Geschifte notabelen in de Franse Alpen

Eindelijk een Franse thriller-auteur die zich kan meten met zijn beroemde, Engelstalige collega's, riep men vorig jaar in Frankrijk, na het verschijnen van De bloedrode gletsjer van Jean-Christophe Grangé. Enfin, een succesvol Frans alternatief voor de Grishams en de Higgins Clarks – binnen drie maanden werden er meer dan vijftigduizend exemplaren van het boek verkocht.

Natuurlijk waren er ook andere geluiden. Het dagblad Libération bijvoorbeeld, betreurde het dat, in de slag om de bestseller, nu ook de polar (een verbastering van het woord roman policier) ten prooi viel aan de publiciteitsmachines van de grote uitgeverijen. Wat bleef er zo nog over van de eigen Franse polar-traditie? In de jaren zeventig had de tegenwoordig nog steeds bewonderde en heruitgegeven Jean-Patrick Manchette het genre nieuw leven ingeblazen. Hij gaf de polar een maatschappelijke of politieke context, zijn personages waren strijders voor de goede zaak, kruisvaarders tegen het kwaad. Het genre kreeg van Manchette een krachtige, sociale proteststem, in de bioscoop succesvol verwoord door sterren als Alain Delon.

Het valt niet te ontkennen dat Jean-Christophe Grangé bij het schrijven van De bloedrode gletsjer andere prioriteiten heeft gesteld; als er al een stem wordt gehoord is dat die van de menselijke waanzin in haar meest extreme vorm. Een eventuele filmheld zou ditmaal gezocht moeten worden in de richting van een Arnold Schwarzenegger – gespierd, individualistisch, ongehoord gewelddadig, geen woorden, maar daden, ruwe bolster, blanke pit. Aan karakterontwikkeling of humor laat Grangé zich weinig gelegen liggen. Actie, daar draait het om. Op de naar Amerikaanse maatstaven aangelegde schaal van geweld, dood en verderf scoort deze thriller on-Frans hoog.

Dat neemt niet weg dat je vanaf de eerste bladzijde door het boek wordt gegrepen. Al na drie pagina's, waarin commissaris van politie Niémans de achtervolging inzet op een voetbalhooligan, is het zo goed als onmogelijk je uit het verhaal los te scheuren. De grand reporter en scenarioschrijver Grangé, die in 1994 debuteerde met Le vol des cigognes, is een meester in het strak houden van de spanningsboog en enkele passages uit zijn boek zijn ronduit bloedstollend. In zijn tweede thriller laat Grangé twee verhaallijnen naast, en later door elkaar heen lopen. Niémans, een weinig zachtzinnige commissaris die bekend staat om zijn onorthodoxe methodes, wordt naar het bergdorpje Guernon gestuurd om de moord op een bibliothecaris op te lossen. Deze werd gruwelijk verminkt aangetroffen in een spleet van een steile rotsmuur, pal boven een rivier. Kort daarna wordt, diep in een gletsjer, een tweede lijk gevonden. Tegelijkertijd onderzoekt Karim Abdouf, politie-inspecteur in een dorpje enkele honderden kilometers verderop, een geval van grafschennis. Onbekenden hebben het graf geopend van een jaren geleden bij een auto-ongeluk omgekomen jongetje. Alle sporen van het bestaan van dit kind blijken te zijn uitgewist. Officiële documenten zijn ontvreemd, klassefoto's verdwenen. Wanneer Abdouf ontdekt dat het jongetje in Guernon geboren is en besluit zijn onderzoek daar verder voort te zetten, kruist zijn pad dat van commissaris Niémans.

Beide mannen zijn uit hetzelfde hout gesneden. Het zijn ambitieuze Einzelgänger, die zichzelf niet altijd onder controle hebben, op de rand van het criminele balanceren en zich pas goed voelen als er hoge concentraties adrenaline door hun aderen stromen. In Guernon echter hebben zij niet met doorsnee misdadigers te maken, maar met geschifte notabelen die erop uit zijn een supermens te genereren. De slachtoffers van deze onmenselijke sekte hebben besloten tot een even bizarer als gewelddadige wraak.

Grangé heeft zijn thriller knap geconstrueerd. Het kwaad komt bij hem in tweeën, rigoreus en symmetrisch. Alle elementen in het boek hebben een spiegelbeeld, alle personages een dubbelganger en alle vermoorde slachtoffers worden via een lichtreflectie in water, ijs of spiegels ontdekt. De moordenaar zit in de dode hoek. Het verhaal kent een hoog tempo en lijkt soms door een bezetene te zijn neergeschreven. Koortsachtig jaagt Grangé zijn lezer van pagina naar pagina. Steeds een nieuwe ontdekking, een volgende wending in het verhaal. Op de laatste bladzijden zijn het er net een paar te veel. Zelfs een afgematte, uitgeputte lezer zal moeite hebben met Grangé's vergezochte ontknoping.

Woensdag 19 mei (20 uur) organiseren Maison Descartes en Meulenhoff een literaire avond met Jean-Christophe Grangé. Inl. 020-6224936.