Berlijn is slechts een ontruimd decor

Dit jaar vertrekken de Duitse politici uit Bonn. In het zesde deel van een serie over de verhuizing naar Berlijn een gesprek met zakenman en essayist Wolf Jobst Siedler.

Berlijn een wereldmetropool? Berlijn is voor het eerst in de geschiedenis een grensstad, die ,,net zo dicht bij Polen ligt als Aken bij Nederland''. Integratie tussen Oost en West? De deling tussen het arme Oosten van Berlijn en het welvarende Westen ,,is er altijd geweest''. De Neue Mitte? De vernieuwingswoede dreigt het oude, classicistische hart te vernietigen.

Wolf Jobst Siedler windt er geen doekjes om. ,,Door de verhuizing van de politiek krijgt Berlijn een reddingsboei toegeworpen, zodat het niet in zijn eigen banaliteiten verdrinkt.''

Siedler (73), uitgever van de tot het Bertelsmann-concern behorende Siedler Verlag, geldt als de grand old man van Berlijn. Graag omringt hij zich met grote namen. Michail Gorbatsjov heeft bij hem thuis in Dahlem, het Wassenaar van Berlijn, op de sofa gezeten. Oud-bondskanselier Willy Brandt lunchte bij hem in de tuin met champagne en kaviaar. Richard von Weizsäcker, tot 1992 president van de Bondsrepubliek, adviseerde hij bij het schrijven van zijn memoires. En kort geleden vierde hij met de Chinese architect I.M. Pei diens verjaardag.

Siedler is niet slechts een zakenman, maar ook een gedreven essayist. Hij publiceert in Die Zeit en de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Hij is de nestor van de Duitse architectuurkritiek en pocht met beroemde voorvaders als de beeldhouwer Gottfried von Schadow, de ontwerper van de Quadriga op de Brandenburger Tor, en Goethes vriend Carl Friedrich Zelter, de oprichter van de Singakademie.

Het subject van zijn scherpe aanvallen is Berlijn – de stad waarvan hij houdt, en die hij ondanks de naoorlogse deling niet wilde verlaten zoals de meeste van zijn vrienden deden. Nog altijd woont hij in het huis van zijn ouders en grootouders waar hij geboren is.

In zijn jongste boek Phoenix im Sand beschrijft hij de misère en discrete charme van de stad. Hij trekt ten strijde tegen het gezichtsloze bouwen, de troosteloze stalinistische architectuur in het Oosten, die de sporen van het Bauhaus heeft uitgewist. Hij hekelt de naoorlogse architectuur die slechts het muziektheater (de Philharmonie) van Hans Scharoun heeft opgeleverd en de Neue Nationalgalerie van Mies van der Rohe.

,,Berlijn is een decor dat is ontruimd'', zegt Siedler. ,,Door de hereniging en de Umzug krijgt de geschonden stad de kans langzaam weer iets op te bouwen. Maar als de investeerders de vrije hand krijgen voert het platvoerse modernisme de boventoon en wordt Unter den Linden nooit meer een wandelboulevard''.

Zoeken Berlijnse politici, architecten of intellectuelen advies over projecten in de stad, dan leggen zij hun oor te luister bij Siedler. De laatste `grootburger' van de stad wordt hij genoemd. Siedler is een van de weinige echte Berliner. Hij stamt uit een drie eeuwen oude Pruisische Berlijnse familie. Zijn vader was diplomaat in dienst van de keizer, een conservatief, en tegenstander van het nationaal-socialisme, die het met Britse Lords beter kon vinden dan met Duitse dienstmeisjes.

In het `nieuwe' oude centrum van Berlijn zijn ze allemaal verzameld, de klinkende namen van beroemde architecten: Pei die de New Wing ontwierp van de National Gallery in Washington en nu een vleugel voor het historisch museum maakt, Philip Johnson die de AT&T wolkenkrabber in New York maakte, Renzo Piano die Centre Pompidou vorm gaf en voor Daimler-Chrysler in Berlijn het Debis-kantoor op de Potsdamer Platz bouwt. En tenslotte Sir Norman Foster die de Hongkong en Shanghai Bank ontwierp, en de glazen koepel op de Rijksdag heeft gezet.

,,Ik vind het spannend wat ze bouwen. Het zijn allemaal beroemdheden. Maar ze zijn bijna allemaal boven de zeventig jaar. Het is de overwinning van de ouderen. Ontstaat uit deze verzameling grootheden werkelijk het Berlijn van de volgende eeuw?'' De vroegere architecten die hun stempel op de stad drukten zoals de hofarchitect Schinkel, Walter Gropius en Friedrich Gilly waren in de twintig. Waar zijn nu de dertigers, vraagt hij zich af.

Siedler houdt vurige pleidooien voor handhaving van de spaarzame overgebleven gebouwen uit het classicistische Berlijn en voor de wederopbouw van het stadspaleis op de plek waar nu het lelijke Oost-Duitse Palazzo Prozzo (Palast der Republiek) staat. Het Schauspielhaus van Schinkel op het Gendarmenplein is toch het beste voorbeeld, dat je een geweldig mooie kopie kunt maken.

,,Berlijn slaagt erin zichzelf elke dertig jaar te vernieuwen, zo rigoreus worden oude gebouwen neergehaald.'' Wie van de Pariser Platz over de Gendarmenmarkt loopt of van de Belle-Alliance-Platz naar de Alexanderplatz, vindt nauwelijks een gebouw dat ouder is dan vijftig jaar. Aan grote schrijvers wordt slechts herinnerd met plaquettes op huizen, want de panden waar E.T.A. Hoffmann, Theodor Fontaine en Alfred Döblin woonden, zijn neergehaald.

Niet de architectuur, maar de mensen maken een stad, weet Siedler. De tijd dat Berlijn de intellectuele magneet was met een bloeiende joodse gemeenschap, topindustriëlen als Borsig, Telefunken en AEG en bankiers als Rathenau is voorgoed voorbij. Het burgerdom is verdwenen. Nee, weemoedig is hij niet, wel realistisch.

Helmut Schmidt, Hans-Dietrich Genscher, Franz Josef Strauss: vrijwel alle toonaangevende Duitse politici en bondskanseliers hebben hun memoires bij Siedler gepubliceerd. Adenauers correspondentie verscheen er. Voor de publicatie van het provocerende Hitlers willige Vollstrecker door de Amerikaanse socioloog Daniel Jonah Goldhagen deinsde Siedler evenmin terug. Hij bracht reeksen dikke banden uit over de Duitse geschiedenis in het Oosten van Europa en het nationalisme. Zijn visitekaartje is de prachtige Corso-serie met korte essays over Duitsland en Europa.

De uitgever wordt gedreven door het dualisme tussen zijn conservatisme en de intellectuele drang bij de toekomst te willen horen, zei hij eens. Juist daarom vindt hij het bemoedigend dat momenteel een demonstratieve trek plaatsvindt van niet-Berlijners naar het oostelijk centrum van de stad, naar Mitte en de Spandauer Vorstadt. ,,Er zijn zeker 20.000 jonge mensen bijgekomen, pioniers die op zoek zijn naar iets nieuws. Alle interessante mensen uit het Westen trekken naar Berlijn. En waar de intelligente jeugd heentrekt is de toekomst'', zegt Siedler.

Toch vindt hij het een misvatting, dat met de verhuizing van Bonn naar Berlijn ook het politieke gewicht in Duitsland zal verschuiven. Berlijn mag een tikkeltje belangrijker worden. Maar de Bondsrepubliek neemt eerder de vorm aan die het gedurende duizend jaar heeft gehad, de vorm van een regionale lappendeken van deelstaten met steden als München, Hamburg, Stuttgart en Düsseldorf als belangrijke regionale centra. Nee, het oude Berlijn bestaat niet meer. Het nieuwe is in wording. ,,Uiteindelijk draait het niet meer om Berlijn, maar om Europa''.

EERDERE AFLEVERINGEN www.nrc.nl