Vredesconferentie 1999

EEN AGENDA VOOR duurzame vrede en gerechtigheid in de 21ste eeuw. Niets minder was het doel van de internationale vredesconferentie die deze week in Den Haag werd gehouden en vanmiddag is afgesloten. Onder de aansprekende leuzen `vrede is een mensenrecht' en `tijd om oorlog af te schaffen' hebben enige duizenden deelnemers uit de hele wereld, vertegenwoordigers van de meest uiteenlopende maatschappelijke organisaties en nationaliteiten, zich de afgelopen dagen gebogen over een actieprogramma om toekomstige generaties te vrijwaren van de gesel van oorlogen.

De doelstellingen waren radicaal. Niet alleen de vrijwaring van fysiek geweld, maar ook van onderdrukking, uitbuiting en discriminatie. Plus een programma van actiepunten, uiteenlopend van vredeseducatie, protest tegen kernwapens en actie tegen kleine handwapens tot een verbod op de inzet van `kind-soldaten' en de ratificatie van de verdragen voor het internationale strafhof en voor het verbod op landmijnen. Dit zijn stuk voor stuk zinvolle idealen waarvoor goedbedoelende individuen en maatschappelijke organisaties – de `burgersamenleving' – zich inzetten in een wereld die allengs cynischer en harder is geworden. Dat alleen al maakte de Haagse vredesbijeenkomst tot een tamelijk unieke gebeurtenis.

Het moment waarop de conferentie is gehouden, gaf het thema onbedoeld extra actualiteit. Voor het eerst sinds 1945 wordt op het Europese continent weer een internationale oorlog gevoerd. Het militaire bondgenootschap van de Westerse democratieën voert oorlog tegen een nationalistische despoot op grond van humanitaire overwegingen. De bescherming van mensenrechten en het afwijzen van etnische schoonmaak vormen de rechtvaardiging van de NAVO-aanvallen op Joegoslavië. Deze paradox – militair geweld omwille van humanitaire doelen – is de politieke bewegingen die mensenrechten en pacifisme voorstaan, niet ontgaan – zie de worsteling van de Groenen in Duitsland en GroenLinks in Nederland met de Kosovo-crisis. Het antwoord dat naar oorlogspreventie als oplossing van conflicten gestreefd moet worden, is in de machtspolitieke praktijk van alledag nog ver weg.

HONDERD JAAR GELEDEN werd in Den Haag de eerste Vredesconferentie gehouden – in 1907 gevolgd door een tweede en met de intentie om in 1915 een derde conferentie te houden, die door het uitbreken van de `grote oorlog' een jaar eerder nooit plaatshad. De diplomaten legden op deze Haagse Vredesconferenties – waarbij ook besloten werd tot de bouw van het Vredespaleis en tot de oprichting van het Permanente Hof van Arbitrage voor de vreedzame beslechting van geschillen tussen staten – de grondslag tot afspraken om oorlogsvoering aan internationaal aanvaarde rechtsregels te onderwerpen.

Maar het hogere doel van vrede is ijdel gebleven. De twintigste eeuw heeft de bloedigste conflicten en het grootste aantal oorlogen uit de menselijke geschiedenis opgeleverd. Niet alleen twee wereldoorlogen en tientallen grote en kleinere regionale oorlogen, maar ook de gruwelen van burgeroorlogen en de binnenlandse uitroeiing van bevolkingen. De Sovjet-Unie (onder Stalin) en de Volksrepubliek China (onder Mao Zedong) hebben bijna net zoveel slachtoffers in eigen land gemaakt als de slagvelden en vernietigingskampen van de Eerste en Tweede Wereldoorlog samen.

De menselijke tragedie die de 20ste eeuw is geweest, was het gevolg van totalitaire ideologieën. En van de industrialisatie van het geweld: naarmate wapens technisch geavanceerder zijn, op grotere schaal worden toegepast en goedkoper worden (dus makkelijker zijn aan te schaffen), is hun uitwerking massaler. Een simpel verbod op handwapens had het bloedbad op de highschool in Colorado vorige maand kunnen voorkomen. Door beperkingen op wapenverkopen zouden bij de burgeroorlogen die derdewereldlanden chronisch teisteren, minder doden vallen en zou, wellicht, de omvang van de conflicten beperkter blijven.

DEMOCRATISCHE rechten, economische welvaart, de afwezigheid van totalitaire (wereldse of religieuze) ideologieën, respect voor mensenrechten, de aanwezigheid van een rechtsorde – dit alles draagt in belangrijke mate bij aan duurzame vrede. De kaart van de bloedigste conflicten van deze eeuw die deze krant anderhalve week geleden publiceerde, illustreert dat de oorlogen van de tweede helft van de 20ste eeuw zich vrijwel zonder uitzondering afspeelden in gebieden waar fanatisme, onderdrukking, overbevolking, economische misère en gebrek aan vrijheid heersen.

De Haagse vredesconferentie van 1999 liet te midden van de dagelijkse gewelddadigheden een sprankje hoop zien. Niet alleen de gevestigde machten van overheden, maar de burgerlijke samenlevingen, de bewegingen en organisaties van burgers, moeten in de komende eeuw de basis leggen voor vreedzame oplossingen van conflicten. Dat is een idealistisch perspectief. Maar het is ook een houvast om te voorkomen dat de 21ste eeuw wat gewelddadigheden betreft een voortzetting wordt van de bijna voorbije bloedige 20ste eeuw.