KINDEREN VAN ANTROPOSOFEN HEBBEN MINDER ALLERGIEËN

Door de in de loop van deze eeuw toegenomen hygiëne en de toepassing van antibiotica en vaccins zijn infectieziekten geen belangrijke doodsoorzaak meer. Met name de kindersterfte is fors gedaald. Stierf in 1880 vier procent van alle kleuters aan een infectie, tegenwoordig is dat percentage ongeveer 0,003. Paradoxaal is echter dat steeds meer kinderen lijden aan vormen van allergie of overgevoeligheid (atopie).

Onderzoek naar het voorkomen van atopie onder kinderen van antroposofische basisscholen in de buurt van Stockholm, bevestigt het verband met vaccinaties en antibiotica (The Lancet, 1 mei). Terughoudendheid daarmee is onderdeel van de antroposofische leefwijze, alsook het eten van gefermenteerde producten, die levende melkzuurbacteriën bevatten.

Enkele honderden leerlingen van antroposofische en `gewone' basisscholen werden onderzocht op risicofactoren voor atopie. Bij 13 procent van de antroposofische kinderen werd een vorm van atopie gevonden, half zoveel als onder hun niet-antroposofische leeftijdgenootjes. Van deze laatste kinderen was rond de negentig procent ooit behandeld met antibiotica en gevaccineerd tegen mazelen. In de antroposofische groep gold dit voor 50, respectievelijk 18 procent. Met betrekking tot de voeding werd het verwachte verschil gevonden: van de antroposofische kinderen eet tweederde regelmatig gefermenteerde producten (en wordt zo blootgesteld aan bacteriën), tegenover enkelingen in de controlegroep.

De conclusie dat een leefwijze als die van de antroposofen minder allergie en overgevoeligheid veroorzaakt, is duidelijk. Zeker als men bedenkt dat de meeste antroposofisch ingestelde ouders dat niet van huis uit waren en even vaak atopische verschijnselen hadden dan de andere ouders.

Al enige tijd gonst de literatuur van speculaties dat de kans op atopie groter wordt naarmate een kind minder `gewone' infecties heeft doorgemaakt. Het immuunsysteem zou zich alleen goed kunnen ontwikkelen als het in de kinderjaren voldoende gevarieerde prikkels krijgt, ongeveer zoals iemands emotionele ontwikkeling wordt bepaald door de hoeveelheid liefde en aandacht die hij als klein kind ontvangt. Volgens de `hygiëne-hypothese' wordt de afweer van kinderen dankzij de huidige hygiëne en het gebruik van antibiotica en koortswerende middelen te weinig gestimuleerd. Vaccins vormen wel een prikkel, maar een eenzijdige, die ontsporingen in de vorm van allergieën of auto-immuunziekten in de hand werkt, aldus de hypothese.

Dit zou niet alleen de allergieën-epidemie kunnen verklaren, maar ook de toename van insuline-afhankelijke diabetes bij jonge kinderen. Vooral de nog vrij nieuwe vaccinatie tegen hersenvliesontsteking is op grond van dieronderzoek met jeugddiabetes in verband gebracht. Finse onderzoekers gingen dit na bij alle kinderen die anderhalf jaar vóór en na de invoering van dit vaccin in hun land zijn geboren (British Medical Journal, 1 mei). Zij vonden geen significant verschil. Waarmee de hygiëne-hypothese overigens nog niet weerlegd is. Op cellulair niveau hebben de aanhangers ervan nog de nodige ijzers in het vuur.

(Huup Dassen)