Bulgaren

Het verschil van mening dat Martin Lamboo met Raymond Detrez heeft (NRC Handelsblad, 11 mei) laat ik voor wat het is. Maar het deel van zijn betoog dat over de houding van Bulgaren tegenover minderheden gaat, noopt mij toch tot een reactie.

In de Bulgaarse Grondwet van 1971 was vastgelegd dat er geen onderscheid mag worden gemaakt naar onder meer ras of godsdienst (art. 35 lid 1) en was vrijheid van godsdienst gegarandeerd (art. 53 lid 1). Zoiets kan evenwel een dode letter blijven, zoals de bulgariseringscampagne in de tweede helft der 80er jaren heeft bewezen. Anders dan Lamboo suggereert is deze misstap echter niet door de (nieuwe) democratische regering teruggedraaid, maar reeds begin 1990 door de toen nog regerende communisten. En dat besluit riep onder de bevolking heel wat weerstand op.

In de Grondwet van 1991 is wederom godsdienstvrijheid als recht erkend (art. 13 lid 1). De nieuwe wet is echter op andere punten niet neutraal. Zo is in art. 3 vastgelegd dat ,,de officiële taal in de republiek het Bulgaars is'' en in art. 13 lid 3 dat ,,de traditionele religie in de republiek Bulgarije de oosterse orthodoxie is''.

Het heikele karakter van dit onderwerp blijkt tenslotte ook uit het verbod om politieke partijen op etnische grondslag te vormen (art. 11 lid 4).

Mijn conclusie is dan ook dat de politiek het kennelijk nodig vond dit vraagstuk met fluwelen handschoenen aan te pakken en dat in dit licht de juistheid van Lamboo's stelling ,,dat de Bulgaarse bevolking niet vijandig staat tegenover de eigen islamitische minderheden'' moet worden betwijfeld.