RESTEN VAN EXPLOSIES IN GROTE BEER DUIDEN OP HYPERNOVA'S

De Amerikaanse astronoom Daniel Wang meent in een naburig sterrenstelsel de resten te hebben gevonden van supernova-explosies die tientallen malen zo krachtig zijn als die welke in ons eigen melkwegstelsel optreden. Een supernova-explosie vindt plaats wanneer een zware ster aan het einde van zijn bestaan explodeert en als een bolvormige, uitdijende schil van gas in de ruimte verdwijnt. Door de snelle expansie ontstaat dan in het (ijle) interstellaire gas een schokgolf, die tot zeer hoge temperaturen en het uitzenden van röntgenstraling leidt. De intensiteit van deze straling hangt samen met de energie van de oorspronkelijke sterexplosie.

Het sterrenstelsel M101, een groot spiraalvormig stelsel in het sterrenbeeld Grote Beer, is een geliefd object voor het onderzoek naar zulke supernovaresten. Het stelsel staat met zijn afstand van 23 miljoen lichtjaar kosmisch gesproken dichtbij en bovendien kijken we er vanaf de aarde loodrecht bovenop. In dit stelsel zijn tot nu toe in zichtbaar licht 93 supernovaresten gevonden. Daniel Wang, van de Northwestern University in Evanston, Illinois, heeft nu via de Duitse röntgensatelliet Rosat van twee exemplaren ook de röntgenstraling gedetecteerd. Met behulp hiervan heeft hij afgeleid dat de energie die hen deed ontstaan een factor tien tot honderd groter moet zijn geweest dan de energie die tijdens gewone supernova-explosies vrijkomt.

In de Astrophysical Journal Letters van 20 mei suggereert Wang dat de twee gasschillen misschien het product van een hypernova zijn. Het bestaan van hypernova's werd in het afgelopen jaar door de Amerikaanse astronoom Bohdan Paczynski voorgesteld ter verklaring van de mysterieuze flitsen gammastraling die af en toe uit het heelal worden waargenomen. Deze flitsen zijn afkomstig van verre sterrenstelsels en dat impliceert dat er gigantische hoeveelheden energie in het spel moeten zijn: in sommige gevallen misschien wel méér dan er vrijkomt wanneer een ster in één keer volledig wordt omgezet in energie.

Tot nu toe was het vrijwel onmogelijk om iets over de omgeving van een gammaflits te weten te komen, omdat de stelsels waarin ze voorkomen zo ver weg staan. Maar wanneer de resten van sommige gammaflitsers bij wijze van spreken in onze kosmische achtertuin zouden liggen, kunnen de processen die er aan ten grondslag liggen een stuk beter worden bestudeerd. Ook in andere, nabije sterrenstelsels bevinden zich misschien `hypernovaresten'. Volgens Wang valt de ontdekking van twee hypernovaresten van minder dan een miljoen jaar oud in M101 redelijk te rijmen met de verwachte frequentie van het optreden van gammaflitsen in dit type sterrenstelsel.

(George Beekman)