Coke & harde munt

van een lading cocaïne op Schiphol heeft geleid tot een monetaire crisis in Paramaribo. De recordvangst van 700 kilo cocaïne in een partij Surinaamse groente en fruit – straatwaarde in Nederland ruim vijftig miljoen gulden, opbrengst voor Suriname vijf à tien miljoen gulden – leidde tot een dramatische koersval van de Surinaamse gulden. De Surinaamse centrale bank zit kennelijk zo krap bij kas dat de illegale exportopbrengsten een onmisbare bron van harde valuta zijn. Criminelen die voor de financiering van hun drugsactiviteiten harde valuta nodig hebben, manipuleren volgens de Surinaamse minister van Financiën de wisselkoers. Anders gezegd: monetair beleid in Suriname is drugsbeleid.

Deze hilarische episode, die slechts een precedent heeft in Bolivia in de jaren tachtig, toont twee zaken aan. Ten eerste dat minister Herfkens groot gelijk had toen ze Suriname `volstrekt corrupt' noemde. Kamerleden hadden in een gelukstelegram van president Wijdenbosch aan koningin Beatrix een aanleiding gezien om de hulpbetrekkingen met Suriname spoedig te herstellen.

De tweede constatering is het failliet van het Surinaamse beleid. Want nog afgezien van de niet-ontvangen cocaïne-valuta bedrijft Suriname monetaire financiering op grote schaal. Overheidsuitgaven worden niet betaald met belastingen of leningen, maar door geld te drukken. Een paar jaar geleden gaf dat al aanleiding tot `piramide-spelen' waarbij de goedgelovige spaarders uiteindelijk geruïneerd achterbleven.