Jeltsin speelt beslissend spel

Door het ontslag van premier Primakov hebben alle krachten binnen de Russische politieke arena weer vrij spel. Hubert Smeets meent dat dit een bewuste zet is van president Jeltsin, die zijn belangrijkste tegenspeler in de komende verkiezingen, Joeri Loezjkov, een hak wil zetten.

Hoe militaristisch Rusland met zijn parades in ganzenpas en oorlogstrots ook mag ogen, zelden hebben de mannen in uniform er het voor het zeggen gehad. Sinds woensdagmorgen is daarin met de benoeming van generaal Sergej Stepasjin tot premier, althans formeel, enige verandering gekomen.

Over Stepasjin zijn de meningen nog niet uitgekristalliseerd. Is hij een bekeerde democraat die simpel loyaal is aan een belegerde president? Blijft hij een klassieke KGB'er die, ongeacht de politieke verhoudingen, denkt in termen van fysieke macht en controle, zoals zijn carrière in met name Tsjetsjenië tot nu toe suggereert? Of wordt hij een zogeheten `huwelijksgeneraal', het type militair dat in de vorige eeuw in vol ornaat en tegen betaling trouwpartijen kwam opluisteren terwille van het prestige van het nieuwe echtpaar?

Zeker is dat de politieke arena in Rusland door het ontslag van Jevgeni Primakov en de benoeming van Stepasjin weer een stuk duisterder is geworden. Het evenwicht is in één klap uit balans gebracht. Alle krachten zijn weer vrij om te doen en te laten wat hen goeddunkt. En dus kan weer hartstochtelijk politiek worden bedreven.

Zoals gebruikelijk laat dat de meeste Russen koud, gewend als ze zijn om onderscheid te maken tussen `zij' (de maatschappij) en `wij' (de microgemeenschap), tussen `hun' moraal (van de macht) en de `onze' (van het individu). Geen reden tot zorg, zou men zeggen. Ware het niet dat de politieke strijdbijl in Rusland is opgegraven terwijl het eigen land van de ene default naar de andere hobbelt, de internationale kredieten steeds minder vanzelfsprekend over de toonbank gaan, de wereld door de collateral damage op de Balkan in ruiger vaarwater ronddobbert en het grootste nucleair beladen land ter wereld mondiaal geen raad met zichzelf weet.

De coup van Jeltsin is dan ook niet toevallig. Het Westen heeft hem nadrukkelijk in de kaart gespeeld. Eindelijk kon hij twee vliegen in één klap proberen te slaan: het parlement een hak zetten én het Westen een stok tussen de benen steken. De oorlog die de NAVO om Kosovo ontketende, is door hem dan ook onmiddellijk opgepakt. Het leek erop alsof zijn entourage hunkerde naar oorlog. Onverwijld opende de president de aanval op Primakov. Het mediamieke hoogtepunt was vorige week de vergadering van het organisatiecomité ter voorbereiding van het tweeduizendjarig bestaan van het christendom. De ronde tafel leek op orde. Rechts naast de president zat patriarch Aleksej II, links respectievelijk Primakov, Sysoejev (sterke man in het Kremlin) en twee collega-raadadviseurs. Pas vijf stoelen verder zat Stepasjin, kort daarvoor gepromoveerd van minister van Binnenlandse Zaken tot vice-premier. Jeltsin kwam binnen, zag de tafelschikking aan en gromde: ,,Zo zitten we niet. Stepasjin, eerste adjunct. Corrigeren!'' Waarna Sysoejev en de latere regeringschef van plaats ruilden. Iedereen begreep de hint. De vraag was alleen wanneer Primakov kopje onder zou gaan en hoe Jeltsins vervolgzet eruit zou zien.

Dat laatste is nog niet helder. Zeker is wel dat de politieke crisis die Jeltsin nu heeft ontketend, zich niet alleen afspeelt tegen de achtergrond van de Balkanoorlog maar vooral ook tegen die van het komende verkiezingsjaar.

In december kiezen de Russen een nieuwe Doema en in juni volgend jaar een nieuwe president. Alle politieke krachten zijn zich daarom nu aan het hergroeperen. De communisten vervolgen hun beproefde salamitactiek. In de Doema trappen ze zoveel mogelijk herrie. Met de impitsjment die dezer dagen in het parlement aan de orde is, willen ze het Kremlin vleugellam maken. Als een gekwalificeerde meerderheid zich morgen uitspreekt voor een van de vijf aanklachten verliest de president gedurende het proces een cruciale bevoegdheid als het ontbinden van de Doema. Daarbuiten probeert de communistische partij haar hechte organisatie te stabiliseren. De partij heeft greep op nagenoeg heel Europees-Rusland alsmede op een aantal industriële centra in de Oeral en Siberië. Voor het presidentschap is het niet voldoende, maar het is wel een adequate basis voor een sleutelrol in het parlement als kingmaker. De sociaal-liberale partij Jabloko van Grigori Javlinski en de rapaljepartij van Vladimir Zjirinovski fietsen daar zoveel mogelijk doorheen. Zjirinovski is daarbij de belangrijkste bondgenoot van Jeltsin. Voorstander als hij is van een dictatuur, kan menige stap van de president om het centrale gezag te versterken op zijn steun rekenen. Javlinski poogt op zijn beurt een onafhankelijke koers te varen, zonder werkelijk in aanvaring te komen met het Kremlin omdat zo'n conflict zijn bescheiden burgerlijke machtsbasis zou kunnen ondermijnen. De `jonge democraten' van ex-premier Jegor Gajdar pruttelen wat in de marge. En gouverneur Lebed van Krasnojarsk houdt zich op de vlakte, moeilijk als hij het in het verre Siberië heeft om greep te krijgen op de lokale zakenwereld.

Buiten deze partijen wordt echter het echte spel gespeeld. Naarstig wordt daar gewerkt aan een nieuwe `partij van de macht'. Die ontbreekt sinds de mislukte poging daartoe van Jeltsins trouwe premier Tsjernomyrdin en diens Nasj Dom Rossia (Ons Huis is Rusland). Spil is de almachtige burgemeester Joeri Loezjkov van Moskou die de beweging Otetsjestvo (Vaderland) heeft opgericht. De leiders controleren bijna dertig miljoen Russen, ofwel 20 procent van de bevolking. Loezjkov zoekt nu steun bij het blok Vsja Rossia (Heel Rusland) van de sluwe gouverneur Sjamijev van de islamitische republiek Tatarstan en de groep Golos Rossii (De stem van Rusland) van gouverneur Titov van Samara.

Deze coalitie-in-statu-nascendi behartigt serieuze belangen. Moskou bijvoorbeeld lijkt een `booming' stad, maar de financiële crisis knaagt al aan Loezjkovs bolwerk. Voor de bondgenoten buiten Moskou is eveneens de macht aan de orde: namelijk de feitelijke jurisdictie over de gebieden die ze regeren en via ruilhandel draaiende houden.

De nieuwe machtsconstellatie staat op gespannen voet met het Kremlin, dat op vergelijkbare wijze overeind blijft. Het centrale apparaat telt ongeveer vijftigduizend ambtenaren die direct afhankelijk zijn van de president. Tot de financiële crisis van eind vorig jaar kon Jeltsin bovendien bogen op de steun van de financiële- en mediatycoons alsmede van het gasbedrijf Gazprom. Maar sinds eind vorig jaar staat een deel van die achterban op de rand van het budgettaire faillissement en dus ook van het politieke bankroet.

De lokale gouverneurs roken hun kansen. Met pappen-en-nathouden zorgde Primakov voor enige rust in de tent. Maar tegelijkertijd verzwakte hij zo ook het presidentiële apparaat, dat dit met lede ogen aanzag. In Rusland gaat het namelijk niet zozeer om ideologische tegenstellingen en beleidsmatige accentverschuivingen. Politiek is er een ander woord voor protectie. Macht is een middel om patronageverhoudingen veilig te stellen, om stemmen te kopen. Het pleidooi van Tsjernomyrdin gisteren om de parlementsverkiezingen te houden zonder partijlijsten (een variant op het Sovjet-systeem) is wat dit betreft veelzeggend.

Het gambiet dat Jeltsin en zijn clan spelen is daarom beslissend. Is hij ten derde male in staat zijn politieke greep te herstellen, zoals in 1993 na het bombardement van het oude parlement en ruim een jaar geleden met de benoeming van de premier Kirijenko? Of is de aanstelling van Stepasjin de opmaat van een machtsstrijd die hem en zijn de baas de kop kost? Jeltsin is de coalitie van Loezjkov een stap voor geweest. De burgemeester van Moskou is nog niet klaar en heeft geen belang bij een afzettingsprocedure. Het vacuüm, dat Jeltsin aldus heeft geschapen, schreeuwt erom te worden opgevuld. Iedereen, die een appèl wil doen op het onoplosbare conflict tussen `hun' moraal en de `onze', kan in deze nieuwe ronde inzetten op nieuwe kansen.

Hubert Smeets is redacteur van NRC Handelsblad.