Even bescheiden als Madonna

Het beleid van Larry Summers, woensdag door president Clinton voorgedragen als de nieuwe minister van Financiën, zal weinig verschillen van dat van zijn voorganger. Summers werkte als tweede man op Financiën al sinds 1995 nauw met Rubin samen. Hij zorgde voor de uitvoering van belangrijke onderdelen van het beleid (vooral in de financiële crisis in Azië en Latijns Amerika) en hij was er in veel gevallen ook het brein achter. Maar in ervaring en persoonlijkheid bestaan wel grote verschillen tussen Summers en Rubin. En dat kan van belang zijn, vooral in een tijd waarin de financiële markten ieder woord van de Amerikaanse minister van Financiën op een goudschaaltje wegen.

Anders dan zijn voorganger, die 26 jaar op Wall Street werkte voor hij naar Washington kwam, kent Lawrence H. Summers (44) de grillige financiële markten niet van binnenuit. Hij werkte aan de universiteit, waar hij de reputatie verwierf zowel briljant als arrogant te zijn. Rubin bewees dat je met een vasthoudende maar bescheiden opstelling in politiek Washington veel kunt bereiken. Summers heeft, in de woorden van de conservatieve columnist Paul Gigot, met bescheidenheid evenveel te maken als Madonna met kuisheid. Summers' beide ouders zijn econoom, en twee ooms (Paul Samuelson en Kenneth Arrow) wonnen de Nobelprijs voor economie. Op zijn 28ste kreeg Summers aan Harvard een vaste aanstelling, wat toen nog niemand op zijn leeftijd gelukt was. De American Economics Association riep hem in 1993 uit tot de beste econoom onder de veertig. Van Harvard stapte Summers over naar de Wereldbank, waar hij chief economist werd. In die functie kwam hij in de problemen toen hij een artikel voor publicatie goedkeurde dat de economische voordelen behandelde van het dumpen van giftig afval in lage-lonenlanden.

De benoeming van Summers moet nog goedgekeurd worden door de Senaat, maar daar worden geen grote problemen verwacht. Met Rubin als mentor heeft Summers de laatste tijd zijn best gedaan om minder ongeduldig te zijn met politici die minder snel van begrip zijn dan hijzelf. Vooral senatoren kunnen geërgerd raken door ministers die gebrek aan respect tonen. Summers heeft ooit gezegd dat een Republikeins plan voor verlaging van successiebelasting voor de hogere inkomens ingegeven was door hebzucht. Al snel zag hij in dat het beter was zijn excuses aan te bieden. Maar een groot pleitbezorger van belastingverlagingen is hij nog steeds niet.

Summers rekent er niet op dat crisissituaties hem bespaard blijven. Over de overmoed van beleggers die denken dat de beurskoersen alleen omhoog kunnen zei hij onlangs, met een variatie op de bekende uitspraak van Roosevelt: ,,Het enige dat we hoeven vrezen, is de afwezigheid van vrees.''