Geen Pontius Pilatus

De spreekkoren in Bielefeld op het congres van de Duitse Groenen tegen minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer waren verzengend bedoeld, maar ik kreeg er koude rillingen van. `Huichelaar, huichelaar! Moordenaar, moordenaar! Oorlogshitser, oorlogshitser!'

Wat ik er van de Duitse televisie van meekreeg, was verkillend en tegelijk onthullend. De hysterisch aandoende scheldpartijen verrieden bij een deel van de afgevaardigden eenzelfde mentaliteit als die van de knokploegen voor de ingang van de congreszaal. Was dit de pacifistische vleugel? Moeilijk voorstelbaar, een pacifist gooide een verfbom naar Fischer.

Des te bewonderenswaardiger, dat de Groenen er in deze omstandigheden en onder politiebewaking in slaagden toch een ernstige discussie te voeren over de verantwoordelijkheid die zij als regeringspartij bereid zijn te dragen voor de militaire actie van de NAVO in Joegoslavië. Ondanks twijfels en dilemma's besloten zij op grond van de gewisselde argumenten niet voor die verantwoordelijkheid weg te lopen. Wellicht zouden de generaals en diplomaten er niet wakker van hebben gelegen als de `pacifistische' vleugel het pleit had gewonnen.

Bondskanselier Schröder – waar blijft trouwens het buitengewone congres van de SPD en waarom houdt de PvdA geen congres over de oorlog? – vond het zo ongeveer een bagatel waar de Groenen zich over opwonden. Ach wat, het zijn welgeteld niet meer dan tien van de 900 NAVO-vliegtuigen waarmee Duitsland aan de oorlog op de Balkan deelneemt, betoogde hij in Der Spiegel, en van dat beetje worden er hooguit vier ingezet, nu en dan. ,,Hoe kan men dan zeggen dat wij oorlog voeren?'' Het is nogal curieus, schamperde hij: ,,Wij zetten het kleinste contingent in en discussiëren niettemin op het hoogste morele niveau.''

Nou, dat kan geen kwaad, lijkt me. Als deze oorlog niet is wat de fanatieke linkervleugel van de Groenen denkt, `imperialistische Amerikaanse agressie zoals in Vietnam', maar een humanitaire interventie om paal en perk te stellen aan een misdaad tegen de menselijkheid, dan moet de besluitvorming erover inderdaad `op hoog moreel niveau' plaatshebben. Zo ooit, dan geldt in dit geval het aloude adagium dat oorlog een te ernstige zaak is om aan generaals te worden overgelaten. Zo ooit, dan is het een oorlog van dit nieuwe type, niet gericht op machtsuitbreiding maar op verdediging van mensenrechten, die voortdurende, openbare verantwoording vergt.

Parlementen, politieke partijen en kiezers mogen, nee moeten, vragen stellen aan de regeringen: of het gebruikte geweld proportioneel is, of het doel de middelen nog heiligt, of de NAVO verborgen nevendoelen najaagt (strategische calculatie, prestige-overwegingen?) en welke perspectieven er op langere termijn worden geboden voor wederopbouw en stabiliteit op de Balkan.

Dit politieke – en jazeker, morele – debat behoort dag-in, dag-uit te worden gevoerd. Al wil dat niet zeggen dat parlementen of partijcongressen kunnen pretenderen in staat te zijn tot beslissingen op het terrein van de militaire tactiek. Zo is mij niet duidelijk of het aandringen van de Duitse Groenen, en in Nederland van GroenLinks, op een tijdelijke stopzetting van de bombardementen getuigt van inzicht in de oorlogssituatie, of dat dit toch meer bedoeld is om een symbolisch gebaar te maken naar het pacifistische deel van de eigen aanhang. Als verklaarde leek denk ik dat een pauze Miloševic goed zou uitkomen om zijn eenheden in Kosovo te hergroeperen of te verversen, maar ik geef nogmaals toe dat ik er waarschijnlijk even weinig verstand van heb als Frank de Grave of Marijke Vos.

Het eigenlijke debat gaat natuurlijk ook niet over militair stratego, maar over de vraag wat regeringen, parlementen, partijen voor hun rekening en verantwoording willen nemen. Hetzelfde geldt voor iedereen individueel. Je wilt niet de ogen sluiten voor de deportaties, de moorden, de verkrachtingen, geen afzijdigheid, geen zogenaamd schone handen, geen appeasement. Je wilt evenmin het risico lopen dat straks in een nieuwe Excessennota wordt toegegeven dat ook uit jouw naam, door de NAVO, oorlogsmisdaden zijn gepleegd die nu nog afzwaaiers en missers worden genoemd.

Het congres van de Duitse Groenen werd beheerst door een peilloze angst – zowel van de meerderheid die de NAVO-interventie steunt als van de minderheid die haar afwijst – om aan de verkeerde kant terecht te komen, fout te zijn. Joschka Fischer heeft geprobeerd dat onder woorden te brengen, toen hij vertelde niet alleen te zijn opgegroeid met de les `Nie wieder Krieg', maar ook met `Nie wieder Auschwitz' en nu het gevoel te hebben voor de keuze te staan tussen het een of het ander, hetzij oorlog voeren, hetzij genocide dulden.

Zijn generatie politici heet in Duitsland die van de `68-ers', de voormalige anti-autoritaire actievoerders, degenen die niet hebben gezwegen over de bewapeningswedloop tijdens de Koude Oorlog, die gedemonstreerd hebben tegen de oorlog in Vietnam, tegen Pinochet, de Westerse steun aan de apartheid. Als exponent van deze protestgeneratie is Fischer ertoe bereid zijn lelieblanke staat van dienst op het spel te zetten uit dezelfde gezindheid als voorheen en in de overtuiging dat de verdediging van mensenrechten niet altijd met pacistische zuiverheid te verenigen is. `Oorlogshitser', schreeuwden zijn opponenten. Hij riposteerde: `Willen jullie soms Miloševic de Nobelprijs voor de vrede geven?'

Ik stel op grond van zijn politieke Werdegang een zeker vertrouwen in iemand als Fischer, in elk geval meer dan in zijn belagers. Hij argumenteert tenminste, is niet te beroerd zijn ministerspost in de waagschaal te stellen en weigert de houding van Pontius Pilatus aan te nemen. De openbare worsteling van de Groenen met hun regeringsdeelname en hun geweten is leerzaam. Mij helpt het in ieder geval enigszins om me te oriënteren in een episode die barstensvol dilemma's zit. Hoe gecompliceerder en ondoorzichtiger het conflict, hoe groter de behoefte vertrouwen te kunnen houden in een politicus als Fischer. Onbeperkt en ongeclausuleerd is dat vertrouwen niet. Eén les hebben alle `68-ers' van Bob Dylan geleerd: `Don't follow leaders'.