Mooie baan

Heeft kind, is niet geheel inzetbaar: in Nederland worden moeders geacht voor hun kinderen te zorgen, meer dan elders in Europa. `Ze willen niet blind carrière maken.' Vrouwen tussen schuldgevoel en ambitie.

Nooit eerder kreeg regisseuse Mijke de Jong zoveel boze reacties. Een recensent vergeleek de moraal van haar film zelfs met het goedpraten van de etnische zuiveringen door de Joegoslavische dictator Miloševic. In de film Lopen, onlangs op tv, neemt een gescheiden carrièrevrouw het besluit om haar zoontje bij zijn vader te laten wonen omdat ze het te druk heeft.

In geen land is de overtuiging dat een moeder voor haar kinderen hoort te zorgen zo sterk als in Nederland. De cijfers zijn daar ook naar. Nederland heeft het laagste percentage werkende vrouwen van Europa. Als vrouwen kinderen krijgen, daalt het nog sterker. Het CBS berekende dat in 1996 slechts een kwart van de werkende vrouwen na een eerste kind hetzelfde aantal uren blijft werken als daarvoor. De meeste vrouwen gaan minder werken of stoppen er helemaal mee. Werkende jonge vaders passen hun arbeidspatroon niet aan, zo blijkt uit dezelfde cijfers.

Regisseuse De Jong eindigde haar film opzettelijk met een ontknoping waarbij de vrouw kiest voor haar werk. ,,Hoeveel mannen zijn er niet die hun kinderen na een scheiding alleen in het weekeinde zien?'' De emancipatie is in het hoofd van vrouwen mislukt, vindt ze. ,,Vrouwen werken wel, maar vinden dat ze thuis ook alles moeten doen. Ik hoor ze op de set vaak naar huis bellen: `heb je hier en daar aan gedacht?' Dan denk ik, waarom doe je jezelf dit aan? Je kunt beter thuis gaan zitten.''

Het relatief kleine aantal vrouwen dat in dit land carrière maakt of probeertte maken en kinderen heeft, heeft het moeilijk. Ze klagen over te weinig tijd, moeheid, problemen in hun relatie en schuldgevoel tegenover hun kinderen, al dan niet opgedrongen door hun omgeving.

,,Het is gewoon te veel'', zegt Caroline Krouwels (33), mode-ontwerpster en oprichtster van een bedrijf dat kleding maakt voor onder anderen de Bijenkorf. Ze heeft een zoon van twee, die zijn dagen doorbrengt met een oppas. Haar man is kunstenaar en heeft van begin af aan duidelijk gemaakt dat hij de zorg niet op zich wil nemen. ,,Na negen uur 's avonds ben ik niets meer waard'', zegt Caroline. Ze zegt dat ze heen en weer wordt geslingerd tussen de behoefte om ,,thuis paaseitjes te schilderen'' en de ,,dierlijke drang'' om te werken. De eerste dag dat de oppas kwam, was alsof ze een geliefde verliet. ,,Het druisde in tegen alle emoties.''

Caroline heeft met het zorgen voor haar kind dezelfde ,,haat-liefde verhouding'' als met haar werk. ,,Ik kan niet uren torens met hem bouwen. Maar als hij hier langskomt met de oppas en hij huilt, krimpt mijn hart.'' Tijdens het gesprek komt een klein jongetje, zorgvuldig op twee benen balancerend en met in zijn hand een Liga-koek, het atelier binnen. Grote bruine ogen kijken vanonder een gebreid mutsje naar boven. Hij zegt `ok' en `dag'. Caroline rent op hem af en kust hem. Dan neemt de oppas hem mee, naar een verjaardag. Caroline: ,,Nu denk ik dus: ik wil mee naar die verjaardag.''

Toch kiest ze voor haar werk. Ze vreest dat het haar ,,niet gelukkig maakt om drie keer per dag eten onder een kinderstoel vandaan te halen''. Zuchtend: ,,Ik doe mijn best om het volste geluk te halen uit man, kind en werk. Maar het komt er eigenlijk op neer dat ik de hele dag bezig ben met het maken van lijstjes.''

Kleine kinderen, kleine banen

Het aantal werkende vrouwen in Nederland neemt de laatste jaren wel toe, maar vrouwen hebben veelal kleine banen waar hun inkomen slechts een derde bedraagt van dat van hun man. Als ze kleine kinderen hebben, daalt dat tot een kwart.

De Nederlandse overheid heeft werken door vrouwen lange tijd systematisch ontmoedigd. Pas in 1975 werd – onder druk van een EG-richtlijn – de eerste wet gelijke beloning voor mannen en vrouwen in Nederland ingevoerd. Het salaris van een vrouw naast dat van een man was jarenlang een fiscale last, vrouwen hadden niet dezelfde sociale zekerheden als mannen en verdienden minder in dezelfde functies.

Moeders die een topfunctie hebben en een gelukkig leven, zijn schaars, zegt P. Cuyvers, coördinator bij de Nederlandse Gezinsraad. Een gezin noemt hij een `analoge' organisatie die zich moeilijk laat combineren met de `digitale' organisatie van een bedrijf. Een gezin is niet stuurbaar, werk eist sturing. De combinatie van die twee andersoortige eenheden is moeilijk, zegt hij. ,,Na jaren van strijd voor gelijke arbeidsparticipatie beginnen vrouwen zich nu af te vragen of werken niet hun eigen afgrond betekent'', zegt Cuyvers.

Na de vrijheidsstrijd van vrouwen in de jaren zeventig gaat de discussie over emancipatie tegenwoordig vooral over de vraag hoe vrouwen hun carrière moeten combineren met het krijgen van kinderen. Feministe Dorien Pessers vroeg begin jaren negentig al aandacht voor het thema, maar sinds kort maakt ook vrouwenstrijdster van het eerste uur Germaine Greer zich er zorgen over. Vrouwen hebben de fout gemaakt te veel op mannen te willen lijken, beweert Greer in haar laatste boek De hele vrouw. Ze zijn in hun carrièredrang vergeten hoe belangrijk het is om kinderen te krijgen.

Nederland heeft aan het fenomeen carrièrevrouw nog nauwelijks kunnen wennen, of het ideaal van de onafhankelijke working girl is alweer op de terugtocht. ,,Het einde van de emancipatie is in zicht'', zegt publiciste Beatrijs Ritsema, moeder van drie kinderen. ,,Er zit niet veel rek meer in. De band tussen vrouwen en kinderen is nu eenmaal hechter dan die tussen mannen en kinderen.'' Ritsema concludeert uit de geringe arbeidsparticipatie van Nederlandse vrouwen dat ze kennelijk niet wíllen werken. ,,Als vrouwen het zo leuk zouden vinden om in vergaderingen te zitten en naar Londen of Stockholm te reizen, dan deden ze dat wel vaker.''

Bregitta Kramer (37) wilde wel perse blijven werken. Dat heeft ze geweten. Haar leven bestaat sinds de geboorte van haar zoon, Max, uit ,,kind, werk en slapen'', zegt ze. Ze is verantwoordelijk voor de productie van boeken bij een grote literaire uitgeverij en heeft alle zeilen moeten bijzetten om op haar werk te laten zien dat het moederschap niet haar professionele einde hoefde te betekenen. ,,Wat betreft status en autoriteit was ik gekelderd. Ik had het brandmerk: heeft kind en is dus niet geheel inzetbaar. Ik heb mij helemaal opnieuw moeten bewijzen.'' Ze kan niet zonder haar werk omdat ze hecht aan de waardering. ,,Als mijn kind leert lopen, is dat niet omdat ik eraan heb gewerkt. Als er een mooi boek in de winkel ligt, wel.''

Maar haar zoontje brengt haar in tweestrijd. ,,Als Max 's ochtends zegt: `mamma thuis blijven', denk ik: waar ben ik mee bezig?'' Haar vriend, die muzikant is, zorgt overdag voor Max, maar moet 's avonds optreden. ,,We zien elkaar bijna niet, en als we elkaar zien, gaat het meestal over het huishouden.''

Moederschapsgericht

Vera Vrijburg (36) hangt voorover in een massagestoel. Een vrouw knijpt in haar rug en nek. Om haar heen klinkt druk gepraat van honderden vrouwen. Het is pauze bij het `Cherchez la femme-symposium' in de Amsterdamse Beurs van Berlage over de (ook in een vreemde taal geformuleerde) vraag: `Why not be more ambitious than most?' Maar wie opruiende taal verwacht, komt bedrogen uit. Met zichtbare instemming van het vrouwenpubliek wijzen de sprekers tijdens dit congres vooral op het verschil tussen mannen en vrouwen. Nee, vrouwen willen niet blind carrière maken. ,,Het is pas goed, als het goed voelt.''

,,Hè heerlijk'', zegt Vera als ze opstaat uit de stoel. Ze had het even nodig. Als productmanager in de cosmetica-branche en moeder van twee kinderen van twee en zes, werkt ze al jaren onder stress. Ze werkt vier dagen, maar vervult de taken van een fulltimer. ,,Als ik klaag, zeggen ze: jij wilde toch zo nodig parttime werken?''

Ze merkte de laatste jaren dat ze haar doelstellingen niet haalde. Fabrikanten die vroegen waar ze bleef met de spullen. Ze heeft zware discussies gevoerd met haar man over de vraag of hij niet parttime wilde werken. ,,Maar hij kan zijn baan wel vergeten als hij dat doet.'' Met ,,pijn in het hart'' heeft ze ontslag genomen. Deze week is haar laatste werkdag. Ze heeft een nieuwe baan als secretaresse. Dat is een stapje terug. ,,Maar mijn nieuwe baas heeft gezegd dat hij eigen initiatief wel op prijs stelt.''

Nederland is ,,extreem moederschapsgericht'', zegt Cuyvers van de Gezinsraad. ,,Iedere vrouw die het lef heeft om de zorg voor haar kind uit te besteden, merkt hoe diep verankerd de moederschapsideologie hier is'', zegt hij. In Zuideuropese landen is buitenshuis werken van vrouwen een economische noodzaak, in de Noordeuropese landen is kinderopvang en arbeidsparticipatie van vrouwen een verworvenheid.

In Nederland is geen van beide het geval. De dominantie van moederzorg heeft een cultuurhistorische oorzaak. In Nederland wordt al langer belang gehecht aan burgerlijke waarden als huwelijkse trouw en gezinsleven dan in andere Europese landen. Door de grote welvaart in de zeventiende eeuw kwam er al vroeg een scheiding tussen beroep en huishouden. Die ontwikkeling ging gepaard met de idealisering van het moederschap. Op zeventiende-eeuwse genreschilderijen is al te zien hoe Nederlandse moeders thuis hun kinderen verzorgen. Drie eeuwen en twee emancipatiegolven later blijkt hoe taai die burgerlijke traditie is.

De meeste vrouwen die in Nederland een kind krijgen, doen een stapje terug in hun carrière. In dat gegeven zag advocate Ilonka Jankovich (37) een business opportunity. Ze ervaarde zelf bij een groot advocatenkantoor hoe moeilijk het is om ,,mee te draaien aan de top''. Na de geboorte van haar eerste kind wilde ze vier dagen werken, partner worden zat er dan niet meer in.

Een paar jaar later richtte ze het bureau Legal Flex Force op, een bemiddelingskantoor voor freelance juristen. Ze werd een vangnet voor de vele vrouwen die door tijdgebrek afhaken bij de grote advocatenkantoren. ,,Vrouwen willen hun eigen tijd indelen, maar ook hard werken en iets bereiken. Het is heel frustrerend om voorbijgestreefd te worden door allerlei broekies alleen omdat je parttime werkt.''

Bij het werken op projectbasis is het volgens Jankovich mogelijk om op hoog niveau te werken, maar ook vrijheid te houden. Iets waar volgens Jankovich trouwens ook een groeiend aantal mannen behoefte aan heeft. ,,Zij willen 's middags evenzeer met een kinderzitje op hun fiets naar de peuterspeelzaal'', constateert ze.

In het gesprek over haar eigen loopbaan zegt Jankovich, die inmiddels drie kinderen heeft, dat ze achteraf gezien best fulltime advocaat had kunnen zijn. Ze is nu tenslotte ook fulltime directeur. ,,Het probleem zit niet in de uren die je werkt'', zegt ze, ,,Het is de zakelijke cultuur die vrouwen verdrijft. Ik miste de communicatie op emotioneel vlak. Ik miste de vraag wat ik wilde met mijn leven. Als ik mijn kind huilend in de crèche achterlaat, wil ik dat op kantoor kunnen vertellen. Ik vind het de taak van de werkgever om over zulke dingen te praten.''

Jankovich heeft nu zelf een staf van twaalf vrouwen en één man. Haar kantoor in de Amsterdamse museumbuurt is huiselijk ingericht. Vazen met bloemen voor de ramen, vrolijk behang. Jankovich maakt ,,ruimte voor emoties'' op haar kantoor. ,,Als we met zijn allen gespannen rond de tafel zitten, vraag ik wat er aan de hand is. Zo kom je niet voor verrassingen te staan.''

Zorgpotentieel

De oplossing voor de crisis waar veel werkende vrouwen in terecht komen als ze kinderen krijgen, ligt volgens Cuyvers van de Gezinsraad bij mannen. Een betere verdeling van werk thuis en buitenshuis tussen mannen en vrouwen maakt alles een stuk makkelijker. ,,In mannen zit een groot zorgpotentieel dat nog niet wordt gebruikt'', zegt Cuyvers. Mannen kunnen het `schuldgevoel' waar zoveel werkende vrouwen over klagen, verlichten omdat de kinderen bij hun in goede handen zijn.

Neem Aswin Sabayo (39). Zijn vrouw, Chantal Sabayo (32), werkt full time als consultant bij het bedrijf McKinsey. Hij runt ondertussen ,,zijn business'', zoals hij het gezin met vier kinderen noemt. Op vrijdagochtend om zeven uur staan in een stille en nog schemerige huiskamer op een eettafel drie Jip en Janneke-schaaltjes klaar. Uit de keuken komt de geur van geroosterde boterham men. Langzaam en slaperig schuiven Coco (8), João (6), Zoë (5) en Phoebe (2) aan. ,,Pappa, wanneer is mijn rijst met bouillon klaar'', vraagt Zoë.

Sinds kwart voor zeven is Aswin in de weer om geroosterde pita-broodjes met boter, honeyloops en rijst met bouillon klaar te maken. ,,Zoë, eet je je bordje even leeg?'' en: ,,Mister João, waar is je tas?''. Als Aswin vraagt ,,school?'', antwoorden de kinderen: osseworst, kaas en pindakaas. João wil ,,advocaat'' mee naar school. Maar die is nog niet rijp, zegt Aswin. Dan wil João boter, zegt hij. ,,Ja boter, en...en? Come on, João'', zegt Aswin terwijl hij geroutineerd broodjes smeert, ,,Smeerworst'', roept João.

Voor Chantal, zakelijk gekleed in een lichtgrijze broek met een zwarte coltrui, staan twee boterhammen en capuccino klaar. Ze zit aan tafel kalm een sigaret te roken. Rond kwart over acht pakt ze haar zwarte regenjas en haar telefoon, geeft haar vier kinderen en haar man een kus en verlaat het pand.

De taakverdeling is vanzelf gegroeid, zegt Chantal. Ze wilde altijd al carrière maken. Maar ze wilde ook een groot gezin. Ze begon aan allebei, met het idee dat ,,ze welzou zien waar het schip strandt''. Aswin verkocht zijn handelsbedrijf om voor de kinderen te zorgen. Een ,,mooie baan'' noemt hij het. Hij verveelt zich nooit, heeft het altijd druk. ,,Soms belt Chantal om zes uur 's avonds op dat ze met haar team in de stad is. Of ze kunnen eten. Dan ga ik eerst gillen. Maar dan maak ik een grote maaltijd klaar en geniet ik.'' Chantal: ,,Als het ooit fout gaat tussen ons, zal ik hem smeken of ik hier mijn kamertje mag houden.''

Aswin zegt dat hij in zijn omgeving merkt dat mannen zijn werk raar vinden. ,,Mijn vrienden zeggen altijd over mij: hij heeft het het beste voor elkaar van ons allemaal. Maar ik weet niet of ze het menen. Zij vinden het familieleven wel leuk, maar zijn bang voor de financiële afhankelijkheid.''

Chantal: ,,Het heeft moeite gekost om te sleutelen aan het ideale plaatje waarin hij een goed lopende zaak had en ik veelbelovend was. Nu ben ik de held en hij is de man die thuis zit. Sommige mensen concluderen dan dat hij wel een sukkel zal zijn.''

De meeste mannen durven de stap inderdaad niet aan. Zelfs parttime werken is een probleem, zo blijkt uit onderzoek van het CBS. Een op de drie mannen wil wel parttime werken, maar durft dit uit angst voor de reactie van hun baas en collega's niet te zeggen. Vorig jaar werkten bijna drie keer zoveel vrouwen in deeltijd als mannen.

Cornelie van Everdingen (42) dacht dat ze met haar man had afgesproken dat ze de zorg voor de kinderen zouden delen. Dat bleek een vergissing. Hij is partner bij een groot advocatenkantoor en komt aan het werk thuis niet toe. Parttime werken is taboe op zijn kantoor. Zij heeft na de Rietveld Academie een eigen architectenbureau opgericht dat nooit te klagen had over opdrachten. Maar sinds ze kinderen heeft, zit er geen vooruitgang meer in. ,,Ik houd het hoofd net boven water'', zegt ze.

Ze woont in de provincie waar ze moeite heeft een oppas te vinden. Haar kinderen heeft ze vandaag daarom maar meegenomen naar haar kantoor in Amsterdam. Vita (3) zit met een plastic schort om te vingerverven. De tafel dreigt ook geschilderd te worden. ,,Het is echt vreselijk wat je doet'', zegt Cornelie. ,,Nu even geen verf meer.'' Maar Vita wil verf. En haar broertje Wout wil naar de wc. ,,Mamma jij moet mijn broek losmaken.''

Onderbroken door diverse verzoeken van haar kinderen (,,houd nu eens even allemaal je mond'') zegt ze dat ze tot haar eigen verbazing hard op weg is om een traditionele moeder te worden. Nu ze geen oppas heeft, is ze de hele dag met haar kinderen bezig. Op maandag en woensdag moet zij ze om kwart over elf uit school halen, na het middaguur weer terugbrengen en om kwart over drie weer halen. Ze merkt dat ze de enige is die bezwaar heeft tegen dat ritme. ,,Ik zie de andere moeders altijd vrolijk voor de school staan wachten'', zegt ze.

Dat wachten voor de school heeft Marrije Buist, fulltime gynaecoloog bij het VU-ziekenhuis in Amsterdam, wel geprobeerd. Ze benutte eens een aantal vrije dagen om te experimenteren met de dagelijkse zorg voor haar kinderen. Stomvervelend vond ze het. Ze zegt het met een schuldbewuste glimlach om haar mond, maar ze is toch stellig. ,,Ik vond het erg saai. Zo beperkt. Dan vraag je: hoe was het op school? En is het antwoord: `Klaas heeft mij geslagen. Mag ik een boterham?' Ik miste de uitdaging.''

Haar man is ook specialist en werkt net zoveel als zij. De kinderen worden verzorgd door twee oppassen. ,,Veel mensen vinden mij een slechte moeder'', zegt Marrije. ,,De buren, collega's en ouders op school komen met vragen als: `vind je het niet erg om hun eerste stapjes te missen?'''

Mede door die reacties werd ze in het begin gek van de tweestrijd. Als ze haar kind in bad deed, betreurde ze dat ze niet aan het werk was. Maar als ze aan het werk was, voelde ze zich schuldig dat ze haar kind in de steek liet.

Ze loste het probleem op met een kunstgreep. Ze richtte een club op voor vrouwen die afspraken om het schuldgevoel tegenover hun kinderen uit te stellen tot na hun 65e. Dat hielp. Sinds anderhalf jaar zegt ze geen last meer te hebben van dit `onproductieve' gevoel. ,,Ik ben geen slechte moeder'', zegt Marrije nu. ,,Ik ben alleen minder goed in de dagelijkse verzorging.'' Jammer is wel dat de andere leden van de club zijn afgehaakt. Die werken inmiddels parttime.

McKinsey-consultant Chantal Sabayo moet volgende week voor haar werk naar Japan. Ja, ze zal de kinderen best missen, zegt ze. Maar ze vindt het ,,te makkelijk'' om schuldgevoelens te laten overheersen. Bovendien vindt ze het ook leuk om weg te gaan. ,,Ik geloof niet zo in die biologische band tussen moeder en kind. Kinderen hebben een opvoeder nodig, daar gaat het om.''

De voorwaarde om gelukkig te worden met een drukke baan en een gezin is ,,loslaten`, zegt Chantal. ,,In het begin wilde ik in het huishouden mijn eigen strakke schema aanhouden. Als hij vijf minuten te laat was, zat ik mij op te vreten. Maar ik heb geleerd om het hem op zijn manier te laten doen. En ik heb gezien: het gaat goed. Als ik nu 's avonds met de kinderen zit te spelen, is hij degene die roept: kom op, ze moeten naar bed.''