Schoffelvocht

LANGE BRIEF uit Groningen, alweer bijna een jaar geleden ontvangen, maar nog niets van zijn fleur verloren. Lezeres A.K. vraagt eens mee te denken over een `anomalie' in de wereld van het tuinadvies. Menigeen, zelfs binnen de Royal Horticultural Society, schrijft zij, adviseert te zaaien in een tevoren natgemaakte voor en daarna het zaad af te dekken met droge losse grond en – juist bij aanhoudend droog weer – het zaad tijdens de kiemperiode niet nat te houden. Pas als er gekiemd is, mag er weer gegoten worden. Het argument is dat de droge losse grond als een soort `mulch' het zich eronder bevindende vocht vasthoudt.

Anderzijds, schrijft Groningen, wordt in het algemeen aangeraden onbedekte tuingrond na regen te schoffelen, zodat zich een droog laagje kan vormen dat het vocht langer in de bodem houdt. Zo zouden de verticale opstijging en verdamping worden onderbroken. Maar lezeres durft niet uit te sluiten dat schoffelen de verdamping juist versterkt en dat het aanbrengen van losse droge grond op een benatte zaaivoor de verdamping bevordert. Ze komt er niet meer uit.

Het eigenaardige in de brief zit 'm in het gebruik van het woordje `anderzijds' waar de onvoorbereide buitenstaander eerder het woordje `bovendien' had verwacht. Er is zo te zien helemaal geen tegenspraak tussen de twee adviezen. Een los droog laagje, gestort of geschoffeld, bovenop vochtige grond vertraagt de verdamping uit die natte grond.

De vraag is: zou het waar zijn, zou het praktisch wat voorstellen. De wereld van het tuinadvies zit vol overlevering, bijgeloof en homeopathische filosofie. Hij wordt gedomineerd door lieve, oude mevrouwen die het reuzegoed menen maar er nooit toe komen eens de proef op de som te nemen. Mevrouwen, zou je willen zeggen, doe eens zaad in een bed dat je wèl nat houdt, of doe er eens géén losse, droge grond op. Dan zie je het verschil vanzelf. Hoef je geen brieven te schrijven, niks. Maar ze doen het niet.

Daarom is deze week begonnen aan eigen onderzoek terzake. Met het oog op de goede reproduceerbaarheid, en praktisch gehandicapt door de afwezigheid van een AW-tuin, is besloten als remplaçant voor voren en bedden plastic bakjes met potgrond op de vloer van een onverwarmde, goed doorluchte maar onbewoonde woonkamer te plaatsen. Langs die vloer staat een stevige tocht.

Albert Heijn leverde polystyreen soepkommen met een diameter van 11 centimeter en een gewicht van 6 à 7 gram. De potgrond kwam van de Hema en was al enige weken in huis. Twaalf bakjes werden gevuld met 100 gram potgrond en kregen er met een maatpipet 30 ml water achteraan. Na het doorroeren werd de grond met de bodem van een beker licht aangestampt. Vervolgens is in zes bakjes de toplaag weer tot op een diepte van twee centimeter losgewerkt met het haakeind van een fietsspaak: de schoffel. Alle proefobjecten kregen 2,5 etmaal verdamptijd.

Op gezette tijden werden de bakjes gewogen op een brievenweger die zelf weer met een messing gewicht werd geijkt. Het verdampen leverde al binnen een paar uur een meetbare gewichtsafname op en het was een prettige verrassing te zien hoe identiek en constant de veranderingen in de twee soorten bakjes waren. Na 2,5 etmaal was uit de aangestampte bakjes gemiddeld 24,7 gram (of 24,7 ml) water verdampt, uit de geschoffelde maar 23,2. De spreiding was zo minimaal dat het verschil significant lijkt. Schoffelen helpt! Of althans: een beetje. Dat is te zeggen: bij potgrond, wat een soort turf is.

Zoals dat gaat kwam pas na verloop van tijd de gedachte op om ook eens een andere grondsoort te onderzoeken. Zand bijvoorbeeld, want ook dat is in zakken te koop. Een drukbeklante aquariumwinkel waar allerlei griezelige vissen naar lucht hapten leverde 2,5 kilo zand voor 2,50 gulden. `Techni Pond', zei de verpakking, die zich verder in alle moderne talen op de vlakte hield.

Het zand werd op dezelfde wijze behandeld als de turf, zij het dat er steeds aan 250 gram zand 40 ml water werd toegevoegd. Opmerkelijk daarbij was hoe gretig het zand het vocht opnam. In de blonde duinen, niet ver van de zee, zie je vaak dat regen, zelfs harde regen, niet dieper doordringt dan de bovenste centimeter duinzand – een wonderlijk, slecht beschreven verschijnsel dat de horticulari kennelijk nog niet is opgevallen.

Het aquariumzand heeft, door de late start, niet langer dan een etmaaltje kunnen verdampen. Daarbij trad een gewichtsverlies op van 9,9 gram. De verrassende conclusie is dus dat uit vochtig zand per tijdseenheid precies evenveel water verdampt als uit vochtige potgrond. Een andere, maar voorlopiger conclusie is dat schoffelen in zandgrond geen waterconserverend effect heeft. Misschien herstellen de zware zandkorrels weer snel het capillaire systeem, misschien heeft de proef te kort geduurd. De observatie strookt niet helemaal met de ervaring van de zeebadgast die toch al dicht boven de laatste vloedlijn droog zand aantreft.

De moderne mens plaatst de waarnemingen graag in perspectief. Dat kan: volgens hand- en naslagboeken is de zogenoemde openwaterverdamping in Nederland in de maanden mei, juni en juli gemiddeld maandelijks zo'n 100 à 120 mm. Dat is per dag en per cm² zo'n 0,35 à 0,4 ml. Uit de plastic soepkommen had dus, als ze met water waren gevuld, per etmaal ongeveer 35 ml water moeten verdampen. Het is jammer dat dit niet ook gemeten is, maar toch bestaat, ook op grond van andere overwegingen wel enig vertrouwen dat de soeptuintjes een redelijk model waren voor de horticulturele tuin. Goed beschouwd is een koffiefilter met nog vers, nat koffiedrab ook al een redelijke model. `t Zou best kunnen dat het indrogen van het drab meetbaar is te vertragen door er een dun laagje vers (dus droog) koffiemaalsel op te strooien. En omgekeerd: dat het indrogen weer versnelt als het maalsel wordt aangedrukt of in plaats daarvan even wordt benat. Dan is er weer capillair contact, om het zo eens te zeggen. Eén ding staat vast: zelfs dit zijn geen proeven waaraan de tuinmevrouwen hun handen vuil maken.