Betonrot: wie is aansprakelijk?

Zaklampen in de aanslag: de kruipruimte moet worden geïnspecteerd! Ruim 150.000 huizen in Nederland hebben betonrot. Verenigingen van huiseigenaren, makelaars en gedupeerden zijn in de slag met de overheid over de aansprakelijkheid.

Woont u in zo'n typische jaren zeventig nieuwbouwwijk, met van die degelijk gebouwde gezinswoningen? En heeft uw huis ook nog eens betonnen vloeren gelegd door de firma Kwaaitaal of Manta? Tijd om met de zaklamp de kruipruimte te inspecteren op betonrot.

De firma's Kwaaitaal en Manta pasten eind jaren zeventig een naar nu blijkt desastreuse chemische methode toe om hun betonnen vloeren sneller te laten harden. Dankzij hun snelle productiemethode werden beide firma's veel gevraagd voor grote bouwprojecten. Zodoende werden er tussen 1965 en 1983 tienduizenden huizen gebouwd met vloeren van Kwaaitaal of van Manta.

Bij de fabricage van de vloeren is door de firma's op grote schaal calciumchloride gebruikt in het beton. Dit ondanks een verbod daarop in 1974. Voordeel van het gebruik van chloride is dat het beton sneller droogt in de fabriek zodat de vloerdelen snel gelegd konden worden. Nadeel is echter, en daar zit hem de crux, dat het na verloop van tijd de wapening (het vlechtwerk van betonijzers) kan aantasten. Dit is na ongeveer 10 jaar te zien.

Calciumchloride heeft namelijk de vervelende eigenschap dat het in een reactie met water en zuurstof de stalen kernen in het beton laat roesten en na enige tijd zelfs laat verdwijnen. Door dit oxidatieproces ontstaat er van binnenuit een druk op het beton waardoor het gaat afbrokkelen. Dit afbrokkelen wordt betonrot genoemd.

En daar gaat het mis. Want een afgebrokkelde betonvloer met aangetaste of weggeroeste ijzers kan niet zo veel gewicht meer hebben. De draagkracht is afgenomen, de boel gaat inzakken. ,,In totaal zouden zo'n 150.000 huizen in 400 gemeenten met een of andere vorm van betonrot te maken hebben'', zegt J. Verbeek van de vorig jaar opgerichte Stichting Betonschadevloeren Nederland (SBN). De totale kosten van het repareren of vervangen van de vloeren kan oplopen tot twee miljard gulden, afhankelijk van de mate van aantasting en de gevonden oplossing. De kosten voor reparatie bedragen naar verwachting tussen de 10 en 50 duizend gulden per woning.

Goedkoopste oplossing leek het behandelen van de ijzers met andere chemicaliën die de roestvorming tegen moeten gaan. Dat kan echter alleen als de oxidatie nog niet zo ernstig is. Volgens Verbeek werkt deze methode echter niet.Als de schade aanzienlijker is, moeten ook drastiser en duurdere oplossingen worden bedacht. Zo kan de vloer gestut worden met een nieuwe metalen draagconstructie onder de vloer of kan, alleen als je zeker weet dat je nooit meer onder de vloer hoeft te zijn, de kruipruimte volgespoten worden met schuimbeton. Duurste en meest efficiënte oplossing is echter het vervangen van de hele vloer.

Huizenbezitters staan echter niet in de rij om zelf voor deze kosten op te draaien. Zij kunnen er immers niets aan doen dat er twintig jaar geleden een verboden methode is gehanteerd bij de bouw van hun huis. De boosdoeners, Kwaaitaal en Manta, zijn al jaren geleden failliet gegaan. Niet helemaal onbegrijpelijk overigens. Rest de vraag: wie draait er op voor de geleden schade?

Bij de makelaarsvereniging NVM zijn ze zich bewust van het probleem van de betonrot en de aansprakelijkheid. ,,Het is nieuw, moeilijk ook. Een verborgen gebrek, vergelijk het met asbest'', zegt een woordvoerder. Officieel valt betonrot ook onder de meldings- en onderzoeksplicht, maar ,,een makelaar is geen bouwkundig ingenieur, dus dat kun je niet van hem verwachten'', aldus de woordvoerder. Daarom zijn er ook geen schadeclaims bij NVM-leden binnengekomen.

De SBN denkt er anders over, zegt voorzitter Verbeek. ,,Makelaars kunnen juist een belangrijke rol vervullen.'' Bij verdachte panden die tussen 1965 en 1983 zijn gebouwd zouden zij de verkopers er bijvoorbeeld op kunnen wijzen dat van chloride-aantasting sprake kan zijn. Zij zouden dit vervolgens in hun bouwtechnisch rapport mee kunnen nemen. ,,Zo is voor alle partijen duidelijk of er sprake is van betonrot of niet'', aldus Verbeek.

Gemeenten en woningbouwverenigingen gaan verschillend om met de problemen van huiseigenaren. De Woningbouwvereniging IJsselstein bijvoorbeeld werd een aantal jaren na de verkoop van enkele tientallen woningen onaangenaam verrast met de constatering van betonrot. De nieuwe bezitters van de huizen waren furieus: de vereniging had hen moeten inlichten over het feit dat de huizen Kwaaitaal-vloeren hadden. De Woningbouwvereniging IJsselstein koos eieren voor haar geld en besloot de geleden schade te vergoeden.

In november vorig jaar wees een rechter de claim van een aantal huiseigenaren tegen de gemeente Nieuwegein echter af. De gemeente was volgens de rechter niet verantwoordelijk voor de betonrotschade aan vloeren omdat zij er niet van op de hoogte kon zijn. Niewegein is daarom ook niet verplicht de schade in elke woning afzonderlijk op te nemen, zo oordeelde de rechter.

Ook in Veenendaal ontstond vijf jaar terug commotie over een 41 huizen in de wijk Dragonder. Daar bleek de fundering van de Kwaaitaal-vloeren te zijn aangetast. De gemeente trok zich het lot van de gedupeerde bewoners aan en verzon een oplossing: iedere bewoner met schade kon een renteloze lening afsluiten bij de gemeente. De bedragen varieerden tussen de 6.000 en 22.000 gulden. Totale lening: 521.000 gulden. Met dat geld werden de aangetaste vloeren hersteld of vervangen.

Op het ministerie van Volkshuisvesting (VROM) staat de betonrot mede dankzij de noodkreet van Verbeek van de SBN hoog op de agenda. Op verzoek van de SBN en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) voert het ministerie een inventariserend onderzoek uit naar de omvang van het probleem. Als dat, in juli, duidelijk is, zal gezocht worden naar een oplossing. Recentelijk meldden Dordrecht (1.300 woningen met problemen), Gouda (900), Haarlem (ruim 10.000), Schiedam (5.900), Zaanstad (2.000), Waddinxveen (330) en Weststellingwerf (120) zich bij de VNG met `funderingsproblemen'. Vooralsnog is er echter geen potje betonschade-subsidie ingesteld, aldus VROM. Gemeenten moeten het, als ze zich verantwoordelijk voelen, uit de eigen middelen oplossen.

Toch dringen de Vereniging Eigen Huis (VEH), de SBN en de VNG al een tijdje bij de overheid aan op het instellen van een fonds, zodat niet alleen de woningbezitters en de gemeenten voor de kosten moet opdraaien. De belangenbehartigers van de gedupeerden willen dat verantwoordelijk staatssecretaris Remkes wél geld beschikbaar stelt voor huizenbezitters die met betonrot zijn geconfronteerd. ,,Gezien de aard en omvang èn het landelijke karakter van beide problemen, dient het Ministerie van VROM hier haar verantwoordelijkheid te nemen'', aldus de VEH. Remkes wacht eerst de inventarisatie af en lijkt geneigd de eventuele schadevergoedingen door de overheid via het gemeentefonds te laten regelen. Dat maakt het er voor de woningbezitters niet duidelijker op, omdat iedere gemeente vrij is om de gelden uit het gemeentefonds te besteden.

Informatie: SBN tel: (030) 601 48 32, email: info@betonschadevloeren.nl, internet: www.betonschadevloeren.nl