Aanpak crisis kost Israel groei

De Israelische economie is sinds het aantreden van Benjamin Netanyahu in problemen geraakt. De inflatie is onder controle, maar de economie krimpt.

De bond van winkeliers heeft besloten om maandag 17 mei, als het Israelische volk naar de stembus gaat, de winkels niet te sluiten. ,,Dat kunnen we ons niet veroorloven'', zegt de voorzitter van de bond. ,,De middenstand is buitengewoon zwaar door de economische crisis getroffen.'' Dat is te merken aan de vele winkels die door de aanhoudende recessie zijn gesloten, zowel in de drukke winkelstraten van Tel Aviv als elders in het land. ,,Mijn omzet is met dertig procent gezakt. De mensen kopen minder luxe brood'', zegt een bakker. ,,Met de losse verkoop van kranten is het droevig gesteld. Ook het advertentieaanbod is drastisch verminderd'', zegt een employee in een krantenwinkel. Zij rept van een terugval in de orde van grootte van dertig procent. Een garagehouder klaagt eveneens steen en been: ,,Het is verbluffend dat vrijwel niemand het in deze verkiezingscampagne heeft over de ernst van de economische crisis. Ik kan nog maar net mijn hoofd boven water houden''.

De cijfers wijzen uit dat het met de Israelische economie bergafwaarts is gegaan sedert Benjamin Netanyahu, de leider van Likud, in 1996 aan de macht kwam. Aan de betrekkelijk snelle expansie van de economie in de vredesjaren van 1992 tot 1996 (toen het bruto nationaal product met zes à zeven procent per jaar groeide) kwam een einde na de moord op premier Yitschak Rabin. Buitenlandse investeerders keerden Israel de rug toe, alhoewel het niveau van de buitenlandse investeringen voor Israelische begrippen hoog is gebleven.

Op de golven van de euforie absorbeerde Israel een recordaantal immigranten. Er werd ook hard gewerkt aan de ernstig verwaarloosde infrastructuur (aanleg van wegen en begin van de uitbreiding van de spoorwegen).

De invloed op de economie van de moord op Rabin in 1995 – toen de hoop op vrede omsloeg in pessimisme – is moeilijk in harde cijfers uit te drukken. Economen menen dat deze psychologische factor wel degelijk een rem heeft gezet op de economische groei en de investeringen. Premier Benjamin Netanyahu schrijft de recessie waartegen hij in deze verkiezingsstrijd moet opboksen echter toe aan de ,, economische blunders'' van de minister van financiën Avraham Shohat ten tijde van het Rabin-Peres tijdperk. Shohat heeft volgens hem met ,,schandalige'' loonsverhogingen in de overheidsector en het scheppen van een gigantisch begrotingstekort ter financiering van infrastructurele werkzaamheden de economie in de gevarenzone gebracht. De inflatie schoot omhoog tot 14,5 procent in 1994, als gevolg waarvan de druk op de shekel enorm toe nam.

Vooraanstaande economen zijn van mening dat Netanyahu er met instrumenten uit de klassieke economische theorie in is geslaagd om een zeer ernstige financiële crisis, het ineenstorten van de shekel, te voorkomen.

Hij gaf sterke en consequente leiding aan het terugdringen van het begrotingstekort van 12.8 miljard gulden ten tijde van minister Shohat tot 4.5 miljard gulden in 1997. De bestedingsbeperkingpolitiek die werd begeleid door een hoog renteniveau ter stabilisering van de shekel leidde ook tot beheersing en daarna het terugdringen van de inflatie tot slechts enkele procenten boven het Europees niveau.

Netanyahu zegt dit Israel heeft gespaard voor de gevolgen van de Aziatische economische crisis. Het BNP heeft echter in 1998 wel meer dan een half procent verloren voornamelijk als gevolg van teruglopende export naar Azië. Netanyahu is daardoor gesterkt in de gedachte dat Israel toch als een Westers land de economische stormen uit Azië, Zuid-Amerika en Rusland, heeft doorstaan. In feite is de Israelische economie echter buitengewoon kwetsbaar.

In het najaar tuimelde de shekel met zo'n dertig procent maar deze munt is sindsdien door het rentebeleid ten opzichte van de dollar weer met twintig procent in waarde gestegen. Zo lang het hoge rentepeil de ontplooiing van de economie remt en de zwakkere sectoren zoals de kleinhandel verstikt, moet het herstel van de economie komen uit de vruchten van herstructering van de economie. Dat is precies wat Netanyahu voor ogen had. In zijn regeerperiode is de eerder voorzichtig aangezette liberalisering van de shekel en privatisering van belangrijke sectoren in de economie krachtig doorgezet. De vruchten daarvan komen echter te laat om hem in de harde verkiezingsstrijd van dienst te kunnen zijn.

Wegens het strakke budgettaire beleid bleef de voortzetting van de verdere uitbouw van de infrastructuur die Netanyahu had beloofd achterwege. Voor het bij elkaar houden van de regeringscoalitie met de ultraorthodoxe partijen sluisde hij wel miljarden guldens naar de kassen van deze partijen, voor de verdere glorie van de instituten voor religieus onderwijs en de subsidiëring van tienduizenden niet werkende en niet in het leger dienende religieuze studenten. Onder Netanyahu en dankzij hem heeft deze improductieve sector een grote vlucht genomen. Deze als ,,politieke corruptie'' gehekelde politiek is in de emotionele verkiezingscampagne de achillespees van Netanyahu. Nooit eerder hebben seculiere politici met zoveel verontwaardiging op de bevoorrechting van de ultraorthodoxe partijen uit de schatkist gebeukt.

Van het optimisme van enkele jaren geleden, toen de levensstandaard snel steeg en de Israeli's hun geluk niet opkonden, valt niets meer te bespeuren. Alleen de managers en aandeelhouders van de hightech hebben reden tot grote tevredenheid. Deze sector blijft snel expanderen. Israel wordt zelfs met drieduizend start-ups door Amerikaanse ondernemers de tweede Silicon-vallei ter wereld genoemd. De lijst van Israelische hightech ondernemingen die de afgelopen jaren voor gigantische bedragen, over de een miljard gulden zelfs, in buitenlandse, voornamelijk Amerikaanse handen zijn over gegaan wordt met de maand langer. Maar op de stemming in het land heeft deze parel in de kroon bijna geen effect. Het is slechts een kleine elite die ervan profiteert.