Kwakzalver

De Amsterdamse rechtbank vindt dat we dr. A. Houtsmuller als alternatieve (kanker)genezer voortaan gewoon een `kwakzalver' en `leugenaar' mogen noemen.

Ik was even Houtsmuller, las het vonnis nog eens grondig door, snoof om bij te komen wat haaienkraakbeenpoeder op, en vroeg mezelf toen vertwijfeld af: ,,Waarom ben ik ooit een kort geding tegen de Vereniging tegen de Kwakzalverij begonnen?''

Het vonnis had immers niet vernietigender kunnen uitpakken. Eerst geeft de rechter een adequate omschrijving van het begrip `kwakzalverij'. ,,In de wandeling wordt in de medische wereld een behandeling, waarvan in geen enkel opzicht is bewezen dat zij de beweerde werking heeft, betiteld als kwakzalverij.'' Vervolgens constateert de rechter dat ,,Houtsmuller inderdaad op geen enkele wijze wetenschappelijk aantoont dat zijn dieet op de door hem beweerde wijze werkt.''

Dan komt de genadestoot: ,,... maar is hij ook publiciteit blijven geven aan die onjuiste ziektegeschiedenis.'' De rechter doelt hier op Houtsmullers eigen ziektegeschiedenis – hij zou zichzelf met zijn dieet genezen hebben van een ongeneeslijke kanker – die bleek te berusten op een onjuiste voorstelling van zaken.

Deze laatste conclusie konden we al tijdens de zitting, twee weken geleden, zien aankomen. De rechter liet Houtsmuller toen apart naar voren komen om hem zijn ziektegeschiedenis nog eens precies te laten uitleggen. De genezer had zich zozeer in onduidelijkheden en tegenstrijdigheden verstrikt dat niemand er meer een jota van begreep. Zijn uitleg maakte het er niet beter op: een kwartier na afloop smeekten journalisten Houtsmuller om het nóg eens goed uit te leggen.

Paradoxaal genoeg moet ook de reguliere medische wereld zich dit vonnis aantrekken. Daar was men hier en daar net begonnen aan een gevaarlijk soort verbroedering met alternatieve genezers als Houtsmuller. Op het laatste congres van de Nederlandse Kankerbestrijding/Koningin Wilhelmina Fonds mochten Houtsmuller en een pleitbezorger van het Moerman-dieet de bezoekers toespreken, mits zij hun claim op autonome genezing opgaven.

,,Aanvullend'' werd het toverwoord van deze alternatieve genezers. Monda Heshusius, directeur voorlichting van de Nederlandse Kankerbestrijding, juichte in De Telegraaf: ,,Kan dat, zo'n gezamenlijk standpunt? Ja, dat kan en dát noem ik persoonlijk een doorbraak.''

Maar het kon niet, want de alternatieven meenden er uiteraard niets van. De Moerman-club stond buiten de zaal brochures uit te delen met het opschrift `preventief en genezend'. En Houtsmuller werd adviseur van een obscuur clubje dat zich Stichting Nationaal Fonds Kankerbestrijding noemt en dat zich agressief afzet tegen de regulieren. Hij zou zich inmiddels weer hebben teruggetrokken, maar dat doet aan zijn intenties niets af.