TECHNISCHE H.GEEST

IN HET NOORDEN van Ghana hebben ze een borstbeeld voor hem opgericht en een technische school naar hem vernoemd, maar broeder John van Winden heeft het nooit met eigen ogen aanschouwd. In 1989 is hij uit Ghana weggegaan, na de zoveelste bloedige coup. Hij kon het niet meer aan. Z'n eigen herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog begonnen op te spelen. Als achtjarig jongetje maakte hij mee dat zijn huis werd gebombardeerd en dat hij met zijn familie moest vluchten. Ook nu, als hij de stromen vluchtende Kosovaren ziet, grijpt het hem naar de keel. ``Het is zo'n onrecht. Het overkomt je en ineens ben je niets meer.'' Natuurlijk zou hij teruggaan naar Ghana als hij was opgeknapt, maar het is er niet meer van gekomen. ``Het was een enorm gevecht'', vertelt hij. ``Ik heb nooit afscheid genomen van de mensen met wie ik jarenlang heb samengewerkt. Dat vind ik heel erg.''

Elke ochtend zit de nu 66-jarige broeder Van Winden achter zijn computer op de asielzoekerschool WereldWijd in het Zuid-Limburgse Eckelrade. Veel eisen heeft hij nooit gesteld, maar toen hem gevraagd werd om zijn leergangen metaal, timmeren en metselen in modules vast te leggen ten behoeve van het vluchtelingenonderwijs, heeft hij daarin toegestemd op voorwaarde dat hij de kamer met het mooiste uitzicht zou krijgen. Het panorama van het Limburgse heuvellandschap is inderdaad adembenemend. ``Eigenlijk heb ik hier langzamerhand een beetje de pest aan'', zegt hij, wijzend op de stapel cursusboeken die voor hem op tafel ligt. ``Liever zou ik met de vluchtelingen zelf aan het werk zijn. Lesgeven is zo heerlijk. Als je iets uitlegt en je ziet dat die ogen gaan schitteren, dan weet je dat ze het doorhebben.''

Eigenlijk maakt Van Winden het werk af waar hij eind jaren vijftig als missionaris in Sierra Leone en later Ghana mee begon. Als twintiger werd hij daarheen gestuurd door zijn congregatie. ``Ik sprak geen woord Engels en het enige dat ik te horen kreeg was dat er gevaarlijke slangen waren en dat het gebied als het `graf van de blanke' werd beschouwd.'' In Sierra Leone werkte hij mee aan de bouw van een kostschool. Hij maakte zelf de tekeningen, maar was de enige die ze kon lezen. Vaklui waren er niet. ``Toen dacht ik al meteen: die moet je hier gaan opleiden.''

Het hoogste diploma dat Van Winden zelf ooit heeft gehaald is dat van gezeltimmerman. Als dertienjarig Haags jongetje vertrok hij naar Maastricht waar hij zich aansloot bij de congregatie van de Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis, ook wel de Broeders van Maastricht genoemd. ``Ik leerde daar het timmervak, maar examens doen en verder leren was er niet bij'', vertelt hij. ``We moesten vooral eenvoudige mensen blijven.'' Later mocht het wel, en een aannemer had nog eens bij de broeders er op aangedrongen `dat ze die knul verder moesten laten leren', maar toen ging hij al bijna naar Afrika. Na een paar jaar Sierra Leone werd Van Winden naar het noorden van Ghana gestuurd door zijn congregatie. Daar zou hij meer dan twintig jaar blijven en het hele technische onderwijs opzetten, inclusief de lesmethodes en officiële examens die nu nog steeds gebruikt worden.

Aangekomen in Ghana ontdekte Van Winden dat de hele bouwsector in handen was van Libanezen en omdat verder niemand iets kon was de plaatselijke bevolking aan hen overgeleverd. Hij moest er een grote technische school uit de grond stampen, het onderwijssysteem zou op Engelse leest geschoeid zijn. Maar broeder Van Winden had al snel door dat niemand daar iets mee zou opschieten, want waarom zou je in Ghana de leidingen zoveel inches onder de grond leggen vanwege bevriezingsgevaar? En waarom zou je speciale stolpjes in de vensters aanbrengen? Omdat het in Engeland zoveel regent? Van Winden heeft als religieus de gehoorzaamheid altijd hoog in het vaandel gehad, maar sommige dingen kon hij niet voor zijn rekening nemen. De Heilige Geest was hem welgezind, vertelt hij, en de drie Britse broeders vertrokken weldra, zodat hij alleen overbleef.

De plaatselijke bisschop was het er mee eens dat hij afstand nam van het Engelse schoolsysteem en het onderwijs zou afstemmen op de plaatselijke behoeften en mogelijkheden. Er kwam een school zonder machines, want elektriciteit was er niet. Examens waren er aanvankelijk ook niet, maar de belangstelling van de plaatselijke jeugd was groot. Van Winden verdiepte zich in het leven en de religie van de Ghanezen en als hij sommige dingen niet snapte wist een Ghanese vriend, wiens vertrouwen hij had gewonnen, precies uit te leggen hoe het in elkaar zat. Langzamerhand werd hem één ding duidelijk: hij moest alles wat hij de jongens leerde over rural building in boeken vastleggen, want anders zou het verwateren. Duizenden technische tekeningen heeft Van Winden gemaakt, allemaal met de hand. Eerst in potlood, daarna op transparanten in inkt. En altijd eerst een driedimensionale voorstelling, en dan pas het platte vlak. En weinig tekst. ``Want'', zegt Van Winden, ``het plaatje zegt tachtig procent, de tekst is voor velen een zwarte balk.'' Later volgde nog leergangen metaal en metselen.

Steeds bleef Van Winden zich het vaste rijtje vragen stellen: is het economisch haalbaar, klopt het volgens de religieuze opvattingen, is het gereedschap voorradig om het uit te voeren, komt het overeen met de wensen en de gebruiken van de plaatselijke bevolking. En altijd had hij een klas met leerlingen voor ogen. Ze staken hun vinger op en stelden hem voortdurend vragen. Op alles moest hij een antwoord kunnen geven. Van Winden loopt naar de kast en haalt de oorspronkelijke boeken te voorschijn, tientallen jaren werk zit er in. Zijn leergangen worden nog steeds uitgegeven en gebruikt tot in Chili en India toe, zo eenvoudig en universeel zijn ze van opzet.

Hij had groot succes met zijn technische scholen in Ghana. Hij trok met zijn lesmethodes naar het zuiden, naar de hoofdstad Accra en de regering zegde hem ondersteuning, officiële examens en diploma's toe. ``De jongens stonden in rijen voor de scholen die inmiddels ook metaalafdelingen hadden waar ze onder meer waterpompen en meelmolens leerden maken.'' Ook de onderwijzers die zelf nog onder het Engelse systeem waren opgeleid, werden door Van Winden bijgeschoold. Voor de leerlingen die klaar waren met school werd een service center opgericht van waaruit ze gesteund werden kleine coöperaties op te zetten. ``Er bestaan nu dertig van die coöperatieve bedrijfjes die alle scholen en huizen in het gebied bouwen. Er is geen Libanees meer te bekennen.'' Van Winden is bescheiden over zijn bijdrage aan het onderwijs in Ghana. Wat hij zijn belangrijkste verdienste vindt is dat de mensen vertrouwen in eigen kunnen hebben gekregen. ``Dat ze niet meer denken dat alleen the white man zoiets kan.''

Toen bleek dat hij niet meer terug zou gaan naar Ghana lanceerde Van Winden het idee om een zieltogend fietsenproject voor de Derde Wereld in Eckelrade om te bouwen tot opleidingsinstituut voor asielzoekers. Omdat de Nederlandse overheid erg terughoudend reageerde en vanwege `de aanzuigende werking' al helemaal niet wilde dat de vluchtelingen in het Nederlands les zouden krijgen, konden de in het Engels geschreven lesmethodes van Van Winden zo uit de kast getrokken worden. De Broeders van Maastricht fourneerden ruim een ton en al snel meldden zich vele asielzoekers en vrijwilligers aan.

Het WereldWijd-project bestaat nu tien jaar en heeft overheidssteun gekregen, op voorwaarde dat de lesmodules van Van Winden ook voor andere in het land beschikbaar komen. En dat ze in het Nederlands geschreven zijn, zodat de cursisten onderwijl ook de taal onder de knie krijgen. Dus dat heeft broeder Van Winden ook nog in zijn leergangen verwerkt. Op verschillende plaatsen in het land worden nu initiatieven genomen om opleidingen op te zetten, waar asielzoekers internationaal erkende vakdiploma's halen. Intussen bereidt de broeder zich voor op een nieuw project. Vlak om de hoek bij zijn kloosterorde in het centrum van Maastricht wordt een huis gerestaureerd waar mensen terechtkunnen die het moeilijk hebben en met levensvragen zitten. ``Ik ga daar zitten en luisteren'', zegt Van Winden. ``Dat is mijn laatste werk.''