KOPJE ONDER

Vorig jaar schafte de staat Californië het tweetalige onderwijs af. De verwarring op de scholen is groot. Want er zijn toch ook weer allerlei uitzonderingsregels.

Kathleen King maakt zich zorgen over de toekomst van het negenjarige jongetje Carlos. King is de tweetalige Engels-Spaanse leerkracht op de Emerson en John Muir Elementary School in Berkeley, Californië. En Carlos is net uit Argentinië naar Californië geïmmigreerd, met zijn uitsluitend Spaans sprekende ouders. De slimme Carlos is de perfecte kandidaat voor een tweetalig onderwijsprogramma, zegt King. Misschien zou hij al na een half jaar over kunnen naar het volledig Engelse onderwijsprogramma. Maar nu krijgt hij slechts twee halve uren Spaans-Engelse les per week van mrs. King. Voor het volledige tweetalige lesprogramma is een lange wachttijd.

King windt zich op: ``Dat joch gaat verdrinken. Hij spreekt geen woord Engels. Zijn ouders hebben geen tijd voor hem met hun nieuwe banen en inburgeringszorgen. Zijn oma die voor hem zorgde is net weer teruggevlogen naar Argentinië, hij is verdrietig en alleen. Voor zulke kinderen – en daar zijn er hier veel van – is het afschaffen van het tweetalig onderwijs een ramp.''

Tweetalig onderwijs op Californische openbare scholen is sinds vorig jaar verboden. In juli 1998 werd bij referendum de zogenoemde Proposition 227 met een ruime meerderheid aangenomen. In de staatsscholen mag alleen nog Engels onderwijs worden aangeboden. Slechts bij wijze van uitzondering kunnen ouders om lessen in Spaans of Koreaans, of in een van de vele andere immigrantentalen verzoeken. Hoe lang dit mogelijk blijft, en hoeveel uitzonderingen de staat uiteindelijk zal toelaten, is onduidelijk. In de praktijk voert nu elk schooldistrict zijn eigen beleid. ``Velen van ons snappen na een half jaar nog niet precies wat de impact is en de correcte uitleg'', zegt directeur Carolyn Slater van het Berkeley Unified Schooldistrict, dat 20 openbare scholen beheert, 14 lagere en 6 middelbare. Het verbod op tweetalig onderwijs geldt alleen voor openbare scholen. Privé-scholen in Californië – in het schooldistrict Berkeley ongeveer evenveel als openbare – bepalen zelf in welke taal of talen ze les geven. Op de Ecole Bilingue bijvoorbeeld, een Frans-Engelse lagere privé-school, wordt ook in het Spaans onderwezen. Maar privé-scholen kosten soms duizenden dollars per maand.

Een kwart van alle leerlingen op openbare scholen in Californië spreekt niet of slechts gebrekkig Engels. Het gaat meestal om kinderen van Hispanics, die thuis alleen Spaans spreken. Bijna een derde van de Californische bevolking is Mexicaans van oorsprong, en velen behoren tot de eerste en tweede immigrantengeneratie. Verder telt de staat veel kinderen van Chinese, Koreaanse en steeds vaker van Vietnamese afkomst.

leerachterstand

Het tweetalig openbaar onderwijs bestaat nu dertig jaar in de Verenigde Staten. In 1968 werd dankzij de campagne van een Texaanse zakenman de federale Bilingual Education Act ingevoerd. Tweetalig onderwijs moest de leerachterstand van vooral Spaanstalige immigranten opheffen. Het systeem houdt in dat Spaanstalige leerlingen de meeste schoolvakken in het Spaans krijgen, tot ze voldoende Engels spreken. Volgens de voorstanders van Proposition 227, waarmee een eind gemaakt werd aan het automatisme van tweetalig onderwijs, betekende dit onderwijsbeleid dat talloze kinderen nooit goed Engels zullen leren.

De ondergang van het tweetalige onderwijs in Californië begon twee jaar geleden met een groep van 200 Hispanics die actie voerden tegen een lagere school in Los Angeles die weigerde om hun kinderen volledig in het Engels te onderwijzen. Die actie werd overgenomen door een zakenman: de computermiljonair Ron Unz, tevens (mislukt) Republikeins kandidaat voor de gouverneurszetel. Na het succes van de schoolcampagne in Californië heeft Unz nu aangekondigd ook in het naburige Arizona te zullen gaan strijden voor uitsluitend Engelstalig onderwijs.

Verplicht onderwijs in de officiële landstaal klinkt niet als een onredelijke eis. Niettemin worden juist in kringen van leerkrachten, onderwijsbestuurders en onderzoekers veel tegenstanders van de onmiddellijke `onderdompeling in het Engels' gevonden. Shelley Valenza bijvoorbeeld ziet vooral voordelen in de tweetalige lessen. Ze is leerkracht in een tweetalige Engels-Spaanse klas in een agrarisch gebied in Centraal-Californië. ``Ze doen het beter, mijn kinderen moeten zich de hele dag verplaatsen in hoe iets ook op een andere manier kan worden begrepen. En ze leren fundamenteel dat de ene manier niet beter is dan de andere. Ze worden slimmer, inventiever, creatiever. In alle testen gaan ze sneller en beter.''

Veel tegenstanders beschouwen Proposition 227 als een puur politieke actie om de gunst van de kiezers, die nog altijd in meerderheid bestaan uit witte Amerikaanse staatsburgers. Volgens de voormalig docent `Engels als Tweede Taal' (ESL) Gary Penders, die nu directeur is van het internationale zomerprogramma van de universiteit van Berkeley, heeft Proposition 227 weinig te maken met onderwijsvernieuwing, maar vooral met angst voor demografische verschuivingen in Californië. Bij de volkstelling van 2000 zal naar verwachting de huidige Angelsaksische meerderheid officieel veranderen in een minderheid.

``Wie ook maar iets van leren weet, onderkent het belang van lees- en schrijfvaardigheid in de thuistaal voor een effectiever onderwijs in een nieuwe taal'', zegt Penders. ``Sommige stof moet geleerd worden op een bepaalde leeftijd, anders gebeurt het nooit meer. Als al je energie gaat zitten in het leren van een vreemde taal, het aanpassen aan een nieuwe sociaal-culturele omgeving schiet het cognitieve er onvermijdelijk even bij in. Dat is nu precies waar tweetalig onderwijs op aansluit.''

ontheffing

In het schooldistrict Berkeley bieden nog vier van de veertien openbare lagere scholen tweetalig onderwijs aan, dankzij de uitzonderingsclausule en voldoende ontheffingsaanvragen van ouders. Voorheen betekende iedere inschrijving bij het schooldistrict van een English Learner – een anderstalige immigrant – plaatsing in aparte onderwijsprogramma's. Verscheidenen ambtenaren hielden zich daarmee fulltime bezig. Nu zit er in het Berkeley Unified Schooldistrict alleen nog taalkundige Jennifer Carrera die in het eerste half jaar van de nieuwe wet al 1.000 nieuwkomers uit alle landen van de wereld heeft getest op hun Engelse spreekvaardigheid. Voorheen werd getest wat een kind kon in de eigen taal en wat het nodig zou hebben bij de overgang naar Engels onderwijs. In de nieuwe situatie geeft een speciale Engelstalige leerkracht aan de absolute starters en de beginners twee halve uren per week bijles Engels op de meeste scholen en dat is het dan. Tenzij de ouders bezwaar aantekenen.

De basisschool Colombus, in een arbeidersbuurt van Berkeley, is een van de vier lagere scholen met een tweetalig programma. Dankzij die uitzonderingspositie heeft elke jaargroep op Columbus een tweetalige `zijspan-klas' van groep 1 tot 5, waarin het gehalte Engels langzaam oploopt. Pas in Groep 5 wordt 50 procent Engels en 50 procent Spaans onderwezen: 's morgens Spaans, 's middags Engels.

De school geeft interactief onderwijs met veel visueel materiaal dat kinderen ook rustig in groepjes op de grond laat liggen om te overleggen over een rekensom. Het oogt ideaal. ``Dat is het hier ook'', zegt Allison Jones, die coördinator is van het tweetalig onderwijsprogramma na `Prop.227' op de Columbus-school. ``We hebben hard gewerkt aan de kwaliteit en zijn niet vergeten om de ouders en de rest van de school te betrekken in de tweetalige programma's. Onze programma's worden nu zelfs zo aantrekkelijk dat we steeds meer verzoeken krijgen van uitsluitend Engelssprekende ouders. Zij willen hun kind graag tweetalig en meercultureel opvoeden. En dus komen ze hier.''

lage kwaliteit

Een aantal van hen kunnen we goed gebruiken, want half om half Spaans- en Engelssprekende kinderen in de klas werkt het best, aldus Allison Jones. ``Maar ik moet nu wel uitkijken dat ons tweetalig onderwijs niet te aantrekkelijk wordt voor de groep die voorheen naar tweetalige privé-scholen ging, waardoor er hier minder plaats is voor kinderen die het echt nodig hebben.''

In dertig jaar zijn gevarieerde en veel goede programma's ontwikkeld, zegt Jones, ``maar ook een heleboel slechte''. Zij denkt dan ook dat de afschaffing van het tweetalige onderwijs mede te danken is aan de lage kwaliteit van het Californische openbare onderwijs. Het onderwijs staat in de testscores nu op de 48ste plaats op de ranglijst van 50 Amerikaanse staten. Omdat goede beheersing van het Engels nog altijd een belangrijke factor is bij maatschappelijk succes, zagen veel voorstemmers in Proposition 227 een belangrijke mogelijkheid tot verbetering van het onderwijs.

``Tja, ze moeten toch gewoon bedreven worden in Engels'', zegt ook Kathleen King, van de Emmerson en John Muir Elementary School, ``maar daar hebben ze de juiste hulp bij nodig. Zeker als ze die van huis uit weinig krijgen.'' Een zelden genoemde clausule in Proposition 227 heeft oog voor die thuissituatie. Er wordt tien jaar lang 50 miljoen dollar per jaar vrijgemaakt om extra Engelse instructie voor volwassenen te geven. Gratis of gesubsidieerde klassen voor volwassen studenten worden aangeboden in ruil voor een overeenkomst om `leesouder' te worden bij het leren van Engels als tweede taal. Ouders moeten ook thuis Engels gaan spreken, vindt de `Engels voor de kinderen'-organisatie uit Los Angeles.