Liberia, hart der duisternis

Succes heeft vele vaders, maar nog meer kinderen. Iedere onverbiddelijke, onverwachte bestseller leidt in uitgeversland tot pogingen om de beproefde formule te kopiëren. De honderdduizenden verkochte exemplaren van Donna Tartts Verborgen geschiedenis veroorzaakten een vloedgolf van `literaire thrillers'. The Bridges of Madison County van Robert James Waller baande de weg voor een hele roedel plattelandsromantici en wolvenfluisteraars. En het verdiende succes van Moses Isegawa's vorig jaar verschenen Abessijnse kronieken zou in Nederland wel eens kunnen resulteren in een hausse van Afrikaanse hardboiled immigrantenromans, geschreven in het Engels maar voor het eerst verschenen in het Nederlands.

De sinds 1993 in Nederland wonende Vamba Sherif (Liberia, 1973) wordt door uitgeverij De Geus zelfs min of meer voorgesteld als het petekind van Isegawa. Zijn debuutroman werd niet alleen gepresenteerd door deze Oegandese Noord-Hollander, maar ook door hem voorzien van een begeleidende lofrede en een daaruit afkomstige flaptekst. Het zadelt Het land van de vaders op met te hoge verwachtingen en verkeerd vergelijkingsmateriaal. Want Sherifs grotendeels historische roman over zijn geboorteland Liberia heeft weinig gemeen met Isegawa's sociaal-bewogen en flitsend geschreven schelmenroman. Bravoure ontbreekt, en in plaats van een amoreel macho-universum zien we een wereld waarin, ondanks alles, optimisme en humanisme de overhand hebben.

De republiek Liberia, `het land van de vaders' uit de titel, werd in het midden van de negentiende eeuw gesticht door vrijgelaten slaven uit Amerika die al gauw tot de ontdekking kwamen dat hun cultuur na jaren van slavernij in ballingschap hemelsbreed verschilde van die van hun zwarte broeders aan de Afrikaanse westkust. De botsing tussen de kolonisten in de hoofdstad Monrovia en de bewoners van het binnenland, beschreven als een alles opslokkend heart of darkness, is Sherifs voornaamste thema. Of, zoals een van zijn personages het formuleert: `Hoe konden de Monrovianen zich een weg vooruit banen zonder te verdwalen te midden van een inheemse bevolking die ze nauwelijks begrepen? Was het juist dat ze de christelijke waarden in ere wilden houden, of moesten ze de inboorlingen opnemen in hun midden waardoor de christelijke waarden zouden worden aangetast?'

Dit dilemma wordt door Sherif achtereenvolgens geïllustreerd met de levensverhalen van twee hoofdpersonen: de Afrikaanse stamhoofdzoon Halay die van geboorte af aan is voorbestemd voor een leidende rol in zijn land, en de idealistische dominee Edward Richard, die na een atypisch gelukkige slavenjeugd op een Amerikaanse plantage als kolonist-missionaris naar Afrika gaat. In het derde deel van Het land van de vaders ontmoeten ze elkaar in Liberia, waar Edward overtuigd raakt van de noodzaak tot contact met de inheemse bevolking en zich uiteindelijk zelfs laat initiëren door het volk van Halay. De twee laatste delen van het boek maken een sprong in de tijd en laten zien – aan de hand van de nazaten van Edward en Halay – wat er van de Liberiaanse droom terecht is gekomen: een land in burgeroorlog, waar slechts sprankjes hoop resten.

De historische roman over verschillende generaties is een beproefd genre, maar Sherif gaat er op een onconventionele manier mee om: dromen en surreële gebeurtenissen (een Afrikaanse variant van magisch realisme) maken Het land van de vaders niet bepaald tot een rechttoe-rechtaan verhaal, terwijl de grote overgang van de negentiende eeuw van Halay naar de twintigste van zijn achterkleinzoon een te zwaar beroep doet op het inlevingsvermogen van de lezer. Dat laatste is niet het enige dat je tegen Sherifs debuut zou kunnen inbrengen. Tijdens het lezen merkte ik dat het lot van de hoofdpersonen me steeds minder interesseerde; ze zijn te vreemd of te braaf om werkelijk tot de verbeelding te spreken. En Sharifs vertelkunst, gekenmerkt door een mengeling van barokke zinnen, vlakke passages en expliciete geschiedenislesjes, is niet groots en meeslepend genoeg om zoiets tot een bijzaak te maken.

Vamba Sherif: Het land van de vaders. Uit het Engels vertaald door Manon Smits in samenwerking met de auteur. De Geus, 317 blz. ƒ49,90 (gebonden).