Jonge topsporters gaan in zaken

Jonge topsporters vinden de nieuwe Johan Cruyff University dé kans om hun sport te combineren met een goede opleiding.

. Elke dag zit Edgar Vermaas (22) op de racefiets. Hij fietst twee tot zes uur. ,,Sport gaat bij mij voor alles'', zegt hij. ,,Altijd.'' Aan de andere kant is een opleiding ook belangrijk, beseft hij. ,,Maar heel weinig wielrenners halen de absolute top zodat ze van de sport kunnen leven. En bovendien: ooit wel eens een topsporter gezien die ouder was dan vijfendertig?''

Voor sporters als Vermaas is er nu de Johan Cruyff University, een initiatief van Cruijff himself en onderdeel van de voltijd-HEAO van de Hogeschool van Amsterdam. Komend studiejaar kunnen maximaal zestig topsporters de HEAO-opleiding commerciële economie volgen, opdat ze na hun sportcarrière niet in het beruchte zwarte gat vallen. De studenten worden opgeleid voor functies op het gebied van management, marketing, public relations en beleid. ,,Want'', zegt directeur Elizabeth Pieké, ,,stadions, sporthallen, sportclubs en verenigingen hebben ook managers en adviseurs nodig.''

Op de voorlichtingsavond kwamen deze week zo'n vijfentwintig geïnteresseerden. De Cruyff University is niet de enige opleiding die rekening houdt met wedstrijden en strakke trainingsschema's – verschillende universiteiten en hogescholen hebben aangepaste programma's. Wel is het de eerste studie die alleen voor topsporters open staat. Op middelbare scholen hangt het vaak van de goedertierenheid van de directeur af of er rekening wordt gehouden met topsporters, al zijn er ook scholen in Friesland met een aangepast programma voor juniorschaatsers. Ere-divisie basketballer Urbian Vreds (19) zit op het VWO en heeft daar weinig consideratie van de leraren kunnen ontdekken. ,,Kies maar tussen basketbal en school'', kreeg hij te horen als hij afwezig was vanwege een training. Gelukkig doet hij deze week eindexamen.

Zijn teamgenoot Quincy Felter (20) volgde na de Havo een jaar high school in Californië en merkte daar hoe het ook kan. ,,In Amerika worden sporters veel serieuzer genomen.'' Het liefst zou hij daar studeren, maar als dat niet lukt, is de Cruyff University een alternatief.

Het onderwijs op de Cruyff University is sterk gericht op de praktijk. Daarmee past de opleiding in een trend die in het hoger onderwijs – met name op de hogescholen – valt waar te nemen. Pieké: ,,Want wat heb je eraan om domweg dingen uit je hoofd te leren als je niet weet wat je ermee kunt. Je kunt financieel beheer veel beter leren aan de hand van levensechte cases. Dat kan de sportclub zijn van de sporter, maar ook bijvoorbeeld de Amsterdam Arena.''

Ook modern is dat de student op de Cruyff University kan studeren via de computer. Voor de voltijdse opleiding hoeft de student maar een of twee dagen per week aanwezig te zijn. De rest van de week kan hij thuis – of in het buitenland op trainingskamp – de leerstof binnenhalen op zijn computer, met medestudenten chatten en overleggen met de docent. Als hij de website een paar dagen niet aanklikt, gaat er bij zijn mentor een virtueel belletje rinkelen. Die belt dan op om te informeren naar zijn pupil.

Cruyff University. Dat bekt lekker, vooral in het buitenland. Het is alleen wel een bedrieglijke term voor een HBO-opleiding. Maar `universiteit' is geen beschermde naam en mag dus door elke opleiding gebruikt worden. Voor tafeltennisser Tomas Hamers (18) doet de naam er niet toe. ,,Misschien vind ik deze opleiding wel leuker dan de topsport.''