Buitenlanders worden Nederlanders bij Willem II

Voetbalclub Willem II kan zich morgen door een zege bij Cambuur plaatsen voor de Champions League. Het goede spel van de Tilburgers dit seizoen is mede de verdienste van de buitenlandse spelers. ,,Als ik scoor tegen AC Milan, ben ik koning Voetbal van Gambia.''

De training loopt op zijn einde, maar Jatto Ceesay en Ousmane Sanou zijn aan het bakkeleien geslagen. Sanou, afkomstig uit Burkina Faso, velt Gambiaan Ceesay met een venijnige tackle. Ceesay, in goed verstaanbaar Nederlands: ,,Als je dat nog een keer doet, geef ik je een klets terug.'' Een geschrokken Sanou na de oefensessie: ,,Wees gerust: Jatto en ik zijn vrienden van elkaar.''

Hoewel er bij het dit seizoen zo sterk presterende Willem II negen buitenlanders spelen, verplicht de clubleiding iedereen om Nederlands als voertaal te hanteren. Trainer Co Adriaanse ziet er op toe dat tijdens de training Nederlands wordt gesproken, bovendien mogen er bij de lunch nooit twee buitenlanders naast elkaar aan tafel zitten. Spelers die niet verschijnen bij de Nederlandse les krijgen een boete van 250 gulden. Ruim de helft van de buitenlanders wordt een aantal uren in de week onderwezen in het Nederlands.

Slechts Mariano Bombarda (Argentinië, 26 jaar), Geoffrey Prommayon (Thailand, 27), Yassine Abdellaoui (Marokko, 23) en tweede doelman Kris Mampaey (België, 28) hoeven zich om uiteenlopende redenen niet te melden in het klasje van docent Leon Smeets. Prommayon en Abdellaoui hebben ook nog een Hollands paspoort en voetballen net als Bombarda al lang in Nederland, terwijl de Belg Mampaey ook geen taalproblemen kent.

De taalklas bestaat uit Sami Hyypiä (Finland), Adil Ramzi (Marokko), Tomás Galásek (Tsjechië) en de Afrikanen Ceesay en Sanou. Ook de partners van de voetballers moeten de cursus Nederlands volgen.

Co Adriaanse: ,,Toen ik twee jaar geleden arriveerde in Tilburg, speelden al die buitenlanders er al. Ik ben er scherp op gaan toezien dat die jongens zo snel mogelijk de Nederlandse taal leerden. Communicatie is namelijk erg belangrijk binnen een voetbalploeg. Ik heb voor de buitenlanders een lijstje gemaakt waarop honderd Nederlandse voetbaltermen staan. Van `in je rug' tot `pak je man', alles is binnen 24 uur te leren.'' Adriaanse kijkt op van de taalproblemen bij buitenlanders als Dani (Ajax) en collega Bobby Robson (PSV). ,,Die twee geven nog steeds interviews in het Engels. Dat vind ik vreemd.''

De trainer controleert zijn buitenlanders steekproefgewijs. ,,Af en toe loop ik dat klasje binnen om te kijken of er vorderingen worden gemaakt. Bijna alle jongens kunnen zich goed verstaanbaar maken, behalve Sanou. Als ik hem een tactische oefening uitleg, ziet hij nog weleens water branden.''

Ousmane `Papa' Sanou (21) over de kritiek van zijn trainer: ,,Ik zit pas drie jaar in Nederland en moet nog aan veel dingen wennen. Het is koud hier en je moet overal en altijd op tijd komen. Ik heb moeite met de uitspraak van het Nederlands, om nog maar niet te spreken over die vervoegingen. Waarom moet je bijvoorbeeld zeggen `Ik liep over straat' in plaats van `Ik loopte over straat? Ik begrijp dat niet.''

De 24-jarige Jatto Ceesay is beter verstaanbaar dan Sanou, die liever Frans spreekt. ,,Eigenlijk prefereer ik de Engelse taal'', zegt rechtsuiten Ceesay. ,,Toch ben ik gemotiveerd om Nederlands te leren. Ik wil een goede prof zijn en slagen in Tilburg. Dan is het belangrijk dat je tactische aanwijzingen in het Nederlands kan geven. Ousmane moet dat ook begrijpen.'' Ceesay noemt een goede beheersing van de Nederlandse taal een voorwaarde voor een basisplaats. ,,En als ik altijd word opgesteld kan ik misschien scoren in de Champions League. Dan is Jatto koning Voetbal van Gambia.''

Ramzi (21), Galasek (25) en zeker Hyypiä (26) kunnen zich goed verstaanbaar maken. ,,Ik heb altijd makkelijk kunnen leren'', zegt voorstopper Hyppiä.De Fin volgde in eigen land het VWO. ,,Toen ik naar Tilburg kwam, ben ik meteen Nederlandse tijdschriften gaan lezen. Ik dúrfde ook Nederlands te spreken, ofschoon ik aanvankelijk veel fouten maakte. Het is een goede zaak dat buitenlanders hier Nederlands moeten leren. Dat bevordert de integratie.''

Middenvelder Galásek, met een transfersom van ruim drie miljoen gulden de duurste buitenlandse aankoop bij Willem II, was alleen de Tsjechische taal machtig toen hij in 1996 naar Tilburg kwam. ,,Ik was dan ook zeer gemotiveerd om Nederlands te leren. Dat was ook belangrijk voor mijn ontwikkeling als voetballer, want zo kon ik Adriaanse verstaan. Ik was voor mijn komst naar Tilburg een speler die veel te veel acties in een wedstrijd wilde maken. Adriaanse leerde me om ingetogener te spelen, in een meer controlerende rol. Ik ben nu een veel betere speler dan twee jaar geleden.''

Volgens directeur voetbalzaken Martin van Geel is de goede begeleiding van de buitenlanders bij Willem II de oorzaak van de succesvolle integratie. ,,We hebben daar een extra budget voor. De jongens kunnen altijd een beroep doen op een maatschappelijk begeleider. Voor administratieve zaken kunnen ze terecht bij een personeelsfunctionaris, voor geestelijke problemen hebben we binnen de club een psycholoog.''

Ontwikkelingswerker Hans Visser ontfermt zich namens de club over de Afrikanen Ceesay en Sanou. Dat betaalde zich verleden jaar al uit, toen Ceesay in een persoonlijke crisis verkeerde. Visser stond hem op het geestelijke vlak bij, met alle gevolgen van dien: de aanvaller verschijnt nu regelmatig in de basis en scoorde dit seizoen al vijf keer. ,,Veel profclubs begeleiden hun buitenlanders niet goed'', vindt Visser. ,,Afrikanen zijn emotionele jongens, die missen hun familie altijd enorm. Jatto droeg zóveel centen af aan zijn ouders, dat hij zelf niets meer had.'' Visser plaatst vraagtekens bij de wijze waarop Ajax zijn Zuid-Afrikaan Benni ontving in Nederland. ,,Ik las ergens dat die jongen door bestuursleden van het vliegveld werd afgehaald waarna hij een briefje in zijn handen kreeg geduwd. Daarop stond het adres van zijn pleegouders. Benni werd toen in een taxi gezet en hup, naar die mensen gereden. Een schoolvoorbeeld van een slechte begeleiding.''

Volgens Van Geel is het grote aantal buitenlanders bij Willem II geen toeval. ,,Maar het is ook niet zo dat we daar naar streven. We hanteren bij deze club een prioriteitenlijst. We kijken eerst in de eigen opleiding naar spelers, om onze blik daarna te verruimen naar Nederland en België. Als we dan nóg geen versterkingen hebben gevonden, zoeken we pas in én buiten Europa.''

Het internationale netwerk van de club bleek betrouwbaar; afgezien van Galásek kostten de andere buitenlanders bijna niets. De geschatte transferwaarde van de belangrijkste spelers Hyypia en Galásek bedraagt respectievelijk acht en tien miljoen gulden. Beiden hebben een contract tot 2002.

De buitenlanders van Willem II noemen als één van de belangrijkste oorzaken voor hun succes de aanpak van trainer Adriaanse. ,,Hij is een zeer sociaal ingestelde man'', zegt verdediger Hyypiä. ,,Hij maakt je belangrijk'', zegt middenvelder Galásek. ,,Zijn trainingen zijn verfrissend'', zegt aanvaller Bombarda. Trainer Adriaanse over de loftuitingen van de buitenlanders: ,,Vrijwel alle buitenlandse spelers zijn een meerwaarde voor de ploeg. Onder mijn leiding zijn Hyypiä, Galásek en Ramzi uitgegroeid tot topspelers. Alleen al dat trio is de laatste jaren 25 miljoen gulden meer waard geworden.''