Straf op werk

Honderdduizenden kelners en krantenjongens, schoonmakers en verkoopsters hebben in Duitsland hun baan opgezegd. Sinds 1 april zijn de `mini-jobs' –tot een salaris van 630 mark– niet langer vrijgesteld van belasting en premies. De regeling komt uit de koker van de sociaal-conservatieve linkervleugel van de SPD. Maar de `moderniseerders' van kanselier Schröder hebben de tegenaanval ingezet.

`Dit is een ramp. Eine reine Katastrophe.' Sinds twee jaar bezit Ursula Linke-Buchholz het restaurant Tantalus in de Oost-Berlijnse wijk Prenzlauer Berg. Zij heeft zeven medewerksters die op afroep helpen kelneren: vrouwelijke studenten, allen tussen de 22 en de 28 jaar oud.

De serveersters hebben een 630 mark-job, een Duitse lagelonenbaan. Hun brutosalaris wordt netto uitbetaald: elke maand 630 mark in de hand voor een paar uur onregelmatig werk per week. De werkgever draagt twintig procent belasting af, de werknemer hoeft geen belasting en sociale premies te betalen.

Per 1 april is dit veranderd. Voor parttimers zonder vaste betrekking gelden nieuwe regels. Er worden sociale premies geheven; wie een aantal kleine banen naast elkaar heeft, moet belasting betalen. Slechts wie maximaal twee maanden of vijftig dagen per jaar werkt, blijft ongemoeid. De regeling is opgesteld door de rood-groene regering van bondskanselier Gerhard Schröder die sinds oktober 1998 regeert.

Officieel staan bij het Statistisches Bundesamt, het Duitse Centraal Bureau voor de Statistiek, 2,5 miljoen minibanen geregistreerd: 8,5 procent van alle werknemers. Officieus loopt het cijfer op tot bijna 6 miljoen. Restaurants, taxibedrijven, advocatenkantoren, tankstations, begrafenisondernemers, koeriers en kappers draaien op lagelonenbanen. In het oosten heeft 12 procent van de werknemers een minibaan, in het westen 7 procent. Tendens stijgend.

Het idee om de 630 mark-banen te belasten, stamt uit de koker van de sociaal-conservatieve linkervleugel van de SPD, die op de Duitse vakbeweging leunt. Deze `traditionalisten' verdedigen het oude Rijnlandse model van de sociale welvaartsstaat. Ze koesteren de gesloten hogeloneneconomie die de insiders op de arbeidsmarkt beschermt en werkloze outsiders weert.

De SPD heeft de slecht betaalde McJobs de wacht aangezegd. `Amerikaanse toestanden' zijn in Duitsland met zijn gereguleerde arbeidsverhoudingen niet gewenst. Om de hoge collectieve lastendruk te verminderen en de insiders de vruchten te laten plukken van de gezondheidszorg, wil minister van Arbeid en Sociale Zaken Walter Riester de kosten voor de sociale zekerheid over zo veel mogelijk werknemers spreiden. In ruil daarvoor krijgt iedereen een pensioen.

Riester bevindt zich in een lastig parket. Veel werknemers aan de onderkant van het loongebouw hebben meerdere minibanen. Zij moeten nu zowel sociale premies als loonbelasting afdragen. Daardoor blijft niet veel meer over dan 370 mark in de maand. Te weinig om van te leven, te studeren of voor te werken.

,,Mijn medewerksters hebben er genoeg van. Ze willen kappen'', zegt Ursula Linke-Buchholz in haar restaurant aan de Knaackstrasse, tegenover de watertoren waar vroeger de Gestapo onwillige buurtbewoners folterde. Zij is 41 jaar en komt uit het westen van Duitsland. Om de hoek houden twee agenten de wacht voor de synagoge van Prenzlauer Berg, een trendy uitgaansbuurt, waar restaurants, cafés, galeries en Tante-Emma-winkels elkaar afwisselen.

Zoals het er nu naar uitziet, is Linke-Buchholz binnenkort alleen over in haar etablissement. Ze neemt een snelle trek van haar filtersigaret. Hoe zij het hoofd boven water moet houden, weet ze niet. ,,Mijn personeel is vertwijfeld'', zegt ze. ,,Ik ook.'' Studenten die een enkel baantje hebben, komen op straat te staan. Zij die hun studie met meerdere baantjes financieren, moeten belasting betalen. ,,Ik kan niet harder werken dan ik doe. Vast personeel kan ik niet betalen. Ik heb al schulden gemaakt, omdat we een slecht zomer- en winterseizoen hadden. En niemand kan me uitleggen hoe de formulieren moeten worden ingevuld.''

De nieuwe regeling heeft een storm van protest losgemaakt. De deskundigen zijn ontzet, het bedrijfsleven loopt storm. Nu de eerste salarisstrookjes zijn uitgedeeld, hebben honderdduizenden werknemers met een lagelonenbaan hun betrekking opgezegd. Begin deze week sloeg de overkoepelende organisatie van Kamers van Koophandel DIHT alarm.

Volgens de Kamers staan 800.000 banen op de tocht. Het zondagsblad Welt am Sonntag houdt het op minstens één miljoen banen die verdwijnen. De Kamers hielden een enquête onder 7.700 werkgevers. Ze concludeerden dat het aantal 630 mark-jobs binnen twee maanden met 28 procent is gedaald. Naar schatting 300.000 schoonmakers van kantoren dreigen hun werk te verliezen, 200.000 kelners komen op straat te staan, evenals 150.000 werknemers in de detailhandel en 60.000 krantenbezorgers. Bij Peter Dussmann, die een dienstverleningsketen in Berlijn leidt en een bekende boekhandel in de Friedrichstrasse heeft, kwamen binnen een week honderden ontslagbrieven binnen. Tweeduizend van de 25.000 medewerkers bij Dussmann hebben een 630 mark-baan.

In de detailhandel, bij musea, pizza-koeriers, kappersbedrijven en uitgeverijen woedt een kaalslag. Bijna de helft van de krantenbezorgers in Berlijn heeft opgezegd. Als er niets verandert, verdwijnt 40 procent van de minibanen. Kleine bedrijven met minder dan twintig werknemers zijn het zwaarst getroffen. Zij verliezen de helft van hun personeel. Nieuw werk wordt niet geschapen, omdat de loonkosten in Duitsland structureel te hoog zijn. Het aantal overuren neemt toe. Een drama voor de Duitse economie, die toch al kampt met een werkloosheid van ruim 4 miljoen en een structureel tekort aan vast werk.

Voor de oppositie is het tumult rondom de minibanen gefundes Fressen. Om de campagne voor de Europese verkiezingen te ondersteunen, verkocht Guido Westerwelle, de secretaris-generaal van de conservatief-liberale FDP, op een zondagmorgen als `mini-jobber' broodjes in een bakkerij te Bonn. Maar ook Schröders groene coalitiepartner is van mening dat de regeling een averechts effect heeft en tot een grote vlucht in het zwarte circuit zal leiden.

Het is paradoxaal. De Bondsrepubliek mag achterlopen met de flexibilisering van haar economie en officieel slechts weinig parttimers of uitzendkrachten tellen, in werkelijkheid drijft de dienstverlenende sector allang op vele verborgen banen aan de onderkant. Deze stille reserve is een unieke buffer in een starre arbeidsmarkt. Als zij – zoals in Nederland gebeurt – in de werkgelegenheidsstatistieken werd meegeteld, was de werkloosheid in één klap verdwenen.

Duizenden studenten, huisvrouwen, bijklussende mannen en gepensioneerden zijn van slag. Juist zij zijn de kleine Leute die op Schröder hebben gestemd. Ze sjouwen met enorme pullen in een Biergarten, leiden naast hun eigenlijke beroep zangkoren of een sportclub, verkopen schoenen of kruipen op onchristelijke tijden achter het stuur van een taxi. Hun motivatie is verdwenen, hun levensdoel onderuit gehaald.

,,Waarom zou ik extra presteren'', zegt Jürgen Anker (47) uit het Oost-Berlijnse Lichtenberg. Naast zijn vaste baan voor een schoonmaakbedrijf, klust hij voor 630 mark per maand bij met het onderhoud van een tennispark. Vorig jaar stemde hij op Schröder, vier jaar eerder koos hij nog de christen-democraat Helmut Kohl. Maar die schiep geen banen en moest worden vervangen door een ander gezicht. Nu betreurt Anker zijn stemgedrag: ,,Rood-groen beloofde de werknemers te zullen ontlasten. Maar door de milieuheffing wordt alles duurder. Ik word gestraft omdat ik werk. Had ik maar weer op Kohl gestemd.''

Bondskanselier Schröder heeft de ernst van de situatie onderkend. Niet voor niets was `werk, werk, werk' de doorslaggevende leus waarmee hij op 27 september de verkiezingen in zijn voordeel wist te beslissen. Begin deze maand trachtte Schröder de Bondsdagfractie van de SPD ervan te overtuigen, dat aanpassing van de wet op de 630 mark-jobs gewenst is. Hij moest inbinden. Zelfs fractieleider Peter Struck greep niet in, toen de kanselier zijn tanden stuk beet op de traditionalisten in de fractie die van geen wijken willen weten.

Intussen zijn Schröders `moderniseerders' in de tegenaanval gegaan. Zij hebben zich geschaard rondom Kanzleramtsminister Bodo Hombach. Afgelopen maandag werd het plan gepresenteerd dat een groep deskundigen voor Hombach heeft ontworpen. Zij willen de arbeidsmarkt aanjagen door lagelonenbanen juist te subsidiëren. De staat moet de premies voor banen tot 1.500 mark per maand geheel en tot 2.800 mark gedeeltelijk op zich nemen. Ook dit idee, dat 1,9 miljoen banen zou scheppen, oogstte een storm van kritiek – de zoveelste patstelling in Bonn.

De discussie over de 630 mark-banen heeft allang de grenzen overschreden van een meningsverschil tussen de realisten en de sociaal-conservatieven in de SPD. Zij raakt de kern van het Duitse denken over de staat als vaderlijke beschermer van het collectief. Ze ondermijnt de utopie van een maatschappelijke volksverzekering tegen elke kwaal en tegenslag.

Tegelijkertijd gaat zij voorbij aan de veranderingen die zich de laatste tijd in het bedrijfsleven en onder de Duitse bevolking hebben voltrokken. Ook in Duitsland is het afgelopen met de sociaal beschermde baan-voor-het-leven in de industrie. Juist in de dienstverlenende sector worden de lagelonenbanen geschapen voor jeugdige werknemers die geen zin meer hebben om altijd voor één baas te werken en ooit voor zichzelf willen beginnen.

Belangrijker dan deze ideologische context, is de omstandigheid dat de Duitse staat momenteel dringend veel geld nodig heeft. De huishoudsituatie is erbarmelijk: resultaat van zestien jaar chequeboekdiplomatie door Helmut Kohl en de herverdelingspolitiek van Oskar Lafontaine. Dertig miljard mark, tachtig miljard mark, niemand weet hoe groot de gaten in de begroting werkelijk zijn. Elke dag worden nieuwe belastingtegenvallers gemeld. Intussen dreigen de kosten voor de sociale zekerheid onbeheersbaar te worden.

Minister van Financiën Hans Eichel, die Lafontaine opvolgde, heeft voor een streng bezuinigingsbeleid gekozen. Of hij zijn zin kan doorzetten, is de vraag. Terwijl de ondernemersorganisaties, de oppositie en de Groenen steen en been klagen over de wurggreep waarin de `mini-jobbers' terecht gekomen zijn, stelt de Duitse vakbeweging zich weigerachtig op. Vooral voorzitter Dieter Schulte van de machtige DGB (Deutscher Gewerkschaftsbund) wil niets weten van een versoepeling voor de omstreden 630 mark-banen.

Nog heeft Gerhard Schröder een kans. Bij de besprekingen in het kader van het Bündnis für Arbeit, de naar Nederlands model opgezette onderhandelingen tussen de sociale partners die op 6 juli worden voortgezet, staat naast de geplande belastinghervorming ook het thema deeltijdwerk en lagelonenbanen op het programma.

Het één kan niet zonder het ander: volgens Schröder zijn de belastinghervorming en de flexibilisering van de arbeidsmarkt `kernelementen om de economie te doen opleven'. Nog voor de zomerpauze wil hij resultaten zien. Tot die tijd doet adviseur Hombach zijn uiterste best de bonden ervan te overtuigen, dat ze zich inschikkelijk moeten opstellen.

Op 31 mei kan de kanselier vast een voorproefje verwachten van de gebundelde volkswoede. Tegenstanders van de wet op de 630 mark-banen komen naar Bonn. Onder de neus van de kanselier willen ze demonstreren tegen de archaïsche inflexibiliteit die het veelgeprezen Modell Deutschland anno 1999 bevangen heeft.