`Sleutel is 18 maanden'

Na een maand staken wordt weer gesproken over de gemeentelijke CAO. Onderhandelaars Scherf en Den Uyl over loonstijging en contractduur.

Morgen zijn de 180.000 werknemers van de 548 Nederlandse gemeenten precies een maand in staking. Personeelsleden van vervoersbedrijven, vuilophaaldiensten en schouwburgen legden de afgelopen maand Nederland stil. En hoewel de onderhandelingen over een nieuwe CAO officieel nog muurvast zitten, blijken werkgevers en werknemers achter de schermen weer te praten.

De onderhandelingen over de gemeente-CAO begonnen dit jaar al op 8 januari. En dat voor een cao die pas op 1 april zou ingaan. Daaraan voorafgaand had al een aantal informele gesprekken plaatsgevonden. De werkgevers — negen wethouders en een burgemeester onder aanvoering van de Eindhovense wethouder Han Scherf — waren het eerst aan zet en deden een loonbod: 6,1 procent voor de komende drie jaar. ,,Een reëel bod gezien andere afgesloten CAO's en de ramingen van het Centraal Planbureau'', aldus onderhandelaar Scherf. ,,Een positief uitzicht op een snel en goed resultaat'', zegt ook Xander den Uyl, onderhandelaar namens de AbvaKabo, een vakbond van vakcentrale FNV.

Niet voor niets begonnen de onderhandelingen vroeg in het jaar. Sinds 1993 had het afsluiten van een CAO voor de gemeenten al twee keer voor problemen, stakingen en werkonderbrekingen gezorgd. Maar eind februari leken de onderhandelingen, ondanks het voorspoedige begin, toch in een impasse te geraken. De hei bood uitkomst. In een informeel samenzijn van twee dagen werden `spijkers met koppen geslagen'. De contouren voor een akkoord lagen op tafel. Den Uyl: ,,Het was vruchtbaar.'' Scherf: ,,Er heerste een sfeer van euforie. We waren enorm opgeschoten.''

Tot stomme verbazing van de werkgevers lichtte Den Uyl vervolgens zijn achterban in over de nog niet op papier vastgelegde resultaten. ,,Een klassieke fout'', aldus een van de werkgeversonderhandelaars. ,,Tijdens een onderhandeling moet je er met elkaar uitkomen. Het eindresultaat moet naar de achterban. Hiermee loop je onnodig risico.'' Den Uyl: ,,Ik moest wel, maar ik had dat van tevoren aangekondigd. De contouren voor het akkoord zoals dat er eind februari lag gingen over een tweejarige CAO. Ik had slechts de opdracht een éénjarige CAO af te sluiten. Ik had een mandaat van de achterban nodig om verder te gaan.''

Wat de werkgevers vreesden, gebeurde. Den Uyl kreeg het mandaat voor een tweejarige CAO, maar werd tevens opgescheept met een keiharde looneis. 6,2 procent voor die periode en geen cent minder. De werkgevers wilden niet verder gaan dan vijf procent. Resultaat was het opblazen van alle bereikte overeenkomsten. Den Uyl: ,,De werkgevers wilden niet verder.'' Scherf: ,,Den Uyl weigerde het eindbod zoals dat er eind februari lag in het begin zelfs officieel te herhalen.''

Een woedende club wethouders die door Den Uyl van ,,onkundigheid'' werd beticht was het gevolg. ,,Het was een andere delegatie dan de afgelopen jaren, met veel nieuwe gezichten'', zegt Den Uyl nu. ,,Ze hadden de dynamiek aan onze kant van de tafel absoluut niet door. Ik heb het idee dat het deze keer eindelijk eens niet aan ons ligt dat de onderhandelingen zijn vastgelopen.'' ,,Den Uyl dacht dat hij met een stelletje onervaren onderhandelaars te maken had en probeerde dat te verzilveren. Hij gaf ons het idee dat we absurd bezig waren'', aldus een onderhandelaar namens de werkgevers.

Den Uyl kondigde aan terug te vallen op zijn oude eisen (3,5 procent plus eindejaarsuitkering van één procent voor een éénjarige CAO) en houdt daar totnutoe officieel aan vast.

De werkgevers hebben nog één keer geprobeerd de onderhandelingen vlot te trekken. Ze boden een kwart procent incidentele loonsverhoging voor 1999 bovenop de vijf procent die er voor de komende twee jaar lag. Maar toen dat niet werd opgepikt trokken ook zij zich terug in hun loopgraven. Althans, officieel.

Nu praten beide onderhandelingsdelegaties weer met elkaar. Om de verhoudingen te normaliseren, zoals dat heet. Omdat geen van de partijen echter openlijk gezichtsverlies wil lijden, zal een alternatief gevonden moeten worden. Dat alternatief lijkt te liggen in het aanpassen van de duur van de CAO. Geen CAO voor één jaar, niet eentje met een looptijd van twee jaar, maar een oer-Hollands compromis van achttien maanden. Voordeel daarvan is dat de percentages, zoals die genoemd zijn in de eerdere onderhandelingen, losgelaten kunnen worden. Daarmee vervalt het referentiekader voor de achterban.

Immers, na een maand actievoeren voor 4,5 procent meer loon is het voor hen niet te slikken als er slechts 2,9 of 3,1 procent voor een jaar wordt geboden.

Door een aanpassing van de looptijd van de CAO kan ook een andere verdeling van de loonstijgingspercentages worden voorgesteld. Geen 4,5 procent in een jaar, geen 5,25 procent in twee jaar (de bekende percentages van respectievelijk de bonden en de werkgevers) maar bijvoorbeeld nu twee procent, in oktober 1999 nog eens 1,5 procent en in april volgend jaar weer twee procent. Looptijd achttien maanden. Dus wellicht is de kou uit de lucht tot oktober 2000.