Mengkind

De recente vondst van een 24.500 jaar oud kinderskelet heeft veel stof doen opwaaien. Het zou kenmerken bezitten van de Neanderthaler, maar ook van de moderne mens.

EIND VORIG jaar jaar werd door dr. J. Zilho een kinderskelet gevonden, 24.500 jaar oud. Zilho is verbonden aan het Instituto Portugues de Arqueologia te Lissabon. Hij deed zijn ontdekking in de Lapedo Vallei, zo'n honderddertig kilometer ten noorden van de Portugese hoofdstad. De schedel van het kind was beschadigd door een bulldozer, de rest van het skelet nagenoeg intact. Het kind moet ongeveer vier jaar oud zijn geweest toen het overleed, werd begraven in een omhulsel gekleurd met rode oker en kreeg een doorboorde schelp mee in zijn graf. Afgaand op de schedel was Zilho's eerste indruk dat het om een moderne mens ging. Maar de Amerikaanse paleoantropoloog dr E. Trinkaus, als adviseur bij het project betrokken, kwam tot een andere conclusie. Trinkaus stopte álle skeletmaten en karakteristieken in zijn computer en werd verrast: het kind droeg inderdaad kenmerken van de moderne mens, maar ook van een Neanderthaler. Van de eerste de ronde schedel en de vooruitstekende kin, van de tweede het gedrongen, stevige bovenlichaam en de korte ledematen.

KIND VAN LAPEDO

Deze combinatie van Neanderthaler- en modern-menselijke kenmerken maken het `Kind van Lapedo' (of: `van Lagar Velho') tot een mogelijk revolutionaire vondst. In Noordwest-Europa kwamen de Neanderthalers voor het eerst rond 42.000 jaar geleden in contact met binnenkomende moderne mensen (Cro-Magnon). En zo ongeveer 32.000 jaar geleden waren die Neanderthalers met hun specifieke trekken en cultuur verdwenen. Maar niet van het Iberisch Schiereiland. De laatste jaren is duidelijk geworden dat zij het hier een paar duizend jaar langer moeten hebben volgehouden. Als einddatum circuleert 29.000, mogelijk zelfs 27.000 jaar geleden. Dit zou verband kunnen houden met de betrekkelijk late aankomst van de moderne mens, via de Pyreneeën, in Spanje; en met de natuurlijke barrière die de Ebro voor hen vormde. Uit de periode direct na het verdwijnen van de Neanderthalers werden tot nu toe weinig menselijke overblijfselen gevonden en wat te voorschijn kwam was onveranderlijk sterk gefragmenteerd.

De hypothese dat Neanderthalers en moderne mensen intiem met elkaar zouden hebben kunnen verkeren, kreeg mede door deze omstandigheid weinig bijval. En daarom maakte de ouderdom van het Lagar Velho skelet, met de koolstof-14 techniek gezet op 24.500 jaar, de opwinding compleet. Trinkaus beschouwt de karakteristieken van het kind als bewijs dat het tussen beide soorten mensen wel degelijk tot genenuitwisseling is gekomen en dat dit geen incident moet zijn geweest. ``This is not one Neanderthal and one Modern Human making whoopee in the bushes'', zei hij tegen Time Magazine. De gelegenheid was er. Ze leefden in Europa tien, en op het Iberisch Schiereiland circa vier duizend jaar naast elkaar. En behalve wat uiterlijkheden bestonden er volgens hem niet veel verschillen tussen beide, in ieder geval niet groot genoeg om een hindernis te vormen. Zilho sluit zich bij Trinkaus' conclusies aan.

De reacties in de rest van de paleoantropologische wereld zijn vooralsnog sceptisch ('Het zal waarschijnlijk toch wel om een moderne mens gaan') tot voorzichtig ('Een mogelijk belangrijke bijdrage aan de discussie over het uitsterven van de Neanderthalers'). Deze terughoudendheid heeft een theoretische achtergrond. Het op dit ogenblik meest aangehangen model voor het ontstaan van de moderne mens is een vervanging: Homo sapiens sapiens, ontstond 200.000 jaar geleden in Afrika, verliet 80.000 tot 100.000 jaar later zijn geboortegrond en verving, inclusief de Neanderthalers, alle afstammelingen van Homo erectus. Die was al veel eerder vanuit hetzelfde continent over de Oude Wereld uitgezworven. De vervanging zou een kwestie van moord en doodslag kunnen zijn geweest, een door de nieuwkomers gewonnen competitie om de beschikbare voedsel- en hulpbronnen, of een combinatie van beide processen. Opgaan van Neanderthalers en moderne mensen in elkaar wordt onder meer door dr. C. Stringer, prominent voorvechter van de vervanging, hoogst onwaarschijnlijk geacht. Naar zijn mening was het verschil tussen beide daarvoor te groot. Incidenteel zou het misschien tot zulk contact hebben kunnen komen maar dan is het de vraag of het daaruit voortkomende nageslacht vruchtbaar was, stelt hij.

Het vervangingsmodel overvleugelde de laatste jaren een langer bestaande verklaring voor de herkomst van de moderne mens: de multiregionale continuïteitstheorie. Homo sapiens sapiens zou het product zijn van een ontwikkeling die vanaf Homo erectus rechtstreeks naar ons, moderne mensen leidt. Gevraagd naar de betekenis van de ontdekking in Portugal voor deze theorie, luidt de reactie van Zilho: ``De multiregionale gedachte is dat moderne Europeanen evolueerden uit Neanderthal Europeanen en dat de scheiding van de moderne rassen teruggaat op de differentiatie van de eerste H. erectus-populaties die ongeveer 1,5 miljoen jaar geleden uit Afrika trokken. Deze theorie is empirisch gefalsifieerd door het bewijs dat Neanderthalers in Europa gelijktijdig voorkwamen naast moderne mensen. Dan moet je erkennen dat het om verschillende populaties gaat. De laatsten kunnen niet voortkomen uit de eersten als die eersten er in dezelfde tijd nog steeds zijn. Toegeven dat deze twee populaties genen uitwisselden impliceert nog geen mulitregionalisme. In principe is er ook niets tegen een hypothese van hybridisatie tussen locale, anatomisch archaïsche populaties en de eerste modernen die uit Afrika kwamen. De heersende opvatting dat hybridisatie onmogelijk was, is gebaseerd op een empirisch ongerechtvaardigde degradatie van Neanderthalers als mensen.''

GENENPOOL

Maar dan is er nog het onderzoek van mitochondriaal Neanderthaler-DNA. Dat werd uitgevoerd op het zoölogisch instituut van de Universiteit van München en voor het eerst gepubliceerd in 1997. Men vergeleek het mtDNA van de Neanderthaler in 1856 gevonden in de Duitse Feldhofer grot met dat van bijna duizend levende vertegenwoordigers van populaties over de hele wereld. Het mtDNA van de Neanderthaler bleek helemaal aan de rand van de mtDNA-variatiebreedte te liggen die uit de duizend proefpersonen opgesteld was. De conclusie werd getrokken dat hij niet onze voorouder kon zijn en ook geen bijdrage had geleverd aan onze genenpool. Zilho wil ook hierop reageren: ``De interpretatie van deze DNA-data is onjuist. De vergelijking betrof het DNA van een Neanderthaler met dat van huidige menselijke populaties. Dan geeft het gevonden verschil slechts aan dat het DNA van dát specimen buiten de range van het huidige ligt. Het betekent echter niet dat het buiten de range van anatomisch moderne mensen, huidige én fossiele, ligt. Om de simpele reden dat mtDNA lijnen uitsterven en dat mensen nog dertig duizend jaar zijn doorgeëvolueerd. Bovendien heeft de ontwikkeling naar de huidige genenpool ook nog de enorme invloeden ondergaan van migraties samenhangend met de expansie van de landbouw en migraties uit het meer recente verleden van bijvoorbeeld Germaanse en Slavische volken.''

Samenvattend pareert Zilho de rondzingende scepsis als volgt: ``Stellen dat iets onmogelijk is op basis van een geloofsartikel is geen wetenschappelijke houding. In plaats daarvan zou de oppositie tegen onze interpretatie van het Lagar Velho kind er goed aan doen een betere verklaring proberen te vinden voor het patroon van kenmerken waarvan wij het bestaan nu hebben aangetoond. En dat dient dan ook met fysisch-antropologische bewijzen te worden gedaan. Tot dat zoiets gebeurt is onze verklaring de beste. Dit zou mensen moeten dwingen hun vooroordelen jegens Neanderthalers in heroverweging te nemen.''