De heksenjacht op buitenbeentjes

Op zoek naar een verklaring voor het bloedbad in Littleton, waar eind april twee teenagers twaalf medeleerlingen, een leraar en zichzelf afslachtten, heeft columnist Jon Katz een kleine mediarevolutie veroorzaakt. In zijn column voor het alternatieve webmagazine Slashdot `Why Kids Kill' schreef Katz kort na de moorden dat de media onterecht Internet en computerspelletjes als oorzaak voor het geweld aanwijzen. Hij waarschuwt voor de `domme stereotypen' van media en opvoeders over kinderen.

Niet het alom aanwezige geweld in de oude en nieuwe media is de oorzaak van de gewelddadige uitbarsting op Columbine Highschool, beweert Katz. Ook niet de vrije verkrijgbaarheid van wapens. Dat goed opgevoede kinderen uit welvarende witte suburbs aan het moorden slaan, komt volgens Katz door het repressieve klimaat op de Amerikaanse high schools, waar alles om sport en populair zijn draait. Nerds, geeks en andere buitenbeentjes worden stelselmatig buitengesloten en getreiterd.

Hij had het nog niet gezegd of duizenden leraren, ouders en deskundigen begonnen het leven van nerd-kinderen, die het toch al nooit gemakkelijk hadden op school, zuur te maken. Jongens die wel eens Doom of Quake spelen worden van school geschorst, ouders keren de computer van hun kinderen binnenstebuiten om te kijken of hij geen aanslagen beraamt en computerfreaks worden op school belaagd. ,,Things turned increasingly ugly, for geeks and oddballs, as teachers, administrators, reporters and peers sometimes made them feel like potential murderers.''

In een variant op serial killer profiling, een techniek om seriemoordenaars op te sporen, noemt Katz de plotselinge heksenjacht op non-conformistische jongeren die van technologie houden geek profiling. ,,Jongeren zonder stem – onzichtbaar in de media en talkshows op tv en machteloos op school – krijgen zomaar therapie voorgeschreven omdat ze na schooltijd computerspelletjes spelen of veel tijd aan hun homepage besteden.''

Jon Katz' columns – hij is inmiddels onder de naam `Voices from the Hellmouth' een serie begonnen – werden al bijna een miljoen keer opgevraagd. De computers van het webtijdschrift Slashdot kunnen de belangstelling nauwelijks aan. Hij ontving al vele duizenden brieven van jongeren over hun ervaringen op school. Geeks krijgen opeens een stem. Katz citeert integrale e-mails, vaak hartverscheurende berichten van dertien- en veertienjarigen die geen idee hebben waarom hun hobby's en daarmee zijzelf opeens verdacht zijn.

,,Het web werd plotseling (...) een plek voor getuigenissen. Opvoeders en deskundigen bleven maar zeggen dat op school alles in orde is, dat het echte probleem geweld op Internet (...) en in spelletjes is. Maar geeks hebben nu het Internet voor de eerste keer gebruikt om (..) ongefilterd te spreken'', schrijft Katz. Ook sommige ouders reageerden instemmend: ,,Mijn zeventienjarige zoon heeft me een printje van uw Littleton-artikelen gegeven. Niemand schijnt te denken dat misbruik door leeftijdsgenoten reëel of schadelijk is. Ik zou de volwassenen wel eens willen zien die elke dag op hun werk worden gepest, vernederd, lastiggevallen en vernederd zonder helemaal gek te worden.''

De stem van de geeks werd nog luider toen tv-stations en andere media het thema van de ongelukkige techno-freaks oppikten. Katz werd overspoeld met verzoeken van journalisten om hen in contact te brengen met de jongeren die hem mailden. Opeens mogen ze op prime time en in kranten als de New York Times hun visie op de ramp in Littleton geven. ,,De journalistiek heeft plotseling ontdekt dat dit verhaal iets gecompliceerder is dan gewelddadige videogames en geek monsters.'' En dat allemaal via ,,de kracht van interactiviteit en connectiviteit'', verklaart Katz het effect van zijn columns over high school als het voorgeborchte van de hel.

slashdot (www.slashdot.org)