Emoties en ego's bedreigen paars kabinet

Aan weerszijden van het Binnenhof kan morgen het voortbestaan van het tweede paarse kabinet op het spel worden gezet. De spanning loopt op in Den Haag.

Er zijn ernstige politieke meningsverschillen. Er zijn stevige emoties. En er zijn gekwetste ego's. Samen bedreigen ze het voortbestaan van het kabinet. Nog niet eerder verkeerde de tweede paarse coalitie zo in de problemen en nog niet eerder was de uitkomst zo onvoorspelbaar.

Op de agenda staan twee ongelijksoortige onderwerpen: een correctief referendum en een parlementaire enquête. Behalve voor verschil van mening zorgen ze voor uiteenlopende sentimenten. Het is voor alle drie coalitiepartijen een uiterste oefening in crisisbeheersing.

Het gebeurt niet vaak dat de Tweede Kamer en de Eerste Kamer tegelijkertijd voor politieke spanning zorgen. Morgen is zo'n dag. De Eerste Kamer begint 's morgens aan de behandeling van een grondwetswijziging voor invoering van een correctief wetgevingsreferendum. De Tweede Kamer opent enkele uren later een drie dagen durend debat met de enquêtecommissie over het Bijlmerrapport.

In laatste instantie gaat het deze en komende week om slechts enkele vragen, die in elkaars verlengde liggen. Overleeft het kabinet de behandeling in de senaat van het referendum? Zo ja, overleeft minister Borst dan vervolgens het Bijlmerrapport? Zo nee, zal zij dan minister Jorritsma en eventueel het hele kabinet alsnog in haar val meeslepen?

Maar er is meer. De afwikkeling van het correctief referendum en de parlementaire enquête zijn even zo goed bepalend voor de verhoudingen binnen en tussen de drie paarse coalitiefracties. Alledrie hebben ze sinds vorig jaar augustus een nieuwe (politiek) leider. Hun nog prille leiderschap wordt de komende dagen zwaar op de proef gesteld. En, zoals bij het kabinet, valt er ook bij de coalitiefracties een heldere volgorde in de loop der dingen te onderscheiden. Eerst is VVD-leider Dijkstal aan de beurt, vervolgens D66-voorman De Graaf en als laatste PvdA-fractieleider Melkert.

Van Dijkstal wordt verwacht dat hij vijf VVD-senatoren weet te disciplineren tot het steunen van het correctief referendum. Geen van hun stemmen kan worden gemist om de benodigde grondwetswijziging voor invoering van het referendum te helpen aan een tweederde meerderheid. Formeel gezien zijn Dijkstals mogelijkheden beperkt. Als fractieleider in de Tweede Kamer heeft hij weinig directe zeggenschap over de handel en wandel van senatoren.

In de interne cultuur van de VVD kan zwaar uitgeoefende politieke druk bovendien contraproductief werken. Liberale parlementariërs hechten sterk aan hun individuele vrijheid en verantwoordelijkheid. En zeker de vijf senior-senatoren in kwestie.

,,De bende van vijf is nog intact'', sprak een van hen, oud-minister Van Eekelen, gisteren in het tv-programma Buitenhof. Samen met zijn collega's Van Graafeiland, Heijne Makkreel, Verbeek en Wiegel is hij mordicus tegen het correctief referendum. Al wekenlang wordt het dwarse VVD-vijftal door prominente partijgenoten gemasseerd om hun bezwaren niet te hoog op te spelen en uiteindelijk in te slikken. Op z'n minst willen ze duidelijkheid over hoge drempels voor referenda in provincies en gemeenten. Ze willen dat bestemmingsplannen en streekplannen `niet referendabel' worden gemaakt. Ze willen dat internationale verdragen erbuiten blijven.

Het zijn praktische bezwaren die staan naast een levensgroot principieel bezwaar. Het VVD-vijftal vindt dat het referendum niet thuishoort in het Nederlandse staatsbestel. De Haarlemse oud-rechter Heijne Makkreel is daarvan zo sterk overtuigd dat hij over andere bezwaren nauwelijks wil discussiëren. Vooral voor zijn tegenstem wordt gevreesd.

In de VVD-senaatfractie groeit steun voor de gedachte dat de stemming over het referendum maar moet worden uitgesteld. Maar in de volgende week te kiezen nieuwe Eerste Kamer zou de voorgestelde grondwetswijziging al helemaal geen meerderheid halen. Van uitstel zou afstel komen. Dat is bepaald niet de concessie die van D66-zijde te verwachten valt.

Het zal veel stuurmanskunst van VVD-leider Dijkstal vergen om zijn partijgenoten morgen in het gareel te krijgen - wat zich niet bij commando laat realiseren. Het masseren verloopt dan ook via een subtiel geregisseerd spel van `bilaterale' gesprekken en telefoontjes met de dissidente senatoren, waarbij ook senaatsfractieleider Ginjaar, vice-premier Jorritsma, partijvoorzitter Hoekzema en een aantal andere VVD-prominenten betrokken zijn.

Het staat al vrijwel vast dat premier Kok morgen eraan te pas moet komen om het machtswoord in de Eerste Kamer te spreken: het kabinet treedt af als ook maar één VVD-senator zijn stem aan het referendum onthoudt. Aan een dergelijke ontknoping valt nauwelijks te ontkomen nu D66-leider De Graaf vrijdagavond zijn laatste kaart op tafel heeft gelegd. Na een zorgvuldig bewaard stilzwijgen van enkele weken zei De Graaf in het tv-programma Netwerk dat hij het kabinet opblaast als de VVD-senaatsfractie niet en bloc achter het referendum gaat staan. De boodschap heeft in ieder geval één effect: escalatie. Wie de confrontatie zoekt, kan haar krijgen, zo valt de stemming samen te vatten die heerst onder de vijf weerspannige VVD-senatoren.

D66-leider De Graaf speelt alles-of-niets. Verliest hij, dan verliest de hele coalitie en verdampt meteen het hele Bijlmerrapport. Dan zijn er weinig politieke conclusies te trekken voor Kamer en kabinet. Maar wint de coalitie, morgen in de senaat, dan is D66 nog lang niet uit de problemen. Voor de VVD zit de actuele pijn vooral bij het referendum, voor de PvdA bij de Bijlmerramp. D66 zit klem met beide kwesties.

Volgens het rapport van de commissie-Meijer zijn er weinig ambtenaren en politici die geen fouten hebben gemaakt bij de nasleep van de Bijlmerramp. Maar het zwaarst onder vuur ligt D66-minister Borst. Het wordt haar aangewreven dat haar lakse houding een toename van gezondheidsklachten in de Bijlmer heeft veroorzaakt. Al direct na publicatie van het rapport liet Borst weten dat zij aftreedt als de Tweede Kamer deze conclusie overneemt.

Bij de afwikkeling van het Bijlmerrapport speelt PvdA-fractievoorzitter Melkert een cruciale rol. Hij moet laveren tussen drie partijen: het kabinet, Rob van Gijzel en Rob Oudkerk. Het kabinet moet hij overeind houden. Van Gijzel, de aanjager van de Bijlmerenquête, kan hij niet te zwaar afvallen. En commissielid Oudkerk, de zwaarste criticus van minister Borst, moet hij ernstig gezichtsverlies besparen.

Anders dan de coalitiepartijen VVD en D66 kan Melkert zijn pijlen niet eenzijdig op de commissie richten. Anders dan zijn collega's heeft hij in eigen kring te maken met een Bijlmer-sentiment: voor een deel van de PvdA-fractie geldt dat recht moet worden gedaan aan de gevoelens van onrust die bij Bijlmerbewoners zijn ontstaan.

Melkert gaf gisteren in het tv-programma Buitenhof al enigszins aan hoe hij het gaat spelen. Hij demonteert enkele gevaarlijke conclusies uit het rapport. Daarvoor neemt hij zijn premier in bescherming tegen het verwijt dat deze te passief is geweest. Tegelijk wijst hij de kritiek op minister Borst af dat zij verantwoordelijk is geweest voor een toename van gezondheidsklacht.

Het kabinet redden is één, maar de commissie laten vallen is twee. Melkert zal het kabinet en de vakministers Jorritsma en Borst dus op de vingers moeten tikken voor hun ,,reactieve'' houding bij de afwikkeling van de ramp. Het zal er overigens heel precies vanaf hangen in welke bewoordingen Melkert zijn kritiek zal uiten.

In dit soort gevoelige kwesties doet de toon er zeer toe, wil de wederpartij ermee kunnen leven. Het kabinet heeft van zijn kant al een beetje spijt betoond dat het de onrust over de nasleep van de Bijlmerramp heeft onderschat, maar overigens is Kok met zijn collega's heel stellig van oordeel dat de enquêtecommissie veel beweringen doet die niet op feiten zijn gebaseerd. Veel speelruimte voor harde woorden heeft Melkert dan ook niet. Evenmin als collega Dijkstal, die vijf lastige senatoren niet aan de leiband heeft. En als collega De Graaf, die als junior-partner uiteindelijk afhankelijk is van crisisbeheersing elders — bij de PvdA en de VVD.