Een soevereine tekkel

Kun je bij gruwelijke beelden nog genieten van hun schoonheid?

Op het fotofestival Naarden zijn ontroerende en verschrikkelijke beelden te zien.

Elke hondengek of zondergek zal zijn hart voelen ineenkrimpen bij het zien van de foto's die Antonio Quintero heeft gemaakt in Resolute Bay, een door goden verlaten oord in het uiterste noord-westen van Canada waar vrijwel nooit een toerist komt.

Er bestaan miljoenen liefdevolle foto's van honden, de meeste gemaakt door trotse, liefhebbende eigenaars die er fotoalbums mee vullen, ze op het dressoir uitstallen, in hun portefeuille of zelfs op hun hart meedragen, door oorlogen heen, als een beschermend amulet.

Quintero daarentegen fotografeerde liefdeloos afgedankte sledehonden die een paar kilometer buiten de Inuit-dorpen zijn vastgebonden, aan hun korte kettingen kunnen ze zich nauwelijks meer bewegen. Soms draaien ze hun ketting op tot een bol en moeten ze gebogen, kop tegen de grond, hun dood afwachten. Af en toe krijgen de dieren wat hompen zeehondenvet toegeworpen. Ze staan in hun eigen uitwerpselen, die ze ook opeten. Hun vacht zit vol vuil, stront en vet, ze blijven dag en nacht staan; als ze gaan liggen vriezen hun poten vast. De puppy's vriezen kort na hun geboorte dood of sterven ietsje later van de honger. Geen PedigreePaljuniormenu voor deze beestjes.

De honden zijn afgedankt omdat de eskimo's de voorkeur aan sneeuwscooters geven boven vervoer met de traditionele hondensleden. Het weinige nut dat de honden nog hebben bestaat eruit dat ze met hun gehuil, dat dag en nacht oorgaat, de ijsberen op afstand kunnen houden.

Resolute Bay is niet de enige plek waar sledehonden mishandeld worden, het komt in het hele, moeilijk toegankelijke Noordwesten van Canada voor en ook op Groenland worden de honden (die daar nog wel gebruikt worden) vaak zeer slecht behandeld.

Terug in Nederland leverden de foto's Quintero, van oorsprong Colombiaan maar al jarenlang wonend in Amsterdam, een hoop publiciteit op; er verschenen interviews met hem in kranten en weekbladen, een homepage op Internet, het tv-programma Netwerk besteedde er aandacht aan. De Canadese ambassade in Nederland en het parlement in Ottawa ontvingen in de maanden die volgden protesten van verontwaardigde dierenliefhebbers.

Afgelopen maart ondernam Quintero opnieuw een reis naar het noord-westen van Canada. Op 1 april zou het gebied zelfbestuur krijgen, overgedragen worden aan de eskimo's. Quintero hoopte dat hij tijdens de conferenties die rond deze overdracht georganiseerd zouden worden met eskimoleiders zou kunnen spreken over de hondenmishandeling. Op zo'n bijeenkomst, in Rankin Inlet, heeft hij de foto's ook laten zien, maar niemand van de aanwezigen wilde erop reageren.

Toch benadrukt Quintero in elk gesprek dat het niet zijn streven is om de eskimo's zwart te maken. Losgeraakt van hun tradities is hun leven zwaar, een donker gat in een donker gat. Veel eskimo's kijken de hele dag naar tv, hebben geen opleiding of werk. Ze zijn vaak alcoholist, depressief, plegen zelfmoord of mishandelen hun kinderen. Zo groeit er weer een nieuwe generatie op voor wie geweld en verwaarlozing, ook die van dieren, de normaalste zaak van de wereld zal zijn.

`Slechte lange gezichten' zag Quintero bij zijn terugkeer in Resolute Bay. De mensen bleken op de hoogte te zijn van de publiciteit die de foto's van de honden inmiddels hadden gekregen. Woest waren ze. Quintero werd bedreigd. De burgemeester kwam naar zijn hotel om te zeggen dat hij zijn kamer niet mocht verlaten omdat anders niet voor zijn veiligheid kon worden ingestaan. Stiekem ging hij toch op pad. Ver buiten het dorp, op de plek waar de honden hadden gestaan vond hij eerst geen sporen meer van hun aanwezigheid. Het hele gebied was bedekt met een verse laag stuifsneeuw. Hij kwam twee mannen tegen, hun gezichten verborgen achter grote sneeuwbrillen, die hem smalend te woord stonden. Honden? Die waren hier helemaal niet, ook nooit geweest. Maar een stuk verderop vond Quintero de kop en andere stukjes van een hond, waarschijnlijk afgebeten door een ijsbeer. Veel honden worden door ijsberen verscheurd, maar er zijn altijd weer nieuwe honden om hun plaats in te nemen.

Schoonheid

Ik heb er vaker over geschreven, en nog vaker over nagedacht: kun je bij gruwelijke beelden nog genieten van hun schoonheid? Of overspoelt afschuw alle andere indrukken? Het heeft iets verknipts om je aandacht op formele kwaliteiten als compositie of lichtval te richten, je af te keren van de werkelijkheid die tot het afstotelijke beeld geleid heeft, terwijl het beeld juist tracht een verbinding met die werkelijkheid tot stand te brengen. Mensen zien graag een middeleeuwse Pieta in de foto van een rouwende Algerijnse omdat daardoor de verschrikking van het feit dat het uitmoorden van haar familie plaatsvond in de tijd dat jij hagelslag at, een sigaret rookte, de was ophing, gedempt wordt, het beroep op je geweten om iets aan de situatie te veranderen verminderd.

Op zijn eerste reis bleef Quintero vierentwintig uur lang bij de honden. Hij bezwoer ze met zijn foto's te zullen proberen iets aan hun situatie te verbeteren. Zijn foto's zijn raak en mooi, maar ik kan er niet van genieten. Soms overspoelt afschuw rechtmatig alle andere indrukken.

Op een achteloos moment in mijn jeugd heeft iemand me, omdat ik zelf een tekkel had, een foto laten zien van een tekkel aan wiens verlamde achterlijfje een tweewielig karretje met rubberbanden vastgegespt zat zodat het beest half kon lopen, half kon rollen. Iemand moest heel erg van die hond gehouden hebben om zo'n strijdkarretje voor hem te maken, besefte ik.

De foto, gemaakt door de Franse fotograaf Robert Doisneau, leek in niets op de afbeeldingen die ik van ansichtkaarten kende, van honden met strikken om, schattige jonge katjes in een rieten mand of aangeklede apen die een schilderij aan het maken waren. Er stonden twee vrouwen op, die een gesprek voerden voor de deur van een delicatessenwinkel, waarvan een groot gedeelte van het assortiment uitgestald was in de etalages aan weerszijden van die deur. De hond stond een halve meter verderop, zijn rug voornaam naar de vrouwen gekeerd, wachtend tot zijn bazin was uitgepraat. In het vuur van hun gesprek leken de vrouwen hem vergeten. Zijn houding drukte niets dan onaangedaanheid uit, en voor het eerst begreep ik dat het aan mijzelf, als kijker, lag dat ik zoveel andere dingen bij een beeld voelde; medelijden, nieuwsgierigheid en een donker, overheersend gevoel dat ik nu, meer dan twintig jaar later, gewoon eenzaamheid zou noemen.

Het was de eerste kunstfoto die ik zag, en er stond een hond op. De foto liet een diepe indruk achter, de manier waarop ik ernaar gekeken had evenzeer. In de jaren die volgden zou ik nog veel meer foto's van honden zien, van talloos veel fotografen, maar dat eerste beeld heeft bepaald hoe ik naar al die andere zou kijken. Naar de beroemde foto's van Elliott Erwitt waarop hij de verhouding tussen hond en mens scherp en humoristisch vastgelegd heeft. Naar het werk van William Wegman, die geënsceneerde foto's maakte waar zijn hond Man Ray, en later ook andere honden, de hoofdrol in speelden: Man Ray met stukken beschilderd piepschuim poserend als `Dino Ray', in bed tv kijkend met een andere hond. Bedekt met meel. Bedekt met lappen. Bedekt met pluche met zebramotief. Met papiersnippers. Neus bedekt met rouge, hond omwikkeld met wollen draad of goudkleurige slingers, zo'n beetje alles wat je met een hond kunt uitspoken heeft Wegman niet nagelaten.

Sollen met dieren, een dier eindeloos vermenselijken, is een wijdverbreid verschijnsel, een volkssport bijna. Honden krijgen zonnebrillen, petjes en waterbedden aangemeten, pillen tegen depressie toegediend, er bestaan hondenpsychiaters, mensen die zich door hun pekinees laten tongzoenen alsof het hun verloofde is en deodorants die ongewenste beestgeurtjes verdoezelen. Dieren worden voor lul gezet in reclames terwijl een bouvier in het park die met zijn grote roze kaars bijna een loops schoothondje vermorzelt vermanend wordt toegesproken door zijn bazin, want zulk honds gedrag kan nu eenmaal niet getoleerd worden.

Naaktkatten

Hoe ver mensen kunnen gaan in hun omgang met dieren laten ondermeer de foto's van Thomas Manneke zien. Ooit fotografeerde hij voor een opdracht een hondje, een Franse buldog, die zo ver doorgefokt is dat hij niet gewoon gebaard kan worden daar zijn kop te groot is om door het bekken van de moederhond geperst te worden, zodat het dier met een keizersnee ter wereld gebracht wordt.

Op het fotofestival in Naarden toont Manneke vier foto's, `staatsieportretten' noemt hij ze zelf, van doorgefokte en gemanipuleerde dieren; een kat, een hond, een kip en een paard. De haarloze kat, een ontzettend eng dier dat op een lelijk embryo lijkt dat E.T. imiteert, is een afstammeling van een mutant, een foutje van de natuur, waar steeds mee doorgefokt is zodat uiteindelijk een rillend ras van naaktkatten ontstond. Door de extreme inteelt zijn de dieren heel zwak. Manneke vertelt dat de mensen die de katten fokken zeer fanatiek zijn, het bezorgt hen een kick. Bij kattenshows geven ze af op katten die niet raszuiver zouden zijn, die verbeten hang naar raszuiverheid heeft iets engs, vindt hij.

Ook te zien op het festival in Naarden, zijn de foto's van Koos Breukel en Amke. Breukel exposeert snapshots die hij elf jaar lang van zijn hond Willem maakte, zijn familie-fotoalbum, eigenlijk. Het is een prachtig verslag van een hondenleven zoals je het iedere hond zou toewensen. Je ziet Willem op de bank liggen, aan het strand, spelend met een bal, Willem hijgend omdat ze achter de konijnen heeft aangezeten, onder de pluisballetjes, zwemmend met een tak in haar bek. Samen met Boefje, de hond van een andere fotograaf, heeft Willem ooit een nestje gekregen waarvan bijna alle pups onderdak vonden bij fotografen of hun familie. Ook die honden werden natuurlijk veelvuldig gefotografeerd. Twee jaar geleden was het resultaat daarvan te zien tijdens een expositie bij galerie 2 bij 4 in Amsterdam. Breukel had de ruimte versierd met nepdrollen uit de feestwinkel. Alle honden waren op de opening aanwezig. Bij die gelegenheid maakte Amke een groepsportret van ze. In Naarden laat zij nu een serie portretten van heel oude dieren zien, op klein formaat afgedrukt om de intimiteit van de beelden te benadrukken: een foto van een tekkeltje met het kippennekje van een oud dametje en een kek regenjasje aan, van een dove, blinde, zwarte kat van vijfentwintig die er bij zit alsof hij net uit de droogtrommel komt en die een week na het maken van de foto zou overlijden, van een zeehond met zware staar uit het Amstelpark, die daar al zijn hele leven in een te klein bassin rondzwemt. De verweerde poten van een ouwe taaie kip, de schonkige, ingevallen rug van een bejaard paard. Een oud, chagrijnig kijkend varken dat door Amke wakkergemaakt moest worden om te poseren. Een oude pitbull (vrij uniek, dus) zijn zwarte vacht doorschoten met witte haren. De foto's zijn met recht portretten te noemen, de fotografe heeft de individuele trekken van elk dier vastgelegd, zonder ze te willen vermenselijken. Opvallend is hoe het onderscheid tussen mens en dier en dieren onderling door de ouderdom grotendeels verdwenen lijkt; wat je ziet zijn oude wezens, en als het niet zo geëxalteerd klonk zou ik zeggen: oude zielen.

Sinds ik een paar maanden terug Antonio Quintero's foto's van de sledenhonden gezien heb laat de gedachte aan hun lot me niet meer los.

Beelden van mishandeling en verwaarlozing komen dagelijks je huis en je hoofd binnen. Veel mensen maken daarbij een groot en volgens hen belangrijk onderscheid tussen mensenleed en dierenleed. Ik zag laatst op tv hoe schrijvers die zich ingezet hadden voor het verdwijnen van de bio-industrie, beschimpt werden omdat ze zich niet wensten uit te spreken over de oorlog in Kosovo. Zou er soms minder oorlog geweest zijn als er meer bio-industrie gekomen was? Het heeft iets kwaadaardigs om oorlog als maat van alle dingen te nemen.

Rudy Kousbroek schreef eens `dat iemand die zich druk maakt om het lot van de dieren blootstaat aan het verwijt dat hij zijn energie niet eerst aan de lijdende mensheid besteedt, of zelfs dat hij zich om die mensheid niet bekommert'. Volgens mij zijn de overeenkomsten tussen mensen- en dierenleed groter dan de verschillen. Beide draaien om machtsmisbruik en gebrek aan respect, aan inlevingsvermogen, zijn een aanslag op datgene wat je hoopvol als menselijk bent blijven beschouwen. Het gaat er denk ik steeds om, hoe pijnlijk dat ook is, te blijven beseffen dat die dingen gebeuren terwijl jij hagelslag eet, een sigaret rookt, dom de was ophangt. `De Marsman ontmoette me op straat/ en schrok van mijn onmogelijkheid als mens./ Hoe kan bestaan, dacht hij, een wezen/ dat in zijn bestaan zoveel bestaansontkenning legt?' dichtte Carlos Drummond de Andrade ooit. En dan gaat het om de vraag of als die boterham op is, je sigarettenpeuk uitgedoofd en de schone was opgevouwen in de kast ligt, je jezelf nog kunt wijsmaken dat de dingen die je gezien hebt nooit echt bestaan hebben. Of dat de beelden je voorgoed veranderd hebben. Kijken kan gevaarlijk zijn.

Foto's van onder meer Amke, Koos Breukel en Thomas Manneke zijn tijdens het fotofestival in Naarden te zien van 13 mei tot 6 juni op de tentoonstelling The beauty of the beast. Het Natuurmuseum, Groningen toont binnenkort een keuze uit het werk van Antonio Quintero website http://callisto.world on line.nl/~xanimals/Antonio_Quintero/

vertaling Drummond de Andrade: August Willemsen

De ouderdom doet het onderscheid tussen mens en dier grotendeels teniet; wat je ziet zijn oude wezens

Sommige mensen laten zich door hun pekinees tongzoenen alsof het hun verloofde is.