Het estafettestokje van de VS

Op een warme zondag in 1996 in Atlanta renden LaMont Smith, Alvin Harrison, Derek Mills en Anthuan Maybank naar het olympisch goud op de 4x400 meter estafette. Het kwartet liep die derde augustus geen wereldrecord, slechts de derde tijd in de geschiedenis van dit onderdeel. Maar het was wel de beste tijd die ooit op Amerikaanse bodem was verwezenlijkt. Met 2.55,99 waren de Amerikanen aanzienlijk sneller dan de Britten en de Jamaicanen die naar de tweede en derde plaats snelden. `Kijk, mam, zo hard en nog geen gescheurde hamstrings' – met een grap refereerden de vier jachthonden naar de spierblessures van Michael Johnson en Butch Reynolds, de twee giganten die zich voor de finale moesten afmelden. Johnson had zich na zijn wereldrecordrace op de 200 meter te veel pijn gedaan en ook de spieren van wereldrecordhouder Reynolds waren overbelast geraakt. De overwinning van de Amerikaanse reserves gaf nog maar eens aan hoe groot de superioriteit is van de Amerikanen op dit onderdeel. Voor 85.000 laaiend enthousiaste Amerikanen draaide de ploeg haar rondjes. Smith was de eerste loper, hij gaf het stokje netjes over aan Harrison, waarna Mills en Maybank het karwei klaarden. Johnson en Reynolds keken toe. Met het duo zou de ploeg vast twee seconden harder hebben gelopen. Dan was het ook een wereldrecord geweest.

Aflevering negentien in de serie helden van deze eeuw.