KIEZELS IN NEST VAN ZWARTSTAART BLIJKEN ROOFDIERALARM

Veel vreemde dingen die vogels doen worden gemakshalve verklaard als hofmakerij-rituelen. Dat gebeurde ook wel met het opvallende verzamelen van steentjes door broedende zwartstaarten. Pas nu blijkt dat deze kleine zangvogels hiermee een effectief inbraakalarm bij hun nest installeren. De zwartstaart (Cercomela melanura) leeft in de rotswoestijnen in en ten zuiden van Israel, Jordanië en Egypte. Hij bouwt zijn nest vooral in rotsholten en -spleten. De zwartstaart is, wat verwarrend qua naam, nauw verwant aan de zwarte roodstaart (Phoenicurus ochruros), die sinds het oprukken van menselijke bebouwing ook in Nederland broedt.

Bij onderzoek aan de zwartstaarten die nestelen aan de kust van de Dode Zee, stelden medewerkers van de Universiteit van Tel Aviv vast dat vrouwelijke vogels de toegang tot hun nest in rotsholten bedekten met verscheidene lagen platte kiezelstenen. Sommige daarvan waren half zo zwaar als de vogel die er mee in haar fijne insecteneter-snaveltje mee aan kwam sjouwen (Animal Behaviour, vol. 56, p. 207-217). Tegen de tijd dat de dieren ermee beginnen, hebben ze al hoog en breed gepaard, dus als vertoon van vrouwelijke kwaliteit en fitness valt het opvallende gedrag af. De nesten liggen zo diep en beschut in holten en spleten, dat ze geen toegevoegde bescherming tegen wind of zandstormen nodig hebben. Ook bescherming tegen sterk wisselende buitentemperaturen bood geen verklaring. De onderzoekers merkten namelijk dat een klein beetje makkelijk te verzamelen gras of veren de nestholte veel beter isoleert dan de toegevoegde stenen wal.

Ook bleken de steenhoopjes geen effectieve barricade tegen roofdieren. Die zijn er voor zwartstaarten en hun eieren of jongen volop, in de vorm van slangen, hagedissen en kleine zoogdieren. Die weten de barricaden te nemen, desnoods door ze te slechten. De kans dat een nest beroofd werd bleek niet af te hangen van de omvang van het stenen bolwerk.

Zo blijft er één verklaring over, die de onderzoekers ook heel aannemelijk weten te maken. De stapel stenen wordt niet aangelegd voor de bescherming van eieren of jongen, maar geeft de oudervogel bij een aanval de tijd het eigen vege lijf te redden. Een roofdier dat de losse stapel betreedt, roept het kletterende geluid op van over elkaar schuivende en vallende steentjes. Hij slaat in feite zelf alarm, en de volwassen vogel kan nog net de uitgang kiezen voordat de nauwe doorgang van en naar het nest wordt geblokkeerd. Met steentjes sjouwende zwartstaarten doen dus niet aan kunstmatige nestbescherming, maar wel aan broedvogelbescherming.

(Frans van der Helm)