Komisch voyeurisme op het strand

Het Impakt Festival in Utrecht, dat tien jaar bestaat, wil de interactie tussen de verschillende kunstvormen bevorderen. Maar dat is ondertussen zo gewoon geworden dat Impakt moeite heeft om nieuwe dingen te vinden.

Onder de noemer `audiovisuele kunst' brengt het Impakt Festival al sinds tien jaar muziek, film, video, installaties, live acts en nieuwe media bijeen in de Utrechtse binnenstad. Tien jaar geleden leek het misschien nog een vreemde combinatie om popmuzikanten te presenteren in het gezelschap van beeldend kunstenaars en filmmakers, tegenwoordig vloeien de verschillende disciplines schijnbaar moeiteloos in elkaar over. Videomakers presenteren hun tapes in discotheken en sampelen hun beeldfragmenten als disc-jockeys aan elkaar; beeldend kunstenaars presenteren hun werken als reclameboodschappen op billboards, terwijl reclamemakers op hun beurt met advertentiecampagnes het museale domein betreden. De interactie tussen de verschillende kunstvormen waar Impakt vanaf het begin naar streefde, begint aan het eind van de twintigste eeuw steeds vaker een normale zaak te worden.

Zo experimenteel en vernieuwend als het Impakt Festival in zijn beginjaren was, is het tegenwoordig niet meer. Veel van de video's en installaties op het programma waren de afgelopen jaren al eerder op tentoonstellingen in Nederland te zien. Wel probeert Impakt de actualiteit zo goed mogelijk te volgen door maatschappelijke thema's aan te snijden en nieuwe tendensen te signaleren. Het programma is daarom ingedeeld in zes onderwerpen, variërend van `turntablism' (over de opkomst van de draaitafel als volwaardig muziekinstrument) en `the experience' (over kunst als fysieke ervaring) tot `extrusions' (over kunst die zich onverwachts in het alledaagse leven manifesteert).

Interessant is het onderdeel `Candid', dat ingaat op de vervagende scheidslijn tussen het publieke en het private leven. In een tijd waarin echtparen hun ruzies in de dagelijkse talkshows op televisie uitvechten, mensen zich op het Internet 24 uur per dag laten begluren en bewakingscamera's op straat ieders handelingen registreren, maken ook veel kunstenaars werk dat uitgesproken persoonlijk of intiem is. Zo maakt de Engelsman Richard Billingham met zijn film Fishtank (1998), te zien in filmtheater 't Hoogt, het publiek deelgenoot van de drama's in zijn ouderlijk huis, door zijn alcoholische vader en moeder op de voet te volgen met de videocamera.

In een donkere werfkelder kun je ongegeneerd gluren naar de gespierde surfers die door de Australische Tracey Moffatt zijn betrapt terwijl ze zich stuntelig van hun rubberen pakken ontdoen. Heaven (1997), vorige maand nog in een vergelijkbare context te zien op de tentoonstelling Public/Private in Montevideo/TBA, is een voyeuristische film vol blote billen tussen geparkeerde auto's. Het is komisch om te zien hoe de stoere mannen preuts en omslachtig, met handdoekjes om hun heupen gewikkeld, hun natte zwembroek uittrekken.

En dan is er nog de Videogalerie, waar je zittend in een luie stoel met afstandbediening in de hand kunt kijken naar videofilms van internationale kunstenaars als Eija Lisa Athila of Anne McGuire. Hier kun je bijvoorbeeld nog een keer de film over vliegtuigcrashes, Dial H-I-S-T-O-R-Y van de Belg Johan Grimonprez opvragen, dé grote ontdekking op de laatste Dokumenta. Dat de organisatoren van Impakt hun huiswerk goed hebben gedaan blijkt wel uit de hoge kwaliteit van de films. Maar het is de vraag hoe vernieuwend het festival nog genoemd kan worden wanneer het weinig verrassende programma bestaat uit werken die hun kwaliteiten al op voorgaande manifestaties bewezen hebben.

Het grote nadeel van het Impakt Festival is dat door de veelheid aan thema's het programma nogal onoverzichtelijk is en dat geen van de onderwerpen werkelijk wordt uit gediept. Het dagelijkse `gesprek op de bank' in de couch.club, een met truttige rood-witgeblokte kleedjes ingericht zaaltje in de Brandweerkazerne waar kunstenaars over hun werk vertellen, biedt ook al weinig diepgang of duidelijkheid. Twee van de vier uitgenodigde kunstenaars (de zich toch al in nevelen hullende kunstenaarscollectieven KKEP en The Somniloqui Institute) laten zich vertegenwoordigen door iemand anders. En zo komen we er niet achter waarom KKEP de glasbakken in de stad van hun logo heeft voorzien of waarom The Somniloqui Institute geheimzinnige boodschappen inspreekt op antwoordapparaten. Misschien schuilt in die vaagheid wel het laatste restje experiment.

Het Impakt Festival is nog te bezoeken t/m 16 mei. Festivalcentrum: Brandweerkazerne, Ganzenmarkt 13, Utrecht. Geopend 13.30-24.00u. Tel: (030) 294 44 93/296 34 08.