DE LIJDENSWEG VAN EEN TWIJFELAAR

Volgende week maakt tennisster Brenda Schultz-McCarthy (28) haar rentree op Roland Garros. De operatie aan een hernia is geslaagd. Maar de twijfels zijn gebleven. ,,Als ik nu opnieuw een partij moet opgeven, stop ik definitief.''

Een strakke wind blaast over de gravelbanen op tennispark Amstelpark en je zou bijna medelijden krijgen met de speler die met Brenda Schultz-McCarthy moet trainen. De ballen vliegen soms alle kanten op en sparringpartner Sander Hommel rent zich een ongeluk. Exact een jaar lang heeft Schultz vanwege een hernia ontbroken in het tenniscircuit. Maar ook na de operatie tennist `Big Brenda' als een schilder die met tubes verf smijt zonder enige structuur te kunnen aanbrengen. Ze kan niet anders. Als ze praat, rennen de gedachten ver voor haar uit. Dan worden paradoxen moeiteloos als zekerheden gepresenteerd en een seconde later weer ontkracht.

Kijk niet gek op als Schultz haar rentree aankondigt op het toernooi in Rome om die vervolgens een week uit te stellen tot in Straatsburg. Dan is het ook niet vreemd als ze nog een weekje wacht tot Roland Garros. Hoewel ook het grandslamtoernooi in Parijs misschien nog te vroeg komt. Maar daar doet ze in principe mee, mijmert Schultz. Het is voor haar omgeving soms om wanhopig van te worden. Het 28-jarige krachtmens werpt eerst een barrière op alvorens het spel van een tegenstander te kunnen ontregelen. Maar al te vaak ontregelt Schultz vooral zichzelf en ze weet het beter dan wie ook.

Een typerend voorbeeld: ,,Na het overlijden van mijn moeder had ik een tijdlang nergens zin in. Ik wilde niet trainen, niet hardlopen. Op de baan wilde ik de bal slechts tien keer het hek injassen. Mijn toenmalige coach Glenn Schaap vroeg me vertwijfeld wat ik nou eigenlijk wilde. `Ik wil niets', antwoordde ik. `Ik wil stoppen met tennis.' `Stop er dan mee', zei Schaap. `Nee', zei ik. `Ik wil eigenlijk wel graag doorgaan.' Geen wonder dat Glenn me niet begreep. Ik zal nooit alles keurig op een rijtje krijgen, dat past blijkbaar niet in mijn leven. Ik zal wel eeuwig op zoek blijven naar de ideale balans. Maar geldt dat niet voor ieder mens?''

Ook op de baan raapt ze de punten soms als glasscherven bijeen. Het karakter van Brenda Schultz laat zich weerspiegelen in grillige setstanden. Ze kan zichzelf vernietigen, maar ook als door een wonder uit de as herrijzen, zoals in de Fed-Cupfinale van 1997 tegen Mary Pierce. Met enige aarzeling wordt de biecht uitgesproken dat haar partijen op zijn zachtst gezegd geen lust voor het oog zijn. Ze kan er om lachen. ,,Ik zeg tegen mijn echtgenoot Sean ook altijd dat hij beter een ommetje kan maken als ik moet spelen. Ik heb nu eenmaal een raar spel. De tegenstanders weten nooit wat ze kunnen verwachten, dat weet ik namelijk zelf ook niet. Ik heb het leren accepteren. Als kind van acht jaar was ik op de baan net zo wispelturig als nu.

,,Hoewel ook de vrouwen steeds harder gaan slaan, heb ik toch vaak de indruk dat tegenwoordig robots op de baan staan in plaats van tennissters. Het is toch meestal boem, boem, boem en het punt maken. En dan staat daar Brenda Schultz, die maar een beetje lijkt aan te rotzooien. Dat is mijn gave. Drie dubbele fouten achter elkaar, dan weer een ace, een slice backhand, dan weer die gekke forehand van mij. Ik heb tijdens de revalidatie geprobeerd mijn techniek te verbeteren. Het zag er aanvankelijk heel aardig uit.''

In gedachten streelt ze de bal in plaats hem als een gepofte aardappel aan het racket te prikken. Met een stralend gezicht: ,,Maar ik sta weer ouderwets te rukken aan die bal. Ik ben dan ook gedwongen een hitting-partner mee te nemen naar de toernooien, want de andere meisjes willen niet met me inspelen. Ik geef ze nu eenmaal geen ritme. Voor de finale in Palermo tegen Mary Pierce stond ik noodgedwongen tegen een muurtje te spelen omdat ik geen sparringpartner kon vinden. Stanley Franker heeft me wel eens uitgelegd waarom Manon Bollegraf niet met me wil dubbelen. Zij wordt gek van de gedachte dat ze nooit weet wat ik ga doen. Daarom ging het dubbel met Sabatini waarschijnlijk zo goed. Ook Gabriëla had momenten waarop ze geen bal over het net kreeg. Daar maakten we ons niet druk over.''

Eenzaam heeft Schultz zich niet gevoeld tijdens haar gedwongen afwezigheid. Het was een periode van revalideren én relativeren. ,,Speelsters als Manon Bollegraf belden uit goed fatsoen één keer om te vragen hoe het me ging. In de tenniswereld heb ik slechts een intensief contact met Natasja Zvereva. De anderen beschouwen me slechts als een concurrente die ze liever kwijt dan rijk zijn. Martina Hingis verwoordde het nog op een leuke manier. Ze vroeg me tijdens het toernooi in Lipton of ik weer ging spelen. Toen ik dat bevestigde, zei ze sarcastisch: Jammer, ik dacht eindelijk van je af te zijn.''

Misschien gebeurt dat ook wel, want de lijdensweg van Brenda Schultz is nog niet voltooid. Na het toernooi op Roland Garros in 1998 ging het echt niet meer met haar rug. ,,De pijn was eerst plaatselijk. Toen heb ik een MRI-scan laten maken waaruit bleek dat ik de symptomen van een hernia vertoonde. Aanvankelijk heb ik twee maanden rust genomen, waarna ik in Amerika weer ben gaan trainen. Plotseling voelde ik een ferme steek in mijn kont. Ik schrok me rot. Mijn voet begon te tintelen, ik kon nauwelijks nog staan. Mijn fysiotherapeut Richard Griffioen had me al gewaarschuwd voor die verschijnselen. Hij adviseerde meteen een operatie aan mijn rug.

,,Amerikaanse artsen stelden eerst nog een cortisoneninjectie voor of zogeheten papaya-prikken om een operatie te voorkomen. Met die spuiten speel je als het ware door de pijn heen. Wellicht handig voor een atleet die nog één keer wil presteren op de Olympische Spelen. Maar tennis speel je week in, week uit. Toen ik bovendien in de folders de mogelijke bijverschijnselen las, heb ik daar snel van afgezien. Ik wil later nog wel kinderen kunnen krijgen. De chirurg in Rotterdam waarschuwde me wel dat het geen operatie was voor mensen die daarna topsport wilden bedrijven. Maar het ging mij er slechts om dat ik later niet in een rolstoel zou belanden. Ik tennis nu met de gedachte dat het zomaar afgelopen kan zijn.''

De twijfels over haar rentree zijn dan ook niet verdwenen. Onbewust houdt Schultz zich nog in bij het maken van roterende bewegingen. Elk pijntje veroorzaakt een schrikreactie. ,,Ik moet in feite mijn eigen lichaam opnieuw ontdekken. Ik voel iets en ik vraag me meteen af wat het is. Ik ben bang voor mezelf, het kost tijd voor ik mijn lijf weer kan vertrouwen. Ik heb een behoorlijke ingreep ondergaan, waarbij sommige spieren zijn ingekort. Die gaan nu protesteren. Het weefsel rond het litteken blijft irriteren, vooral ik als de bal na een eerste service hard naar buiten wil slaan.

,,Het is niets ernstigs, ik moet er even doorheen. Daarom heb ik mijn rentree ook enkele weken uitgesteld. Het laatste wat ik wil, is weer een partij opgeven. Als dat gebeurt, stop ik meteen. Ik heb nu een bescheiden programma opgesteld om mezelf te testen. Ik speel Roland Garros, daarna Rosmalen en Wimbledon. Als ik dan nog krepeer van de pijn na een eerste service, moet ik ik mijn conclusies trekken. Dan is de belasting voor mijn rug blijkbaar toch te groot geweest.''

Voorlopig klampt Schultz zich vast aan de wetenschap dat ze de bal alweer aardig staat te raken. ,,Elke dag gaat het ietsje beter. Volgens fysiotherapeut Griffioen is het al een wonder dat ik weer op de baan sta, want die rug krijgt telkens een flinke opdonder.'' Vorige week speelde ze in de Bundesliga voor haar Duitse club Blau Weiss Zaluhi een potje tegen de Russin Lichovtseva. ,,Ik verloor met 6-4 en 7-6 van een speelster die toch rond de top-20 staat. Ik heb geen last van plankenkoorts. Zonder die partijen in de Bundesliga was ik natuurlijk nooit begonnen op een grandslamtoernooi, want eigenlijk is dat gekkenwerk.''

Maar denkt Schultz nu werkelijk dat ze na een jaar afwezigheid de competitie aankan met toppers als Martina Hingis, de zusjes Williams of zelfs maar de vedetten uit haar generatie? ,,Je kunt natuurlijk niet ongestraft een jaar wegblijven uit het circuit'', erkent Schultz. ,,Monica Seles is ook nooit helemaal meer de oude geworden. Toch heb ik niet het idee dat de ontwikkeling in het vrouwentennis zo snel is gegaan dat ik het straks niet meer bij kan benen. Ik merkte tegen Lichovtseva dat ook speelsters van haar kaliber nog steeds moeite hebben met mijn service. Ik verloor een oefensetje van Miriam Oremans, maar zij zei dat ze geen verschil zag met vroeger.

,,Momenteel steekt Venus Williams met haar powertennis duidelijk uit boven de rest, ook boven Hingis. Ik heb één keer tegen Venus gespeeld. Toen moest ik de ballen hoog met topspin terugspelen om niet van de baan te worden geblazen. Ik zou op Roland Garros zomaar in de eerste ronde met twee keer 6-0 van Venus Williams kunnen verliezen. Maar dat zal me tegen de anderen niet zo snel overkomen. Venus verkeert in een roes, ze straalt momenteel dat ongenaakbare uit van Hingis, Graf en Seles in hun beste jaren. Maar ik hoef me toch niet aan haar niveau te spiegelen? Ik was toch niet de nummer één toen ik vorig jaar moest stoppen?''

Momenteel laat Schultz zich begeleiden door Amstelpark-speler Sander Hommel, die zich wijselijk niet als coach laat betitelen. ,,Je hoeft ook geen genie te zijn om te constateren dat ik de bal te laat neem, omdat ik me slecht beweeg'', zegt Schultz. Hommel is vooral ,,een aardige gozer'', net als zijn voorgangers Glenn Schaap en Paultje Dogger. Als Schultz na Wimbledon besluit dat ze haar carrière voortzet, zal de Amerikaanse college-coach Michael Fencutt – de vroegere trainer van Hana Mandlikova – zich voorlopig over haar ontfermen. De bijna eindeloze stoet van privé-coaches in het gevolg van Schultz versterkten vooral het beeld van een speelster die uncoachable is, zoals Betty Stöve ooit verzuchtte.

Hommel heeft in elk geval één voordeel in vergelijking met zijn voorgangers. Hij vraagt geen geld voor zijn diensten. ,,Al die coaches willen op een gegeven moment meer. Ze nemen geen genoegen met 750 dollar in de week. Zo slecht is 1.500 gulden niet als alles verder wordt betaald. Als ik Erik van Harpen als coach wil aantrekken, betaal ik 3.000 gulden per week. Belastingconsulenten stonden versteld van de bedragen die ik aan coaches als Juan Nunez uitgaf. Vliegtickets, hotelkamers, eten en honoraria, 10.000 gulden ging er zo uit. Hommel wil alleen maar helpen en hij begrijpt me bovendien. Soms kijkt hij me aan en zegt: `Bren, ik zie het al, sla jij die ballen maar lekker de hekken in.' Aan hem hoef ik niets uit te leggen.''