, lerares beeldende vakken aan het Christelijk Lyceum Arnhem, geeft faalangsttrainingen aan leerlingen die `blokkeren'. Haar cursus bestaat vooral uit ontspanningsoefeningen, studietraining en leren omgaan met spannende situaties. ,,Ze moeten negatieve gedachten herkennen. Ze hebben een proefwerk en denken van te voren: `Ik krijg vast vragen die ik niet weet.' Als ze leren om die gedachten om te zetten in: `Ik zal vast wel een paar goede antwoorden weten', vermindert de angst.'' Nieuwenbroek beaamt dat.

Van Schuppen beseft dat de grote aandacht – ook op haar school – voor faalangst ook een probleem kan kweken. De meeste kinderen die zij begeleidt, zijn geen echte probleemgevallen maar hebben een steuntje in de rug nodig. Zij krijgt slechts bij hoge uitzondering kinderen op bezoek met een ernstige vorm van faalangst. Zoals een jongen die ze vrijdagavond naar de film stuurde, omdat hij niets anders deed dan studeren. ,,In de pauze zat hij te huilen, omdat hij moest denken aan alles wat hij nog moest doen.'' Zulke gevallen stuurt ze door naar professionele hulpverleners.

Anderzijds komen er veel kinderen bij haar die slecht kunnen plannen. ,,Die krijgen een of twee keer een onvoldoende en schrikken zich rot. Hen stuur ik rechtsomkeerd naar de mentor. Als deze kinderen hun huiswerk beter organiseren, verdwijnt de stress.''

Ook Kristien Drijvers, docente beeldende vorming aan het Amsterdams Lyceum, krijgt vaak slechte planners op haar cursus `Ontspannen zijn in examen doen'. De oorzaak van hun komst maakt haar niet uit: het belangrijkste vindt ze dat deze kinderen meer ontspannen en zelfverzekerd worden. Zowel Drijvers als Van Schuppen hebben het idee dat de ouders soms teveel van hun kinderen verwachten. Volgens Nieuwenbroek is dat inderdaad een veel voorkomende oorzaak van faalangst. ,,Het is vaak een onuitgesproken: `Jij zult slagen.' Kinderen voelen dat haarfijn aan en voor sommigen is dat een geweldige druk.'' Hij pleit er dan ook voor om de ouders bij de cursussen te betrekken.

Voor de leerlingen die deze weken eindexamen doen, is het te laat voor een cursus. Hen rest slechts de gang naar de apotheek voor een rustgevend middeltje. Nieuwenbroek raadt betablokkers en tranquillizers af, omdat daarmee niet alleen de stress maar ook de concentratie afneemt. De Slotermeer Apotheek in Amsterdam heeft de laatste weken al behoorlijk wat eindexamenkandidaten aan de balie gehad. De apotheker geeft meestal een homeopatisch kalmeringsmiddel. Nieuwenbroek raadt aan deze pillen mee te nemen en pas in te nemen als het nodig is: ,,Vaak is het idee dat je het bij je hebt al voldoende.''

Maar het blijft moeilijk. Karen Jochems: ,,Ze kunnen dertig keer tegen me zeggen dat het onzin is om je druk te maken voor een examen, maar die angst blijft terugkomen. Als iemand het woord examen laat vallen, heb ik meteen zoiets van: Neeee, ga weg!''