`Ik hou van dat land, ik wil iets doen'

Op hemelvaartsdag gaf de Zuid-Afrikaanse ambassadeur bij hem thuis een feestje om de oprichting van het Nelson Mandela liefdadigheidsfonds voor kinderen te vieren.

Je heet Carl Niehaus, je bent ambassadeur van Zuid-Afrika en je weet dat je president erg blij maakt als je één van zijn lievelingsprojecten - het Nelson Mandela Children's Fund – ook in Nederland introduceert. Wat doe je?

Wat je vroeger bij gymnastiek deed en je mocht van de juf een groepjekiezen voor een partijtje slagbal: je begint bij degene die a. je vriend is en b. het best kan scoren.

Je begint dus bij Bas Kardol, voorheen chief executive van een Zuid-Afrikaanse investeringsbank, nu president-commissaris van Insinger de Beaufort, private bank voor oude en nieuwe rijken. Je vraagt hem om zijn netwerk aan te boren. Geen probleem, want Kardol is ook voorzitter van de Zuid-Afrikaanse Kamer van Koophandel in Nederland, en binnen een paar maanden heb je een bestuur dat half Nederland kent (een Neelie Kroes), een comité van aanbeveling waarin half Nederland zit (een Jeltje van Nieuwenhoven, een Frits Goldschmeding) en twee beschermheren die Nelson Mandela heten en Wim Kok.

Wat heb je bereikt?

1. Een Nederlandse afdeling van het Children's Fund waarvan je kunt verwachten dat die heel veel geld gaat ophalen.

2. Een mooie gelegenheid om het bestuur van het fonds, het comité van aanbeveling van het fonds en de vrienden van het fonds (want dat kan ook) uit te nodigen voor een ontvangst bij jou thuis, in de residentie.En dan is het hemelvaartsdag, de zon schijnt, de goudgeschilderde stoeltjes zijn klaargezet, en tot je geluk is de public holiday voor al die mensen geen reden om niet te komen, integendeel, zodat je een volle zaal hebt waartegen je kunt zeggen: ,,Ik zal u de embarrassing niet aandoen om hier de namen te noemen van degenen die uit zichzelf al zo veel hebben gegeven.''

De enige pech is dat de vrouw van Mandela heeft afgezegd: haar moeder is net overleden.

De directeur van het Amsterdamse Hotel de l'Europe is er, Adriaan Gandria, lid van het comité van aanbeveling. ,,Gevraagd door Bas Kardol'', zegt hij lachend. Hij begrijpt ook wel waarom: ,,Ik kan mensen ontvangen, mensen onderbrengen.''

Rabbijn Soetendorp is er, ook lid van het comité van aanbeveling, als vertegenwoordiger van het religieuze leven. (Bisschop Muskens is ook gevraagd, maar die wilde niet). Na de speech van de ambassadeur krijgt hij een hand van een van de vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, Hans Struik, eigenaar en directeur van de Struik food group, producent van convenience food in Europa. ,,Wij hebben elkaar eerder ontmoet'', zegt Struik hartelijk.

,,Ja?'', zegt de geestelijke.

,,Ja,'' zegt de ondernemer. ,,Laat me even nadenken.''

,,Denkt u even na'', zegt de geestelijke.

,,Ik weet het al'', zegt de ondernemer. ,,Op de Russische ambassade.''

,,Ah, Rusland'', zegt de geestelijke. ,,Wat vindt u nou van de situatie daar?''

Hans Struik heeft de uitnoding om in het comité van aanbeveling te komen graag aangenomen, zegt hij, want hij houdt van Zuid-Afrika. Dat komt zo. Hij ging er paar jaar geleden met zijn vrouw heen voor vakantie, puur toeval. En in het vliegtuig ontmoette hij een delegatie van het ANC, ook puur toeval. Hij ,,trok Mandela aan zijn jasje'' en zei dat ze moesten praten.

Zomaar praten?

,,Ik had een folder bij me van de zaak.''

Daarna ging hij met ,,majesteit en Hans Wijers'' mee, een staatsbezoek dat ,,zinderde van emotie'', en sindsdien is hij, zegt hij, daar ,,iets aan het opbouwen''. Over de productiebedrijven waarin hij geïnteresseerd is houdt hijliever nog even zijn mond. Maar hij wil wel vertellen dat hij een wine estate heeft gekocht en 20.000 hectare grond in de Westkaap, waarvan hij een natuurreservaat wil maken. ,,Verdomd mooi.'' Hij vindt Zuid-Afrika ook ,,zo verdomd indrukwekkend'' dat hij iets wil doen voor dat land. ,,Heb ik bij niet een ander land ooit zo gevoeld.''

Allemaal liefhebberij?

,,Je doet niets voor de kat zijn staart'', zegt hij. ,,Natuurlijk word je ook door zakelijke doeleinden gedreven.'' Na twee uur zijn de gasten weg, alleen de voorzitter en de secretaris van het bestuur zijn er nog. De ambassadeur komt bij hen zitten.

,,Hoe is het nu met de economie van Zuid-Afrika?'', vraagt de secretaris (Willem Russell, advocaat).

,,Goed'', zegt de ambassadeur. ,,De verwachting voor dit jaar is drie procent groei en de interest rates gaan omlaag.''

,,En de influx op de arbeidsmarkt?''

,,Die is groot'', zegt de ambassadeur. ,,We zullen er alles aan moeten doen om die te absorberen.''

Natuurlijk, een liefdadigheidfonds voor kinderen is mooi. Maar mooier nog is het andere effect: stimulering van de belangstelling van het Nederlandse bedrijfsleven voor investeringen in Zuid-Afrika.