Vermoorde onschuld

De engel is gevallen, en dat komt hard aan in een katholiek land. De Belg Frank Vandenbroucke mag nog tien keer Luik-Bastenaken-Luik winnen, de glorie ligt achter hem. Hij is gereduceerd tot een chemisch product op een zadelpen. De toekomst is een gebroken carrière, een gebroken leven.

Koningskinderen kunnen hun ondraaglijk lot toevertrouwen aan gebedsgenezers of aan dolfijnen zonder dat het volk hikt, maar als een renner de hulp inroept van een dubieuze paardenfokker met homeopathische fantasietjes sterft het aureool. De vedette van de fiets wordt dan van de ene dag op de andere verdachte.

De belijdenis van schuld van Vandenbroucke was wel een ontroerend moment in de wielerhistorie. Ja, hij had zijn lichaam afgestaan aan een goeroe. Ja hij had aan een infuus gelegen zonder zich de vraag te stellen of er suikerwater dan wel EPO werd toegediend. Ja hij was een `naïef kieken' dat zich blindelings had onderworpen aan een dokter die geen dokter was, aan een homeopaat die geen homeopaat was, aan een vader die geen vader was. Kampioenen hebben nou eenmaal een labiel hoofd en zijn gevoelig voor charmezangers. Niets is irrationeler dan de vorm van de dag. Voor wielrenners is twijfel een religieuze houding. Als dan een wat oudere dokter Mabuse met herderlijke allure en een indrukwekkend foto-palmares zich als een granieten houvast meldt, tsja dan worden wielrenners beate gelovigen. Wielrennen is een katholieke sport en is wanhoop ook niet het epicentrum van Lourdes? Welaan dan.

Waar was opeens de superioriteit van de winnaar, de bravoure van het weergaloze talent? Frank Vandenbroucke wordt door de Belgische media al een paar jaar ingejubeld als het eerste godswonder na Eddy Merckx, als de nieuwe kannibaal, als het niet getatoeëerde volkslied voor volk en vaderland. Hij wist het. Hij bespeelde de wereld met Nieuwspraak. De kranten juichten: eindelijk nog eens een Belgisch wielrenner die geen knechtentaal spreekt. Vandenbroucke was hot en hip en nog miraculeuzer: een mens door God zelve geschapen.

Hij was nog net engel genoeg om niet te huilen op die dramatische persconferentie. Engelen hebben geen tranen. Maar hij zat er wel als een geslagen hond, suf en duf door de ontmaskering van de Franse justitie. De jonge bink was een schim van zijn eigen verleden, alsof hij in een ander lichaam leefde. De agressieve yup van het peloton werd een stotterende puber met liefdesverdriet. Hij nam de vluchtroute van iedere schlemiel: de hypocrisie.

We leven in het tijdperk van die van de pil. Viagra, feministische lustpillen, de pil tegen geheugenverlies, pillen om te slapen en pillen om wakker te worden, de halve wereld slikt zich te pletter. Morele bezwaren? Natuurlijk niet: de farmaceutische industrie wordt sinds jaar en dag door de politiek gecoiffeerd. En heeft in onze orgieën van democratie niet iedereen recht op feest in de broek en feest in het bed?

Feest op de fiets mag niet. Renners die aan het spul zitten worden als criminelen achtervolgd. De ethische norm ligt in de sport hoger dan in de maatschappij. Want sport is een bezigheid voor jongens en meisjes van gewone komaf en die horen met minder leut in het leven te staan. Als het klootjesvolk de schater krijgt, wankelt de democratie.

Doping und kein Ende. De opeenvolgende generaties snellen van leugen naar leugen, van maskerade naar maskerade. Iedereen deelt in de leugen. Het hele milieu volgt de strakke lijnen van de het oude post-oorlogsdilemma: goed of fout? Een enkele sukkel is fout, de rest is goed.

Waarop wachten de renners eigenlijk nog? Waarom niet een collectieve schuldbekentenis: ja, wij allemaal hebben wel eens iets gebruikt dat op een verboden lijst staat. Als het hele peloton unaniem zou toegeven dat niemand zonder doping is, dan zouden die Franse junkjagers een gigantisch cellentekort hebben. Einde heksenjacht. Waarom zeggen Van Steenbergen, Van Looy, Merckx, Godefroot, De Vlaeminck, Hinault, Gimondi, Delgado, Indurain, Ullrich, Boogerd en Hoffman niet in koor dat ook zij ooit gebruikt hebben? Niemand durft het, niemand doet het. Het sprookje moet groter blijven dan de legende. En dus sterven we met zijn allen aan de mooiste der sporten. In vermoorde onschuld.