Rood

Asuncion Garmendia (79) is een beroepsoverlevende. Ze hoort bij de Baskisch-nationalistische groep van overlevenden, en dat is andere koek dan de overlevenden van die slappe Eurovredesgroep op het plein. Dat moet eerst even duidelijk gesteld worden.

Asuncion is nu een kleine grijze dame, maar op die 26ste april van 1937 was ze een mooie meid van zeventien. ,,Ik werkte in de wapenfabriek'', vertelt ze. ,,We maakten bommen, halve maantjes noemden we die dingen, net grote wafels waren het. Het was maandag, marktdag. Er waren wachtposten op de bergen en als die vliegtuigen zagen, vlagden ze naar een wachtpost op de kerktoren. Die begon dan de klok te luiden, en dan namen de fabriekssirenes dat over. Zo werkte hier het luchtalarm. Maar die middag gingen ze opeens tekeer, nou, en direct komt er al zo'n groot vliegtuig aan, trong, trong, trong, en die gooit één bom. Onze baas zegt: ,,Gauw de schuilkelder in, dit is goed mis.'' En zo zaten we daar, vier uur lang. De hele tijd hoorde je wooems, wooems, er was rook, de mensen huilden en baden, en ik dacht alleen maar: wat moet ik straks doen, waar is mijn familie?

Uiteindelijk kwam er een man naar binnen, die zei: ,,Jullie kunnen eruit. Maar Guernica is verdwenen, er is geen Guernica meer.'' We gingen naar buiten, en daar zag je een hand, daar een voet, daar een hoofd. En de hele stad was rood. Alles was alleen maar stil en rood, rood als dit.'' Ze wijst op een Colablikje.

Ja, dat bombardement, dat overleefde je, of niet. Veel liever vertelt ze hoe ze haar familie terugvond, want daar draait het voor een gewoon mens toch om.