`Moderne politici willen scoren met emoties'

De belangstelling voor de verhoren van de parlementaire enquêtecommissie naar de ramp in de Bijlmer was ongekend groot. Jo Groebel ziet hoe ook democratische politici spelen met emoties.

Nooit eerder laaiden bij een parlementaire enquête de emoties zo hoog op als de afgelopen maanden bij het onderzoek naar de toedracht en de afwikkeling van de Bijlmerramp. De media, de televisie voorop, volgden de verhoren van de eerste tot de laatste minuut. Honderdduizenden Nederlanders zaten elke dag aan het televisiescherm gekluisterd. Een van hen was de van origine Duitse media-psycholoog Jo Groebel, nu hoogleraar in Utrecht.

Groebel was minder in de lading of de gezondheidsklachten geïnteresseerd. Hem ging het vooral om een nieuw soort televisiedemocratie, die een omslag in de Nederlandse politieke cultuur leek te markeren. In zijn appartement in het hart van Utrecht met uitzicht op de Dom trok de media-professor zijn eigen lessen voor de toekomst.

In de wetenschap dat heel Nederland hen kon volgen, lieten zowel commissieleden als veel van de ondervraagden zich voor hun `optreden' in de vergaderzaal van de Eerste Kamer vooraf bijstaan door media-adviseurs. Groebel ziet daar niets vreemds in. ,,Ik vind het terecht dat ze dat deden. Beelden zijn niet onschuldig. Je kunt je tegenwoordig niet met een heikel onderwerp als de Bijlmerramp bezighouden, zonder dat je duidelijk is hoe de media werken. Zodra je in de media opduikt, treedt er automatisch een bepaalde dynamiek op. Mensen spreken nu eenmaal anders voor de camera dan wanneer die er niet is.

,,De enquêtecommissie had zich daarom ook de hele tijd moeten afvragen: blijf ik zelf wel voldoende buiten de dynamiek van de media. Anders dwaal je heel makkelijk van je opdracht af. Volgens mij is dat de commissie in de praktijk niet altijd gelukt. Ze leek vaak te zeer bezig met de vraag: hoe presenteren wij ons in de media? Ik was verbaasd dat de commissie zelf trots schermde met de hoge kijkcijfers voor de verhoren.

,,Tijdens de verhoren bespeurde ik een Amerikanisering, een neiging om vorm en inhoud met elkaar te vermengen. Zo vraag ik me af of de commissie wel voldoende weerstand heeft kunnen bieden aan de verleiding om juist wegens de grote aandacht van de media met iets spectaculairs naar buiten te komen.''

Waarom was deze enquête zo anders, emotioneler dan vorige? Omdat het om een ramp ging en niet om technische zaken als een paspoort of de bouw?

,,Ja, dat ligt zeker ook aan het onderwerp. Er borrelden bij de verhoren nieuwe emoties naar boven, waardoor de media op hun beurt meer geïnteresseerd raakten. Hun berichtgeving wekte echter zelf vaak weer nieuwe emoties op. Ik zeg dus zeker niet dat de commissie de emoties heeft gecreëerd. Het was per slot van rekening een van de grootste rampen uit de Nederlandse geschiedenis. Maar juist omdat het al zo'n emotioneel beladen onderwerp was, moest je er zeer behoedzaam mee omgaan. De taak van een waarheidscommissie is om de emoties er zoveel mogelijk buiten te houden. Daardoor was het zo riskant om de parlementaire opdracht te vermengen met het aanspreken van het publiek en was het riskant een poging te ondernemen om zelf alvast aan therapie te doen. In dat verband past ook de afzonderlijke uitreiking van het eindrapport door de commissie aan de bewoners van de Bijlmer. Ze wilden kennelijk bijdragen aan een soort catharsis. Dat staat op gespannen voet met die waarheidsvinding, vind ik. Het verklaart ook hun mediagedrag tot en met een optreden in de show van Paul de Leeuw. Dat getuigde niet van Fingerspitzengefühl. Therapie was hun taak niet, dat is aan anderen.

,,Ook bij de verhoren vond ik de commissie te snel een confronterende benadering kiezen. Voor je het weet wordt het te zeer op personen gericht en wek je de indruk dat die hebben bijdragen aan een samenzwering, terwijl dingen vaak gewoon mis zijn gelopen door misverstanden. Vergeet niet dat zulke dingen visueel overkomen op mensen. Bij zulke dramatische verhoren ligt altijd het gevaar van een versoaping op de loer.''

Er wordt steeds meer van politici verwacht dat ze warmte en emoties tonen, vooral op de televisie. Waar leidt dat toe?

,,Je ziet dat de verhouding tussen het publieke en het privé-domein aan het verschuiven is. Dat zie je in de Verenigde Staten, waar het privé-leven van Bill Clinton geheel in het openbaar met alle daarbij behorende emoties wordt ontleed. De discussie van het belang van emoties moet hier nog beginnen. Het voordeel ervan is dat je de politiek er dichter mee bij de burger brengt. Anderzijds loop je het risico dat je je tot een speelbal maakt van de waan van de dag. Gelukkig leven we hier juist in een representatieve democratie, waar je echt niet elke dag hoeft te vragen wat de burgers voelen om daar dan ook weer op te reageren.

,,Ik zou bovendien een onderscheid willen maken tussen echte emoties en minder authentieke gevoelens. Als je een ramp meemaakt en je krijgt tranen in je ogen als politicus, dan is daar niets op tegen. Maar zulke gevoelens mogen niet worden gemanipuleerd. Een gevaar is dat er min of meer emoties geëist worden van politici, dat een politicus zich afvraagt: met welke emoties kan ik het beste scoren bij het publiek. Dan krijg je van die altijd glimlachende politici, die je in de Verenigde Staten wel aantreft. De Duitse bondskanselier Schröder heeft dat ook. Altijd, wat er ook gebeurt, in een goede stemming.

,,Langzamerhand gaat zich dat toch tegen die mensen keren, veranderen ze in karikaturen. Het publiek merkt uiteindelijk dat het niet authentiek is. Het leunen op emoties herbergt ook een risico in zich: wat vandaag juist is, is morgen al weer verkeerd. Er is dan geen rode draad meer zichtbaar.''

Hoe komt het dat de emoties en de complicaties bij de Bijlmer-enquête aanhielden? Heeft dat ermee te maken dat Nederland zo'n beschermde samenleving is, waar we ons niet goed raad weten met een ramp?

,,Ik denk het wel. De Nederlandse samenleving functioneert op zichzelf soepeler bij het omgaan met conflicten dan bijvoorbeeld Duitsland. Dat hangt er wellicht mee samen dat Nederland historisch gezien vooral geconfronteerd is geweest met geïmporteerde conflicten: met de Spanjaarden, de Duitsers. Maar hevige interne conflicten zijn hier zeldzaam. Het is een samenleving die rust uitstraalt, waar je je al snel geborgen voelt en waar - dat is een minpunt - ook een zekere zelfgenoegzaamheid optreedt. Ik denk echter tegelijkertijd dat er een bepaalde Sehnsucht is in Nederland naar iets groots en meeslepends zoals je dat in het buitenland vindt, met meer emoties erin. Ik denk wel eens: misschien zou Nederland heimelijk wel eens een echte wereldramp willen meemaken. Iets als de moord op John Kennedy, met alle samenzweringstheorieën die daarmee gepaard gingen. Zelfs de Zweden hebben dat immers gehad met de moord op premier Olof Palme. De ironie is dat het enige spectaculaire van de Bijlmer-enquête wat de wereldpers haalde, het later onjuist gebleken nieuws was van de giftige lading, die onder de pet zou zijn gehouden.''

In hoeverre verandert televisie de Nederlandse politieke cultuur?

,,Er treedt volgens mij een internationalisering van de politieke cultuur op, zeker in Europa. Ik heb eens onderzoek gedaan naar kinderen wereldwijd. Daarbij vond ik dat Clinton in landen buiten de Verenigde Staten soms bekender is dan de eigen premier. De concurrentie tussen kranten en zenders groeit intussen. De druk groeit bovendien om de informatie steeds sneller binnen te halen. De politiek wordt geacht sneller te reageren. Vandaag neem ik een beslissing, morgen moet ik me er voor verantwoorden. Of dat altijd ten goede komt aan de kwaliteit van de besluitvorming is een open vraag. Maar iemand die nog geen conclusies of een mening heeft, raakt meteen op achterstand ten opzichte van zijn concurrenten.''