Fiscus als sinterklaas

Een snelle reactie van de belastingdienst op de ingestuurde aangifte is mooi. Maar is het daarvoor nodig dat de fiscus de kas kritiekloos wagenwijd openzet?

De Belastingdienst heeft er voor gekozen naar de gunst van de burger te dingen, liever dan diens medewerking louter met streng optreden af te dwingen. Rondom de belastingaangifte heeft zich een compleet servicepakket ontwikkeld dat varieert van de gratis aangiftediskette tot snelle uitbetaling van een belastingteruggaaf. Een supersnelle teruggaaf, zo merkten honderdduizenden belastingbetalers dit jaar. De belastingcomputers zijn opnieuw afgesteld en zorgen al enkele weken na het insturen van de aangifte voor de uitbetaling van een eventuele belastingteruggaaf. Dat er op die korte termijn op het belastingkantoor geen grondige bestudering van de aangegeven informatie kan plaatsvinden, is duidelijk. Kennelijk is het zelfs zo dat simpelweg het door de betrokkene opgegeven saldobedrag als uitgangspunt voor de uitbetaling wordt genomen. Dat is goed voor een snelle dienstverlening, maar is het daarvoor nodig dat de fiscus de kas kritiekloos wagenwijd openzet?

De vraag komt op bij een lezer uit Wageningen die iets meemaakte waar menigeen zijn vingers bij zou aflikken: een fout van de fiscus in zijn voordeel. Een miljoenenfout bovendien. De belastingbetaler had zijn aangifte inkomstenbelasting gedaan met het elektronische aangifteprogramma van de fiscus. Alle gegevens had hij keurig ingetypt met helaas één foutje. Door een verkeerde aanslag op het toetsenbord was een komma op drift geraakt en wel de komma in de kolom van afgedragen loonbelasting. Waar 74000,00 gulden had moeten staan, stond 7400000 gulden. Het aantal nullen is gelijk maar de gevolgen stegen boven nul uit. De ingevulde gegevens leiden namelijk tot een belastingteruggaaf van zeven miljoen gulden; allemaal `te veel betaalde loonbelasting'. Gelukkig merkte de man zijn vergissing al direct na het overseinen van de aangifte. Dus snel een telefoontje naar het belastingkantoor om de overduidelijke vergissing recht te zetten. Dat gaat zo maar niet. Wie van de afgebakende fiscale paden afdwaalt, kan op een ouderwetse bureaucratie stuiten. Ook een evidente fout mag alleen schriftelijk worden hersteld. Dat simpele voorschrift zorgde voor een ontsporing toen de gevraagde correctiebrief ergens tussen de brievenbus en het bureau van de inspecteur in de mist verdween. Daardoor gebeurde er niets totdat de betrokkene een belastingteruggaaf van zeven miljoen gulden plus nog wat rente op zijn girorekening bijgeschreven kreeg. Na een ongewild weekend als miljonair leverde een telefoontje naar het belastingkantoor hem een excuus en een verbeterde aanslag op. De Wageninger beloofde het geld zo snel mogelijk terug te storten. Dat hoefde overigens niet want de Postbank had eigenmachtig de miljoenen al weer van de rekening gehaald. Iets te enthousiast zelfs, zodat waar eerst zeven cijfers stonden nu een onterecht negatief saldo prijkte. Onze lezer vraagt zich af wat er gebeurd zou zijn als hij geen melding van de fout had gemaakt.

In de eerste plaats zou hij ook dan de Postbank op zijn weg hebben gevonden met de eigenmachtige terugboeking. Overigens was dat een onrechtmatige ingreep, want de Belastingdienst had de miljoenen uitbetaald op basis van een foutief berekende maar wel degelijk rechtsgeldige voorlopige aanslag. Alleen een nieuwe (voorlopige) aanslag kan de zaak rechttrekken. De fiscus had hoe dan ook op een bepaald moment de te hoge voorlopige aanslag teruggedraaid. Dat valt dan te zien als het herstellen van een fout van de fiscus zelf, ongeacht het feit dat er fout bedrag in de aangifte stond. Zo'n aangifte is namelijk slechts een hulpmiddel voor de inspecteur om een aanslag vast te stellen en als de inspecteur iemand met een inkomen van anderhalve ton een bedrag van zeven miljoen teruggeeft, terwijl bovendien in zijn eigen administratie het juiste bedrag staat, dan heeft hij zelf een kardinale blunder begaan. Laten we een ding voorop stellen: zo'n blunder kan hij weer herstellen en dan moet de zeven miljoen teruggestort worden. Wie een deel van het geld heeft verbrast, wordt genadeloos door de fiscus achtervolgd tot de laatste cent is afbetaald. Er bestaat wel een kwijtscheldingsregeling voor het geval een belastingschuld iemand boven het hoofd groeit, maar die tegemoetkoming geldt niet voor dit soort gevallen.

Er zit nog een andere kant aan de zaak en dat is de rente. Een lang weekend zeven miljoen op de bankrekening levert al een paar duizend gulden op; degene die zich muisstil houdt en vele maanden een saldo van zeven cijfers aan weet te houden, kan een rentebijschrijving van meer dan een ton verwachten. Wie profiteert van dat geld?

Doorgaans krijgt de fiscus een wettelijke rentevergoeding als een te hoge belastingteruggaaf bij een latere aanslag wordt gecorrigeerd. Dat is redelijk als de belastingplichtige de inspecteur bewust op het verkeerde been heeft gezet of zelfs opzettelijk bepaalde inkomensposten heeft verzwegen. Als herstel evenwel noodzakelijk is door een fout van de fiscus, mag de inspecteur bij het opleggen van de nieuwe aanslag geen rente berekenen. De belastingbetaler krijgt dan door de fout van de fiscus een rentevoordeel dat de fiscus formeel niet met een eigen rentevordering ongedaan kan maken. De Belastingdienst moet in dat soort gevallen de hand in eigen boezem steken. In het beschreven geval liet de inspecteur inderdaad weten dat de betrokkene de rente mocht houden. Daar had de man uit Wageningen overigens niets aan omdat hij op zijn girorekening geen rente ontvangt. Niet iedere belastingbetaler zal zo correct zijn om meteen de Belastingdienst op te bellen om de gemaakte fout te herstellen. Die zwijgzaamheid levert dan financieel voordeel op. Met dat voor ogen, zou het nog niet zo gek zijn als de fiscus de eerlijke burger kan belonen op dezelfde manier als de eerlijke vinder van een uitpuilende portemonnee een premie kan verwachten als hij het geld aan de eigenaar teruggeeft.