KLEREN KEIZER 2

In de W&O bijlage van 8 mei maakt mijn zeer gewaardeerde collega De Wied als voorzitter van de commissie van Toezicht van het RIVM aanmerking op mijn bewering (Kleren van de Keizer, W&O van 24 april) dat zijn commissie de bezwaren van dr. De Kwaadsteniet in haar rapport zou hebben weggewuifd. Hij meent dat de commissie slechts heeft nagegaan of er leugens en bedrog in het spel zouden zijn bij het onderzoek van het RIVM en dat dit niet het geval is. Meer zat er in de korte beschikbare tijd ook niet in.

Ik kan mij voorstellen dat de verontwaardiging over de weinig genuanceerde beschuldiging van ``leugens en bedrog'' zich in het geheugen van De Wied heeft genesteld, maar zijn commissie heeft toch echt wel wat meer opgeschreven. Zo schrijft zij in haar conclusies: ``Het gebruik van modellen en gegevens geschiedt op het RIVM met de nodige zorgvuldigheid'' en ``De presentatie van onzekerheden in model- en meetuitkomsten is toereikend.'' De kritiek van De Kwaadsteniet ging daar nu juist over. Die wordt hier wel erg vlot weggewuifd, te meer omdat de commissie ook zegt dat zij geen oordeel heeft over de juistheid van de gebruikte modellen. Het is natuurlijk mogelijk om uiterst zorgvuldig met foute modellen te werken, maar toch.

Natuurlijk ben ik verheugd dat dit alles ter gelegenheid van een visitatie nog eens zal worden nagegaan en hopelijk met iets meer aandacht voor de mathematische statistiek dan tot nu toe het geval was. Overigens gebeurt dit pas over een jaar. Zou het niet verstandig zijn om op kortere termijn toch eens door een mathematisch statistische bril naar deze zaken te kijken?